De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Ned. Herv. Kerk en de Doodehandsbelasling.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Ned. Herv. Kerk en de Doodehandsbelasling.

8 minuten leestijd

In den loop van den komenden herfst zal in de Tweede Kamer de Doodehandsbelasling behandeld worden, daar deze anders op 31 December a.s. automatisch eindigt. De Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk is van oordeel, dat deze belasting voor de Ned. Hervormde Kerk niet kan en niet mag worden verlengd.
In verband hiermede worden door het Hoofdbestuur der Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk in de maanden September en October een tiental provinciale vergaderingen gehouden.
Maandagmiddag werd te Rotterdam in de bovenzaal van Tivoli de eerste van deze vergaderingen gehouden, alwaar de voorzitter der Vereeniging, de heer J. A. Bakker, de stoffelijke zijde van 't vraagstuk der Doodehandsbelasting heeft uiteengezet, waarna ds. M. van Grieken van Rotterdam, meer de geestelijke zijde van het al of niet handhaven dier .belasting heeft belicht.
De heer Bakker, lid van de Tweede Kamer, sprak aldus : Deze vergadering zal niet staan in het teeken van de politiek. Er zal niet op de Regeering of eenige politieke partij worden afgegeven. Dit wil spreker vooropstellen.
Vervolgens ging spreker de totstandkoming van de wet van de belasting op goederen in de doode hand na. Reeds meer dan een halve eeuw werd aan zulk een belasting gedacht. Doch met name eerbied voor de Kerk heeft de totstandkoming er van weerhouden. In 1934 is niettemin de wet tot stand gekomen, hoewel de Vereeniging van Kerkvoogdijen heeft getracht haar te voorkomen, althans voor zoover de Kerken belast werden.
Nu de wet, welke een tijdelijk karakter had, binnenkort zou komen te vervallen, indien niet opnieuw voorzieningen worden getroffen, is er met Regeeringspersonen gesproken. Deze hebben nu wel overweging toegezegd, doch voorts geen toezeggingen gedaan. Er is dan ook zeker een wetsontwerp tot verlenging te verwachten. Slechts kunnen we nu nog hopen, dat Regeering en Volksvertegenwoordiding alsnog tot het inzicht te brengen zijn, dat de Kerken dienen te worden vrijgesteld. De vergaderingen, welke gehouden worden, dienen echter niet als „protest"-vergaderingen te worden beschouwd.
De opbrengst der wet, welke vroeger wel eens op 10 millioen werd geraamd, doch bij de indiening der wet nog slechts op 3 millioen werd gesteld, heeft slechts 2 millioen p. jaar bedragen. De Roomsche kerken en kloosters waren niet zoo rijk als men wel dacht.
Het aandeel, dat de Ned. Hervormde Kerk in de belasting betaalt, is niet juist te bepalen, doch kan, volgens een gehouden enquête, als volgt worden aangenomen : Goederen der kerk ƒ 70.000.-— p. jaar ; Pastoriegoederen ƒ 30.000.— ; Diaconiegoederen ƒ 30.000.— en Synodale fondsen ± ƒ 20.000.— ; in totaal dus ongeveer 1 1/2 ton. De andere Kerkgenootschappen betalen in totaal ongeveer een gelijk bedrag, zoodat 15% van de belastingopbrengst van de Kerken komt.
Spreker is van oordeel, dat dit bedrag niet van dien aard is, dat de Regeering daarom aan de Kerken geen vrijstelling kan verleenen.
Vervolgens wees spreker er op, dat, oppervlakkig gezien, slechts een klein bedrag gevraagd wordt (2 a 3%), doch men moet bedenken, dat het van het vermogen en niet van het inkomen geheven wordt. En zoo wordt het wel een tiende penning van het inkomen.
In verschillende gemeenten moet de belasting door collecten bijeengebracht worden, waardoor zij dus een belasting op het lidmaatschap wordt. De armenzorg der Kerk wordt er door getroffen. Verschillende zaken lijden onder de belasting.
Daarbij komt, dat de invoering der belasting samenviel met een slechten economischen toestand, waaronder de Kerk ook te lijden heeft. Door de belasting worden de tekorten der Kerk verhoogd, met gevolg, dat op noodzakelijke werken bezuinigd moet worden. Er is ook een tendenz van stijging. Tengevolge van speculatie is de waarde der landerijen ten zeerste gestegen. Daardoor stijgt de belasting, ofschoon de inkomsten (pachten) niet vermeerderen.
Het zou dan ook billijker geweest zijn, indien de belasting niet op het vermogen, doch op de inkomsten geheven werd.
In materieelen zin zijn er dus tal van bezwaren tegen de wet aan te voeren.
Maar een bezwaar is óok, dat de Regeering alle gegevens over alle bezittingen der Ned. Hervormde Kerk op papier krijgt. Dat is een groot bezwaar. Het gevaar is niet denkbeeldig, dat het percentage der belasting verhoogd wordt. Jaarlijks wordt thans aan de Ned. Hervormde Kerk door den Staat een bedrag "van 1 millioen uitgekeerd. In den vorm van Doodehandsbelasting haalt de Staat daarvan thans 1 1/2 ton terug.
Grondwettelijk is dat zuiver, doch dit strijdt tegen ons kerkelijk gevoel. Langs den weg van camouflage zou de kwestie der Rijkstractementen tot een bij­ zonderen toestand kunnen leiden. Er kan zoodoende een andere verhouding tusschen Staat en Kerk geschapen worden. De wet is niet bedoeld' als een greep naar de Kerk, doch in feite is het toch eigenlijk zoo. En men moet vooral in dezen tijd met die verhouding van Kerk en Staat voorzichtig zijn.
