De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Terwijl heel de wereld vol angstige spanning en bange vreeze leeft, was het in dezen lande overal volop feest, spontane jubelklanken, overal.
In breeder geledingen, in meer massalen vorm heeft 't volk van Nederland zich zelden uitgesproken dan nu, hoe het bezit van een Vorstinne, als thans ons regeert, wordt gewaardeerd en op prijs gesteld.
Van het uiterste tipje in het Noorden tot het verste plekske in het Zuiden, van de Oostergrens tot het Westerstrand, heeft de meest blijde jubel zich geuit. Dag aan dag sierde het feestkleed den schouder van Overheid zoowel als burger. Niets gemaakt was daartusschen. Het ging van harte. Wat vóór jaren niet te voorzien was en wat slechts heel weinigen hadden durven hopen, werd thans aanschouwd. De eenheid van het volk sprak zich uit in de huldiging van haar Vorstin. Onoverzichtelijke scharen verdrongen zich, stonden uren in de rijen om Haar te zien, die hier van Godswege tot Leidsvrouwe zich zag geroepen.
Een gewaarwording, die noode zich omschrijven laat — alleen te beleven — laat zich aflezen van het aangezicht van lederen toeschouwer. Een Koningin, een gave van Boven. En welk een Koningin werd ons in Hare Koninklijke Hoogheid geschonken. Het eerste rechtmatige verwijt van trouwbreuk of rechtsverkrachting moet nog tegen Hare Hoogheid worden ingebracht.
Iedereen is vol eerbied.
Is dit niet iets, wat vanzelf heenwijst naar omhoog ?
Wat is het, dat ge niet ontvangen hebt — geldt voor hoog en laag, geldt ook voor Hare Majesteit.
Zoo dwingt ook dit moment ons tot opzien naar den Gever van alle goeds, tot den Koning der koningen. Hij gaf en geeft aan ons land en volk rijke juichensstof. Het bezit van zulk een Vorstin gedurende zulk een langen tijd, 40 jaar, telt in onze overladen tijd voor veel langer tijdperk. Onnoembaar veel speelde zich af in deze laatste jaren, vandaar dat deze mijlpaal ons allen een gebiedend halt toeroept : „Sta even stil. Ik heb u als volk van Nederland iets te zeggen. Wie tot dit volk behoort, houde den jubel niet besloten”.
Zou dit vaker dan eenmaal als bevel in de ooren moeten klinken van ieder rechtgeaard kind dezer landen ? Wij zien daarin de uilbeeldende zorg van Godes hand. Was de bede, die opklonk van de stervende lippen van haar grooten Voorzaat, niet : „Heb erbarmen met mij en met dit arme volk". De verhooring daarvan wordt in de meest kostelijke vruchten neergelegd aan onze voeten : Tot in geslachten bevestig Ik Mijn Woord, spreekt do Heere. Het Verbond, gesloten met den Potentaat der potentaten, staat onwankelbaar vast.
Waar deze perspectieven zich voor ons openen, laten ook onze lippen het uitspreken ; Godes Naam zij verheerlijkt in Zijn eigen gave.
Waar dit als alleszins passend door ons wordt aangevoeld, dat geen der rechtgeaarde onderdanen van een aardsch Vorst of Vorstin achterblijft als hulde en eerbetoon gevorderd wordt, zou het dan niet in nog volstrekter zin mogen gelden van lederen onderdaan van Koning Jezus ? Waar Zijn eere dient vermeld en Zijne grootheid mag verheerlijkt, blijve geen hunner achter. De roeping, in deze dagen schouder aan schouder te staan, of anders uitgedrukt, dat knie naast knie zich voege, worde ons steeds duidelijk gepredikt.
Daartoe neige de Heere ons aller hart. Wij mochten in deze dagen 's Heeren trouw en waarheid duidelijk merken. Zoo leggen wij het overzicht voor, van wat wij ontvingen.
1. In dezen tijd komen van meerdere zijden de contributies binnen en van de Afdeelingen en van verspreide leden van den Bond. De eerste Afdeeling, welke aanklopte, was die van Goudriaan. Deze legde mij 2 bankjes voor van 10 gulden ƒ 20.—
2. De tweede, die zich meldde, was de Penningmeester van de Afdeeling Numansdorp. Deze zond mij „ 12.75
3. Collega Timmer zond mij de contributie van de verspreide leden te Ermelo. 'k Hoop, waarover hij schreef, wel in orde te brengen. Hij droeg thans af de som van : „ 18.—
4. College Bousema te Zuid-Beijerland was zoo goed mij evenzoo de behulpzame hand toe te steken. Hij zond mij de som van „15--”
5. Collega H. te O. zond mij ook z'n contributie, zijnde , 2.-
6. Collega M. te A. was zoo goed hetzelfde te doen. Hij zond mij als contributie „ 5,--
Mogen wij allen, die op deze wijze mij den arbeid hielpen verlichten, zeer hartelijk dank zeggen.
