De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Huisgemeente van de Labadie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Huisgemeente van de Labadie

4 minuten leestijd

II.
Het aantal inwonenden nam nu sterk toe. Voor de leiders was het verbod aanleiding om „zich opnieuw voor Gods aangezicht te stellen en Hem te vragen, wat Zijn bedoeling was met het verbod".
Ze besloten met nieuwe ijver de hun toevertrouwde gemeente te trachten op te bouwen in geestelijke nieuwigheid des levens. Voortaan zouden echter alleen menschen worden opgenomen, „die bij een nauwkeurig onderzoek zichtbare kenmerken van hun ware godzaligheid vertoonden. Menschen, die grondig zichzelf en der wereld waren afgestorven. ^) Menschen, die steeds meer wilden afsterven naar den ouden mensch en die alle middelen daartoe wilden aangrijpen, Christus' kruis gewillig op zich nemen en Hem navolgen".
De Labadie kwam voorts tot de overtuiging, dat een Reformatie in de Gereformeerde Kerk zoo min als in de Roomsche mogelijk was. Het onkruid verstikte daar het beetje leven dat er nog was. Was er tot nog toe bij de Voetianen een zekere weifeling in de beoordeeling van de Labadie c.s., op dit punt zouden zich de wegen scheiden. Want al zagen ook Voetius en de zijnen de toestand donker in, de weg door de Labadie gewezen, wilden ze toch niet op.
De overgang van Anna Maria van Schuurman naar de Huisgemeente bracht een openlijk conflict. Reeds waren Yvon, Dulignon en Menuret, die plechtig tot „herders der ware Gereformeerde Kerk" waren uitgeroepen, het land doorgetrokken en had­ den op gezelschappen en in kringen te Utrecht, Middelburg, Rotterdam, Dordt, Den Haag enz., propaganda gemaakt voor de nieuwe gemeenschap. Ze wisten daarbij het „klavier der volksconsciëntie" goed te bespelen. In die dagen, toen ieder belijdend lid Avondmaal vierde, ergerden zich vele vromen aan het lichtvaardig toegaan van vele openbare wereldlingen. (Lodensteins houding tegenover Doop en Avondmaal, van welk laatste Sacrament hij zich onthield, kennen we).
De Labadisten predikten nu : ,,ledere wedergeborene, die met onbekeerden aangaat, bezondigt zich, verontreinigt zich door te eten en te drinken met die goddeloozen. Het is de plicht der geloovigen zich uit die verwereldlijkte kerk terug te trekken en óf zich bij de Huisgemeente aan te sluiten, óf een conventikel (als dochtergemeente) te stichten. Een oogenblik heeft Yvon geprobeerd Voetius tot zijn reformatiepogingen over te halen. In elke gemeente zouden alleen die belijdende leden, welke zichtbare kenmerken van waarachtig leven vertoonden, worden toegelaten tot het Avondmaal. De overigen zouden worden afgehouden.
Was dit onuitvoerbaar, dan moesten de ernstige Christenen uit de Kerk treden en zich onttrekken aan de gemeenschap met de zondaars.
Lodenstein voelde er wel wat voor. Later is deze methode ook in Duitschland toegepast (door Nethenus bijv.)
Maar Voetius moest er niets van hebben. Hij wist te goed, dat zelfs Herders niet kunnen oordeelen over anderer zielestaat. Dat zulks in strijd is met de Schrift en steeds door de Reformatoren verworpen („de Kerk oordeelt niet over het innerlijke"). De Huisgemeente, waar men de dagen doorbracht in geestelijke oefeningen en samenkomsten, waar onder de bezielende leiding van vader de Labadie alles nieuw geworden was, trok ook als een Beth-el en Zoar Anna Maria van Schuurman. Door haar aanbeveling was de Labadie hier gekomen , zij was het, die hem van den aanvang af had vereerd. Ondanks de vermaningen van haar ouden vriend Voetius, begaf zij zich naar Amsterdam, het voorbeeld navolgend van Paula, die eenmaal om zielespijs te ontvangen den Kerkvader Hiëronimus nareisde naar Jeruzalem.
Zij brak nu volledig met haar Utrechtsche vrienden. „Nu had ze het beste deel gekozen, dat niemand van haar weg kon nemen. Voortaan zou ze niet voor eigen eer en beroemdheid, maar voor de eere Gods leven".
Ze verkocht al haar bezittingen en sloot zich eenigen tijd later voor goed bij de Huisgemeente aan, voor wie ze een Moeder werd en ijverig pleitbezorgster. In het schoone boekje „Eucleria of verkiezing van 't beste deel" beziet ze haar leven en houdt een warm pleidooi voor de Labadie, „de man Gods, vol van den Heiligen Geest", die „met recht Paulus mocht nazeggen : zijt mijn navolgers, gelijk ik van Christus.”
Men herkent hier de „weg der mystiek, zooals bijv. in de „Theologia deutsch" voorgesteld. Dittelbach heeft opgemerkt (Verval en Val der Labadisten, o.a. pag. 15) dat dit practisch neerkwam op een slaafsche gehoorzaamheid aan de leiders, zooals in de kloosters.
Goebel : „Geschichte des christlichen Lebens in der rheinisch-westfalischen evang. Kirche", deel II, pag. 386 bijv.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Huisgemeente van de Labadie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's