De Huisgemeente van de Labadie
I. In Amsterdam.
Met het vertrek van de Labadie en de zijnen naar Amsterdam breekt een nieuwe periode in hun geschiedenis aan. Bezien we daartoe nog even kort de Labadie's ontwikkelingsgang.
Van zijn intrede in de Jezuietenorde af zijn er voor hem twee bronnen van religieuze kennis geweest : I. het uiterlijke Woord der Heilige Schrift ; 2. het inwendige Woord : de onmiddellijke verlichting der ziel door den Geest.
„De Labadie had daarmee de paden der mystiek betreden, waarop hij weliswaar de Schrift als Woord Gods, maar niet „als het eenige Woord Gods erkende. Het onmiddellijk door den Geest ontvangen inwendige Woord gaf pas het rechte licht op het Schriftwoord. 1)
Hierin staat hij lijnrecht tegenover de Reformatoren, die de volstrekte autoriteit der Schrift, als eenige norm voor leer en leven hadden beleden.
Zijn meditaties en onderzoek der Schrift maken hem tot een voorstander der Augustiniaansche praedestinatieleer. Hierdoor komt hij dicht bij de Gereformeerden te staan, zonder dat hij echter het belangrijke leerstuk van de „rechtvaardiging door het geloof" heeft verstaan. 2)
Hij bleef in wezen, ook na zijn overgang tot de Gereformeerde Kerken, quietistisch mysticus. 3)
Het ideaal : de Kerk te reformeeren naar het voorbeeld der eerste Christengemeente is hem bij gebleven ook in de Gereformeerde Kerk. Toen zijn ideaal in een plaatselijke Kerk onuitvoerbaar bleek, heeft hij, de volkskerk voor wereld verklarend, een huisgemeente gesticht. Deze afgezonderde gemeente van wedergeborenen zou voor de naamchristenheid in de Gereformeerde Kerk dezelfde beteekenis hebben, als het klooster voor de Roomsche Kerk.
In Amsterdam begint de geschiedenis der Huisgemeente. Onder de veilige bescherming van burgemeester Van Beuningen, kan de Labadie rustig zijn plannen ten uitvoer brengen. Had hij echter in Veere vriendschappelijke betrekkingen met Ned. Hervormden en Schotsch-Gereformeerden, hier staat de Kerk van Amsterdam zeer wantrouwig tegenover hem *), omdat ze van deze Dissenters (niet tot de Gereformeerde Kerk hoorende) nieuwe onrust vreesde.
De Labadie had wel bedenkelijke connecties in de hoofdstad, die verre van Gereformeerd waren ; Serrarius, Cpmenius, Poiret en Antoinette Bourignon. ^). Met verschillende van deze vrijgeesten zocht hij nauwer contact. Duidelijk blijkt hier de Labadie's verwantschap met deze „bedorven mystiekerij", die vooral zich uitleefde in de groepen buiten de nationale Kerk. (Doopsgezinden, Rijnsburger Kollegianten etc).
Veel resultaat zag de Labadie niet op zijn pogingen. Alles stuitte af op de zelfbewustheid der geestelijke leidslieden van de groepjes. (Is niet tot op heden in die kringetsjes de vraag : „wie de meeste zal zijn", een der overheerschende ? )
Met Antoinette Bourignon scheen het een oogenblik anders te gaan. Deze voormalige Roomsche dame met haar visioenen en openbaringen, ontving de Labadie, toen hij in Veere nog stond, met groote blijdschap.
Hijlkema vertelt ons er van (Il : pag. 77). „Een balling in den naam van Christus", zoo begon hij, „een gesmade door de wereld om der waarheid wil, zoekt toch wel niet te vergeefs een oogenblik rust bij een landgenoote, die ook den Heer liefheeft". Antoinette beantwoordde hem met een hartelijk welkom en op haar uitnoodiging verhaalde de Labadie zijn geschiedenis, waarvan 't onveranderlijke thema was : gehaat, gesmaad, gelasterd, vervolgd om Christus en der waarheid wil.