7. Collega Heijer te Vlaardingen zond mij tot tweemaal toe een gift, die hij mocht overmaken. Mej. J. S. G. te Schiedam had hem een gulden voor onze fondsen ter hand gesteld „ 1.—
Terwijl uit de collecte te Vlaardingen de helft van een gift van 10 gld. voor het Leerstoelfonds bleek bestemd te zijn. Alzoo mocht ik ook hiervoor weer 5 gld. boeken „ 5.—
Mogen wij collega Heijer recht hartelijk dankzeggen voor de betoonde welwillendheid in dezen, terwijl wij intusschen de gevers in gedachten door een stevigen handdruk onzen dank zoeken te vertolken. 8. In de collectezak te Hattem wordt van tijd tot tijd door een of meerdere van onze meelevende vrienden een gift gedeponeerd voor onze fondsen. Wij zijn hiervoor hoogst erkentelijk en betuigen aan den Kerkeraad en aan gevers onzen warmen dank.
Wij kregen dezen keer „ 1.—
9. In het Noorden des lands hebben wij enkele posten, waarvan wij vanouds de namen zien vermeld in onze boeken. Zoolang ons heugt, heeft men hier met woord en daad getoond de prediking van de aloude Waarheid naar de Schriften lief te hebben. Vandaar dat van tijd tot tijd giften worden afgedragen voor den Geref. Bond en zijn fondsen. Zoo had collega Luteijn te Onstwedde ook nu weer de gelegenheid mij een gift toe te zenden van 25 gulden. Deze was in de kerkcollecte aldaar gevonden „25.—
Dat deze gift met blijdschap door ons werd ontvangen, behoeft nauwelijks aparte vermelding, 't Stemt zoo bemoedigend in onze dagen van fel afbrekende critiek, ook bemoedigende woorden te hooren en in niet te misduiden vorm krachtige steun te ondervinden. Wij zijn den gever oprechten dank verschuldigd en zeggen ook collega Luteijn hartelijk dank.
10. Van een onzer vrienden te K., wiens naam werd aangeduid met de letter S., kreeg ik, gelijk ook voorgaande jaren reeds geregeld plaats had, voor onze fondsen „ 4.—
Mag ik ook hem onzen vriendelijken dank betuigen.
11. Van den heer G. M. te Hilversum kreeg ik 10 gulden, met bestemming voor de Geref. Zending, 'k Heb deze dan ook als zoodanig genoteerd en betuig hierbij mijn vriendelijken dank.
12. Een tweetal busjes, waarvan het eerste stond in het Noorden en het andere meer in 't midden van ons land, werden geledigd en de inhoud mij toegezonden.
Mej. S. F. R. te Tietjerk zond mij twee gulden , 2.—
13. Mej. C. Qualm te Hazerswoude zond mij als opbrengst van de laatste drie maanden „ 24.25
Met warmen dank maak ik hiervan melding. Die stille vragers, die geen gelegenheid laten voorbij gaan om onzen arbeid steun te bieden, kunnen niet genoeg worden gewaardeerd. Ik betuig mijn groote erkentelijkheid voor wat zij voor ons doen in dezen.
14. Van de Afd. Alphen a. d. Rijn kreeg ik met een begeleidend schrijven de contributie mij toegezonden zijnde „ 30.—
Wij spreken de hoop uit, dat onze arbeid ook door breederen steun in beteekenis mag winnen.
15. Bij 't afscheid van ds. Schroten te Suawoude werd voor onze fondsen een collecte gehouden welke opbracht de ronde som van 25 gulden. Wij zeggen onze vrienden in het Noorden recht hartelijk dank voor deze blijken van medeleven „ 25.—
16. Van de Evangelisatie 'te den Hulst „Rehoboth" kreeg ik dezen morgen nog een giro-biljet van „ 5.—
Daar een nadere aanduiding ontbrak, weet ik niet onder welk hoofd deze vernield mogen worden. Ik vermoed dat hier een spreekbeurt is gehouden. Mag ik dit nog even nader vernemen ?
17. Ten slotte nog een bizondere verrassing. Van den Weledelgestrengen heer Johs. Knoppers, Notaris te Amersfoort, kreeg ik de mededeeling, dat aan onzen Bond een legaat was vermaakt van 500 gulden, door mej. H. Morra, aldaar. Na aftrek der kosten, successierechten etc. bedroeg wat de Geref. Bond toekwam „ 439.50
Ge begrijpt hoe ik te moede was. Op zooiets had ik heelemaal niet gerekend. Zeer duidelijk mocht ik ook hierin Gods wonderdoende hand opmerken. Telkens en telkens bevestigt Hij wederom Zijn Woord : wie het op Mij waagt, komt niet bedrogen uit. Ik zorg voor u”.
Wat wijlen mej. Morra bij haar leven heeft beschikt, staat niet op zich zelf, doch is een besluit geweest waartoe zij zich gedrongen heeft gevoeld van Hooger hand. Hierop lettende, wordt 's Heeren Naam in dezen alleen geprezen.
Wij mogen niet verzwijgen, dat het heengaan van haar voor ons verlies moge beteekenen, voor haar zelve winste. Wij gedenken met eerbied de nagedachtenis van deze vriendin en betuigen onzen stillen dank aan de naverwanten, die mede haar laatsten wil hebben helpen uitvoeren.
Waar onze doelstelling niet anders is dan in afhankelijkheid van Hem, Die alle dingen leidt naar Zijn Raad — Zijn Woord te verbreiden en Zijn Naam te verheerlijken — gaan wij gemoedigd voort om onzen arbeid te verrichten in deze veelbewogen dagen.
De Heere zij ons allen goedertieren en wijke met Zijn gunst van ons niet.
Wat inkwam deze dagen bedraagt de som van
f 634.50
utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's