De Catechismus van Calvijn.
ZONDAG 53.
Vraag : Waarom is er in het Avondmaal een'' dubbel teeken ?
Antw. : God heeft rekening gehouden met onze zwakheid, om ons te doen weten, dat Hij niet alleen spijze, maar ook drank voor onze zielen is, opdat wij nergens anders iets voor ons geestelijk leven zoeken en ons volledige voedsel in Hem zouden vinden.
Vraag : Moeten allen, zonder onderscheid, dit tweede teeken, dat is te zeggen den beker, nemen ?
Antw. : Ja, volgens het bevel van Christus. Daarop inbreuk maken, zou groot onrecht zijn.
Vraag : Hebben wij in het Avondmaal alleen de heenwijzing naar de genoemde weldaden, of worden deze er ons in waarheid in gegeven ?
Antw. : Daar Jezus Christus de waarheid zelve is, moet men niet betwijfelen, dat de beloften, die Hij in het Avondmaal schenkt, daarin niet zouden worden vervuld, zoodat Hij met het beeld ook de zaak zelve geeft. Omdat Hij het ons in woord en teeken belooft, twijfel ik er dan ook niet aan, of Hij maakt ons deelgenooten van Zijn eigen wezen, om ons met Zich in éénzelfde leven te vereenigen.
Vraag : Maar hoe kan dit geschieden, daar het lichaam van Jezus Christus in den hemel is en wij op dezen aardschen pelgrimstocht zijn?
Antw. : Dat bewerkt Hij door de wonderbare en mysterieuse kracht van Zijn Geest, die zaken, welke door afstand van plaats gescheiden zijn, zeer goed kan vereenigen.
Vraag: Gij bedoelt toch niet dat het lichaam opgesloten zit in het brood en het bloed in den beker ?
Antw. : Neen, integendeel, om de door het Sacrament afgebeelde waarheid te bezitten, moeten wij onze harten opwaarts in den hemel verheffen, waar Christus is, in de heerlijkheid Zijns Vaders en vanwaar wij Hem als Rechter en Verlosser verwachten. Hem te zoeken in aardsche elementen, is verkeerd en vergeefs.
Vraag : Kunnen we dus alles nu samenvatten op deze wijze : dat er in dit Sacrament twee zaken zijn, en wel allereerst het uiterlijke brood en de uiterlijke wijn, die we met onze oogen zien, met de handen tasten en met den smaak van onzen mond waarnemen; maar dan óok ten andere, Jezus Christus, met Wien onze ziel innerlijk als met haar eigenlijk voedsel gespijzigd wordt?
Antw. : Ja ; evenwel zóó, dat wij er ook een pand van de opstanding van ons lichaam in bezitten, voor zoover als dit deelachtig wordt het brood en den wijn, dat teekenen des levens zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's