Als men materieel de Kerk niet meer vrij laat, is er maar heel weinig noodig om ook geestelijk de Kerk aan banden te leggen. In het belang van de Ned. Hervormde Kerk en van haar geestelijken toestand, achten wij het gewenscht, dat deze belasting niet langer aan de Kerk wordt opgelegd.
Vervolgens werd het woord gevoerd door ds. M. van Grieken, van Rotterdam.
In den kring van den Gereformeerden Bond, althans van het Hoofdbestuur, leeft de gedachte, dat de Doodehandsbelasting niet moet worden bestendigd — aldus spreker. Toch heeft spreker's optreden in deze vergadering niets te maken met zijn voorzitterschap van den Geref. Bond. Spreker staat hier thans alleen maar als dominé. En hij wil deze schoone gelegenheid niet ongebruikt laten voorbijgaan, om heel ernstig te spreken over de goede verhouding, die er zijn moet tusschen Kerkvoogdij en predikant. Als daaraan iets ontbreekt, is het dikwijls tot onnoemelijke schade voor het gemeenteleven. En ook hier geldt: „de cost gaat voor de baet". De verhouding tusschen kerkvoogden en predikanten moet goed zijn.
Aan een protest-vergadering tegen ons belastingstelsel, of tegen de Regeering, of tegen den Minister van Financiën, wil spreker en ook niemand onzer meedoen.
Spreker gaf vervolgens een beschouwing over den financieelen band, welke sinds eeuwen tusschen den Staat en de Kerken bestaat, met name met de Ned. Hervormde Kerk, met de bijzondere omstandigheden voor de Kerken, die na 1815 zijn ontstaan en waarmee de Overheid ten onzent zich in 't geheel niet inlaat ; het is, financieel, alsof deze niet bestaan. Een meer ideale regeling van de „zilveren koorde" achtte spreker gewenscht en noodzakelijk, gelet op geruchtmakende wereldgebeurtenissen. Maar wie zal ons helpen en uithelpen uit deze moeilijke kwestie ? Sprekende voorts over de goederen in de doode hand, wees spreker er op, dat men nu komt aan bezittingen en gelden, welke uitsluitend bestemd en nagelaten zijn ten behoeve van den arbeid der Kerk. Tot een „heilig gebruik" zijn die goederen en gelden afgeven, voor Kerk, pastorie en Diaconie.
De Overheid erkent zeer zeker de groote beteekenis der Kerk. Boven het cultureele werk wordt gezien de Kerk als een licht pp den berg. Hoe beter het de Kerk gaat, des te beter is het voor allen. Het gaat om de geestelijke gezondheid van het volk.
Als geestelijk domein moeten alle kerkelijke goederen en bezittingen buiten de belasting vallen. De Kerk, van eigen structuur, van bijzonder groote beteekenis, moet niet worden belast. Alles wat van het goed van de Kerk wordt afgenomen, wordt in schade voor den Staat omgezet, niet allereerst financieel, doch geestelijk.
Daarom is ons advies : schaf de Doodehandsbelasting af ; maakt den nu pas gelegden band los. De band, die slechts tijdelijk zou zijn, moet niet voortduren, omdat de Staat hier fout gaat en de Kerk hier in haar geestelijk goed en werk schade lijdt.
Wel wil spreker nog een ernstige waarschuwing laten hooren. Laten de geestelijke goederen als geestelijke goederen gebruikt worden, of ze zouden ons ten verderve zijn. Onze Hervormde Kerkvoogdijen hebben hier een hooge roeping, een heilige taak. Hulde bracht spreker voor zoo velerlei arbeid in moeilijken tijd verricht door zoovele kerkvoogden, die èn de goederen van de doode hand wisten te beheeren naar behooren, dienende de Kerk, den predikant, de pastorie ; èn die daarbij ook wisten te komen aan de goederen der levenden, in liefde voor de Kerk gegeven.
Onze Hervormde Kerk heeft er naar te staan de geestelijke goederen geestelijk te gebruiken, opdat ze onder Gods zegen mogen dienen tot uitbreiding van Gods Koninkrijk. En de Overheid roepen we toe : trek hier uw handen terug.
Motie aangenomen.
Nadat nog enkele vragen en opmerkingen waren beantwoord, deed de voorzitter voorlezing van een motie, welke aan alle vergaderingen ter goedkeuring zal worden voorgelegd.
Deze motie luidde :
„Kerkvoogdijen en Kerkeraden der Ned. Hervormde Gemeenten in de Provincie Zuid-Holland, heden in grooten getale in een vergadering te Rotterdam bijeen en aangehoord hebbende de ernstige principieele en financieeie bezwaren, die er bestaan tegen de verlenging der wet op de Doodehandsbelasting 1934, voor zoover de goederen van de Ned. Hervormde Kerk betreffende, besluiten Uwe Excellentie zeer dringend te verzoeken de indiening van een wetsontwerp nader in overweging te nemen, althans de kerkelijke goederen vrij te stellen".
Nadat ds. Van Grieken nog met een ernstig woord er op had aangedrongen, dat men dit adres niet als een „vlammend protest", maar als de indiening van sterk gevoelde bezwaren zou beantwoorden, opdat het kerkelijk woord waardig blijve, dankte de voorzitter de aanwezigen voor hun groote opkomst en de sprekers voor hun bereidwilligheid, hier op te treden.
Hierna sloot ds. Van Grieken de vergadering met dankgebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Ned. Herv. Kerk en de Doodehandsbelasling.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's