Hij had haar gezegd : „Mijn hart trok naar U heen. Gij hebt evenmin in de Roomsche Kerk rust voor uw ziel kunnen vinden als ik. Gij ziet het bederf, dat overal in de Kerk, die zich naar Christus noemt, is doorgedrongen. Gij voelt u geroepen reiniging aan te brengen en een gemeente van Gods kinderen te vergaderen ; wonderlijke overeenstemming ! dat alles is ook mijn roeping en mijn doel”
De Labadie kwam ook in aanraking met Bourignons bewonderaar Christiaan de Cort, die eigenaar was van het eiland Noordstrand bij Holstein.
Financieel gesteund door enkele rijke damesleden der Huisgemeente (o.a. de freules Van Sommelsdijck), wilde nu de Labadie dit eiland koopen, om er met zijn „Kerk van wedergeborenen" ver en vrij van de wereld den Heere te dienen. Toen de zaak vrijwel beklonken was, vertelde men alles aan Bourignon. Hevig vertoornd, dat zij buiten deze zaak was gehouden, sprak zij haar veto uit.
„Ik geloof” — zoo trachtte de Labadie haar te overreden — „dat God in zijn aanbiddelijke raad besloten heeft, dat mijn lot zich aan het uwe verbinden zou”.
Maar wars van zulk een vermenging van persoonlijke inzichten en goddelijke raadsbesluiten, viel zij hem vinnig uit de hoogte in de rede : „besloten in zijn aanbiddelijke raad ? Wat bedoelt gij daarmee, mijnheer ? Beteekent dat in uw mond, dat gij lust hebt uw plannen met mijn voornemens te vereenigen ? Maar dan zou ik liever den naam van God daartoe niet gebruiken ? "
Na dit voorval verwierp Bourignon eens en voor altijd een vereeniging met de Huisgemeente en tusschen beide ontstond een verkoeling, die gaandeweg tot verbittering klom. 7)
We hebben 't bovenstaande vermeld, omdat het ons duidelijk leert, dat de Labadie een rasechte subjectivist was, die wel zeer ver af stond van de nuchtere geest der oude Gereformeerden, die slechts bogen voor het Woord des Heeren.
De Labadie had in Amsterdam een flink gebouw met een groote zaal voor bijeenkomsten gehuurd. Aanvankelijk had hij groote toeloop uit de stad, terwijl ook verschillende aanzienlijke mannen en vrouwen uit de Voetiaansche levenskring enkele weken bij hem doorbrachten. Voor goed sloten zich aan de drie freules van Aerssen van Sommelsdijck, Amilia van der Haer, Louise Huigens etc. (Merkwaardig groot was steeds de invloed der subjectivisten op de gevoelige vrouwenziel !)
Na eenigen tijd echter kwam er aan de rustige groei een eind. De menschen van de straat zagen met leede oogen de groei der „gescheiden Kerk", wier leden ze als verraders van de Vaderlandsche Kerk, dus van de volksgemeenschap beschouwden (vgl. 1834 en 1886). Mee door de waarschuwingen tegen het „Labadisme" op de kansel, viel steeds meer de aandacht van het publiek op hen. Er ontstonden relletjes voor hun huis, waardoor de politie moest optreden.
Aangespoord door den Kerkeraad, verbood nu de Stadsregeering aan buitenstaanders de deelname aan de stichtelijke bijeenkomsten van de Labadie.
(Wordt vervolgd).
1) Heppe: Geschichte des Pietismus, pag. 243 e.v.
2) v.g.l. G. Oorthuys : Labadie en het Labadisme.
3) Zie Heppe t.a.p. en diens „Geschichte der quietistischen Mystiek in der katholischen Kirche".
4) Voor de notulen van den Kerkeraad over de Labadie : P. Scheltema „Aemstels Oudheid" (1872) deel VI, pag. 155—174. S) Men zie C. B. Hylkema : Reformateurs (2 deelen).
5) Over Bourignon : Hylkema : Reformateurs en bijv. H. Visscher : Het mystieke element in de bediening des Woords, pag. 13. Ook v. Berkum : Antoinette Bourignon.
6) Yvon schrijft later : „Kurzer Begriff unterschiedener Gottloser und irriger Reden und Satze Bourignons".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's