UIT DE HISTORIE
EEN WOORD OVER BUNYAN
bij zijn 250-jarigen sterfdag 1688 31 Augustus 1938
Eén dag vóór de verschijning van dit nummer van ons blad was het 250 jaar geleden, dat John Bunyan uit het leven scheidde. Hij is een merkwaardig man geweest en een eenvoudige herdenking ten volle waard.
Wie kent niet zijn boekje : De pelgrimsreize naar de eeuwigheid. Toch ieder christen! En wie het eventueel niet kennen mocht, make dezer dagen dit verzuim goed, waarbij men bedenke, dat een vrijwel critieklooze lezing echter weer geen aanbeveling verdient.
Bunyan leefde in het midden der 17e eeuw, toen er in Engeland een onverkwikkelijke strijd heerschte tusschen Karel I, die streefde naar één algemeene Staatskerk, en de Puriteinen, die op Schriftuurlijke gronden een dergelijke overheids-bemoeienis in kerkelijke zaken terecht afkeurden. We behoeven slechts den naam van Oliver Cromwell te noemen, en aanstonds weet men, welke worsteling we op het oog hebben.
Onder deze woelingen leefde Bunyan. Hij werd geboren; te Elstow, een dorp in Midden-Engeland. Zijn ouders waren eenvoudige lieden, en het huis, waarin John in 1628 het levenslicht aanschouwde, was maar heel armelijk.
Een gedegen schoolopleiding heeft John niet gehad. Het was al mooi, dat hij in de gelegenheid gesteld werd om lezen en schrijven te leeren. Zoo spoedig mogelijk moest hij zijn vader gaan helpen met ketellappen.
Als jongen schijnt John geen „heilig boontje" geweest te zijn. Verschillende streken en zonden worden er van hem verhaald.
Toen hij 16 jaar was, nam hij dienst in het leger van Cromwell. Was hij te voren reeds enkele malen aan den dood ontsnapt — ook tijdens zijn militairen dienst ontkwam hij eens op een wonderlijke wijze aan een wissen dood.
Na zijn terugkeer uit het leger trouwde Bunyan. Zijn vrouw was evenmin als hij met aardsche goederen bedeeld. Zij bezat echter, dank zij haar opvoeding, een godsdienstig gemoed, waardoor zij gunstig op haar man inwerkte. Dikwijls lazen zij tezamen in een paar christelijke boeken, die Bunyan's vrouw uit het ouderlijk huis had meegekregen. Langzamerhand werd Bunyan een ander mensch.
In 1655 verhuisde Bunyan naar Bedford, waar hij zich aansloot bij de Doopsgezinde gemeente aldaar. Nog maar korten tijd was iiij als lid ingeschreven, toen de voorganger dier groep overleed. Op grond van de vorderingen, die Bunyan op het gebied van Bijbelkennis inmiddels had gemaakt, zocht men hem aan, de plaats van den overleden predikant in te nemen. Bunyan gaf aan de uitnoodiging gehoor.
Allerwegen baarde zijn verandering groot opzien. Naast veel gunstige beoordeelingen, die hem te beurt vielen, was er ook veel critiek van de zijde der leidende personen. Doch hoe men ook over hem dacht : hij trok een groot aantal hoorders.
Wegens overtreding van een preekverbod, dat door Karel II was uitgevaardigd, werd Bunyan in 1660 gevangen genomen. Men zou hem wel weer hebben vrijgelaten, wanneer hij de verklaring had afgelegd, niet meer te zullen preeken. Maar hiervoor was Bunyan niet te vinden. Twaalf jaar heeft zijn gevangenschap, behoudens een korte onderbreking, geduurd.
Kort na zijn komst te Bedford was Bunyan's vrouw gestorven. Niet lang vóór zijn in-hechtenis-neming was hij andermaal in 't huwelijk getreden, teneinde zijn vier kinderen niet onverzorgd te laten. Met het maken van schoenveters voorzag Bunyan tijdens zijn gevangenschap in het onderhoud van zijn gezin.
Had Bunyan gedurende zijn predikantschap reeds enkele boeken geschreven — in de gevangenis zette hij dezen arbeid voort. Overdag maakte hij veters en 's avonds of 's nachts verrichtte hij geestesarbeid.
