De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

6 minuten leestijd

DE „VERONDERSTELDE WEDERGEBOORTE”.
De Gereformeerde Kerken zitten met deze onhoudbare leer van de „veronderstelde wedergeboorte" leelijk in de maag. Dat is een uitvinding geweest van dr. A. Kuyper Sr., die meende dat hij daardoor de vastigheid van Gods verbond handhaafde ! Door de „veronderstelde" wedergeboorte van de kinderen !
Nu er vooral over dit punt „officieel" dispuut is tusschen de Chr. Geref. Kerk en de Geref. Kerken schrijft ook ds. M. Vreugdehil, Geref. predikant, over dit onderwerp in zijn „weerlegging" van de bezwaren, die door de Chr. Geref. Kerk tegen een eventueele samensmelting met de Geref. Kerken in 't midden zijn gebracht. Hoe zwak men echter in deze affaire staat — zonder dat men dit altijd wil bekennen en zonder radicaal herstel in deze — blijkt wel uit het antwoord dat ds. Vreugdehil geeft dienaangaande. Hij zegt :
„Rest nog 't bezwaar van de veronderstelde wedergeboorte — en de uitdrukking (in de verklaring van de Synode van Utrecht in 1905) „het is minder juist te doopen op onderstelling van wedergeboorte" en „de kinderen zijn voor wedergeboren te houden”.
„De uitdrukking veronderstelde wedergeboorte" aldus ds. Vreugdehil „is door dr. A. Kuyper Sr. gebruikt om de vastigheden van het verbond Gods te handhaven. Hij zag, dat er groot gevaar dreigde van individualistische en subjectivistische zijde, die de vastigheid van het verbond stelselmatig ondermijnt.
Daarom wilde hij de heerlijkheid van het verbond laten uitschitteren. Hij ging hierbij uit van hetgeen Gods Woord buiten allen twijfel ons leert, dat de Heere óók de God van ons zaad wil zijn en dat onze kinderen in Christus geheiligd zijn. Hij wilde dat maar niet uitwendig zien, waar hij op grond der Heilige Schrift aannam, dat het verbond maar niet een aanbieding van heil was, maar een schenken van heil ; en de Doop mocht maar niet een teeken en zegel zijn, dat God ons aanbood, maar een teeken en zegel van een metterdaad-geven van dat heil. En toen ging hij construeeren. Als, als, als en nog eens als... dan moet ik wel onderstellen, dat zij wedergeboren zijn en op grond daarvan mag ik de jonge kindertjes doopen.”
Het treft ons hier, dat ds. Vreugdehil hier zóó over dat „construeeren" van dr. Kuyper schrijft ; dat „construeeren" na de redeneeringen : als als als en nog eens als Het verwerpelijke van dit eigengemaakte systeem treedt hierdoor wel duidelijk in 't licht. Had nu de Synode der Geref. Kerken in 1905 ook maar duidelijke taal gesproken en heel dat fantastisch denk-systeem van dr. Kuyper beslist verworpen. Maar dat hebben de Geref. Kerken niet gedaan. Wat niet wij alleen zeggen, maar wat ook (en dit is het merkwaardige !) ook ds. Vreugdehil zegt. Hij schrijft immers :
„De Synode van Utrecht heeft deze laatste beschouwingen van dr. Kuyper niet aanvaard en nadrukkelijk uitgesproken, dat het „minder juist" is te zeggen, dat de doop aan de kinderen der geloovigen bediend wordt „op grond van hun veronderstelde wedergeboorte", omdat de grond van den doop is het bevel en de belofte Gods”.
„Maar aan den anderen kant heeft de Synode de vastigheid van het verbond willen handhaven en uitgesproken, dat het zaad der Kerk, krachtens de belofte Gods, te houden is voor wedergeboren en in Christus geheiligd, totdat het tegendeel blijkt." (Cursiveering is van ons. Red.).
Als dat nu geen „geven en nemen" is, of, anders gezegd : als dat nu niet is met de eene mond veroordeelen en met de andere mond weer belijden wat men pas verwierp — dan weten wij het niet. En het is ons een raadsel, nu al meer dan 30 jaar, hoe men in de Geref. Kerken nu zeggen kan, dat de Synode van Utrecht in 1905 de leer van de veronderstelde wedergeboorte door dr. Kuyper geconstrueerd, verworpen heeft. Er is niets, maar dan ook niets van waar !
