WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
Diaconie en burgerlijk armbestuur.
Op de 18e provinciale diaconale conferentie van Zeeland te Goes behandelde dr. J. J. van den Berg uit Goes de vraag :
„Is het in overeenstemming met het Gereformeerd beginsel dat kerken de hulp van een Burgerlijk Armbestuur inroepen voor de verzorging harer armen, wanneer dat Bestuur beschikt over historisch geworden goederen ? " Van het antwoord, dat inleider gegeven heeft, knippen we uit Zeeuwsche Kerkbode volgend verslag :
De inleider brengt het navolgende naar voren :
Het Geref. beginsel van verzorging der armen is : In de arme leden der gemeente, Christus zelf te dienen. Voor de geregelde verzorging is het diakenambt ingesteld. Dit ambt behoort de armen te verzorgen naar orde en maat aangegeven in de Schrift, d.i. :
Eerst de wedervergelding, dan de particuliere barmhartigheid uit hoofde van bijzondere relatie, dan eerst de Diaconie. Lettende op bovenstaande, is de taak der Diaconie :
1e In het zoeken of er een helper is (familie of andere relatie) en of de nood gelenigd kan worden door een zeker recht (b.v. sociale verzekering, steunregeling, enz.).
2e. Toezien, dat de hulp voldoende zij.
Wanneer door economische moeilijkheden hel verschaffen van voldoende middelen voor vele kerken moeilijk of ondoenlijk wordt, is door de Synode van Groningen in 1927 een regeling getroffen, om deze kerken mogelijk te maken de armen te verzorgen naar beginsel der Schrift.
Mag nu een Diaconie gebruik maken van het Groninger Synodebesluit, als ze zich kan wenden tot een B. A., dat beschikt over historisch geworden goederen?
Inleider maakt duidelijk, dat deze goederen in vroegere eeuwen vrijwillig gegeven zijn, met het doel de armen daaruit te verzorgen en ze behooren naar oorsprong en doel tot de „goede middelen", waarvan het bevestigingsformulier der diakenen spreekt.
De Overheid legde beslag op deze goederen, sloot de kerk als beheerders uit en stelde als beheerder aan het B. A. Wil men nu van deze goederen gebruik maken, dan moet men zich tot het B. A. wenden, langs een weg, wettelijk omschreven in de Armenwet. Deze schrijft het B. A. voor, geen ondersteuning te verleenen dan op persoonlijk verzoek van den hulpbehoevende, zoo deze geen steun ontvangt ; voor het geval hij geen voldoende steun ontvangt, verklaart de Diaconie, dat ze hem geen voldoende steun kan geven, waarop overleg optreedt tusschen B. A. en Diaconie. Wanneer een Diaconie genoodzaakt is zich te beroepen op het Groninger Synodebesluit 1927, maar vooraf gebruik zou willen maken van de „goede middelen" onder het beheer van B. A., kan ze dit doen door :
1e den arme naar het B. A. te sturen, met de verklaring, dat ze hem geen ondersteuning geven kan.
2e Zelf te verklaren, hem geen voldoende ondersteuning te kunnen geven.
Ad I. „Is deze weg in overeenstemming met het Gereformeerd beginsel?
Een lid der kerk mag nooit genoodzaakt worden, bij een persoon of macht buiten de kerk hulp te zoeken, daar dit de eer van den Koning der Kerk te na komt.”
Ad 2. „Alles wat een lid der kerk bezit, behoort Christus toe. De leden van eenzelfde kerk ontvangen samen hun inkomsten, waaruit allen leven moeten.”
Er blijkt, dat bovengenoemde verklaringen niet afgelegd kunnen worden.
Hoewel de middelen waar het om gaat tot „de goede" behooren, is de weg ter verkrijging daarvan niet goed, is dus het geheel niet goed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's