Toen Bunyan in 1; 6.72 in vrijheid werd gesteld, vatte hij de prediking weer op. Hij trok van stad tot stad en van dorp tot dorp. Geweldig was de stroom hoorders, die hem zien en beluisteren wilden. Hij was populair als weinigen. Dat hij bij den opgang, dien hij maakte, eenvoudig en bescheiden bleef, eert hem.
Aan de gevolgen van een zware gevatte koude stierf Bunyan te Londen op 31 Augustus 1688.
Van de 59 geschriften, die Bunyan in het licht gegeven heeft, is „De pelgrimsreis naar de eeuwigheid" het bekendste. Een ontelbaar aantal drukken heeft dit boek beleefd, terwijl het in ettelijke talen is overgezet.
„Hierin vertelt hij van den tocht van een pelgrim, die op weg is naar den hemel, waar de stad Sion ligt. Zijn naam is Christen, en Bunyan bedoelt met dit boek niets anders, dan de reis, die ieder Christen te maken heeft.
„Christen heeft het niet gemakkelijk ; keer op keer is hij in de allergrootste gevaren, maar hij weet zich gelukkig overal door te slaan. Hij moet tusschen twee leeuwen doorgaan ; meer dan een halven dag moet hij vechten met den duivel Apollyon, die hem niet wil doorlaten en hem, onder een afgrijselijk gehuil en gebrul, met zijn vurige pijlen wondt. Maar Christen verdedigt zich dapper, en eindelijk spreidt Apollyon zijn drakenvleugels uit en vliegt weg. Nauwelijks ontsnapt hij vervolgens aan het lot van zijn vriend Getrouwe, die op de IJdelheids-kermis den marteldood sterft. Dan neemt de reus Wanhoop hem gevangen en slaat hem zoo onmeedoogend met zijn knuppel, dat hij half dood blijft liggen. Toch weet hij ook uit diens handen te geraken en na nog vele andere gevaren te hebben doorstaan, ziet hij eindelijk de stad Sion liggen. Ze is van paarlen en edelsteenen gebouwd en haar straten zijn van louter goud.
Alleen de rivier des doods scheidt hem nog van zijn doel. Een brug is er niet, en 't water is erg diep. Maai als hij er doorheen gewaad is, komen de engelen hem tegemoet en leiden hem naar de poort. De bazuinblazers heeten hem welkom met bazuingeschal en gejuich, en al de klokken van de stad luiden. Christen heeft zijn pelgrimsreis volbracht”.
Buitengewonen opgang heeft dit boek gemaakt. Nog vóór Bunyan's dood waren er te Londen reeds lOO.OOO exemplaren verkocht. Alleen in Engeland is het honderden malen opnieuw gedrukt. Over het algemeen is men van oordeel, dat dit werk, na den Bijbel, het meest gelezen boek is. In Nederland werd het voor het eerst vertaald. En later, gelijk reeds gezegd, in vele talen (wel ongeveer tachtig !).
Het ligt niet in onze bedoeling, in dit korte artikeltje, dat zijn persoon even wil herdenken, een principieele critiek te geven op zijn theologische gedachten en methode. Maar de vele waardeering, die wij voor hem hebben, sluit niet uit, dat er tegen hem heel wat bezwaren zouden zijn in te brengen. Ongetwijfeld is Bunyan velen tot zegen geweest, en de wijze waarop hij aanspoort om tegen de zonde te strijden, doet weldadig aan, maar we kunnen ons niet ontworstelen aan den indri! dat de mensch wel wat veel staat in het eer trum zijner beschouwingen. Een feit is dan ook, dat Bunyan aanvankelijk vooral in mystieke kringen gewaardeerd werd. Later werd hij meer de vriend van iedereen. We weten niet, of dit als winst valt aan te merken. Wanneer we Bunyan aanvaarden, zooals hij is, en hem niet analyseeren, dan kan hij inderdaad stichten, maar wanneer we zijn beschouwingen dogmatisch en theologisch wegen (wat toch moet !), dan zullen we op niet weinig stooten, dat den toets der Heilige Schrift niet kan doorstaan.
Bunyan zegt veel, dat op zichzelf zeer aantrekkelijk is en sticht („stichting" is voor christenen gevaarlijk !), maar ons bezwaar is, dat men aan hem geen houvast heeft, wijl zijn beschouwingen te weinig de echt Schriftuurlijke stevigheid vertoonen, zonder hiermede te willen zeggen dat Bunyan on-Schriftuurlijk heeft willen zijn.
D.
d. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's