„Het is jammer" — zoo besluit ds. Vreugdehil — „dat men van Chr. Gereformeerde zijde, en trouwens ook van meer zijden, zoo weinig acht geeft op de beslissingen van de Synode van Utrecht. Inplaats dat men dankbaar is, dat een Synode het voor het Woord Gods opgenomen heeft, óók tegenover een groot man als dr. Kuyper Sr. (dit is nog al een krasse uitspraak o.i. ten opzichte van de leer van dr. Kuyper door ds Vreugdehil neergeschreven !), „probeert men altijd weer de afgewezen beschouwingen" (welke ? — vragen wij. Red.) „in het Synodebesluit in te leggen" (neen, dat behoeft men niet „in te leggen", want het ligt er in !) „en alzoo het besluit van de Synode in zijn tegendeel om te zetten”.
Hoe ds. Vreugdenhil zóó schrijven kan, is ons een raadsel ; want hij weet zelf wel beter ! Hoort maar. Hij besluit aldus :
„Het is daarom ook wel jammer, dat het besluit van de Synode niet wat scherper is geformuleerd Het verraadt, dat hier een compromis gesloten werd”.
O zoo. Hier wordt het gevoeld, dat de Synode van Utrecht niet recht door zee is gegaan. Men heeft de geit èn de kool willen sparen. Maar dan mag men de Chr. Gereformeerden en andere Gereformeerden niet verwijten, dat ze niet lezen kunnen. Die kunnen juist wèl lezen ; maar in de Gereformeerde Kerken schijnt men, op dit punt althans, niet te kunnen lezen. Want als men lezen kon, dan zou men veel beslister en veel maar algemeen net spreken en schrijven als... ds. Vreugdehil. Hoort maar hoe hij toch eigenlijk ook het halfslachtige, onbesliste en onverstandige van het besluit van de Synode van 1905 aanvoelt......
„Het is daarom wel jammer, dat het besluit van de Synode niet wat scheper is geformuleerd. Het verraadt dat hier een compromis gesloten werd. Misschien" (neen, ds. Vreugdehil, niet „misschien", maar „stellig en vast" !) „zou de Synode klaarder zich uitgesproken hebben door te zeggen, dat het geheel onjuist is" (de Synode heeft gezegd „minder juist" — maar dat moet dus zijn „geheel onjuist") te doopen op grond van veronderstelde wedergeboorte. En misschien" (neen, ds. Vreugdehil, niet „misschien", maar „stellig en vast") , zou het beter geweest zijn, als de Synode ook de uitdrukking dat de kinderen als wedergeboren beschouwd moeten worden vermeden had”.
„Als we immers het zaad der Kerk als wedergeborenen beschouwen, zijn we bezig met oordeelen, als zaten we in Gods rechterstoel"; „of onze kinderen wedergeboren zijn, dat staat aan ons niet ter beoordeeling”.
Zou men in de Gereformeerde Kerken nu eindelijk niet eens een klare, heldere en goede beslissing gaan nemen in deze zoo belangrijke zaak ?
Wij betwijfelen het. Want als we nu een en ander van ds. Vreugdehil gehoord hebben, dat de goede richting uitwijst, dan geeft hij direct daarop de Chr. Gereformeerden en de andere Gereformeerden weer een veeg uit de pan. Dan schrijft hij, dat we wel o ! zoo dankbaar mochten zijn voor de verdediging van het verbond door de Gereformeerde Kerken en dat we niet mogen verlangen van de Gereformeerde Kerken, dat zij haar heerlijk belijden van de vastheid van het verbond zullen opgeven.
Maar wie vraagt dat ? De Chr. Gereformeerden ? Of de Herv. Gereformeerden ?
Niemand !
Maar wat wc wèl vragen is, dat de Gereformeerde Kerken de leer van de veronderstelde wedergeboorte enz. zullen opgeven ! Een leer, waarvan men eigenlijk zelf ook erkennen moet, dat het een gezochte speculatie is, die men hoe eer hoe beter geheel en beslist moet los laten !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's