Rondblik buiten de Grenzen
Het opzienbarende bericht, dat Chamberlain per vliegtuig naar Hitler zou gaan om persoonlijk met den Führer over den gespannen toestand te overleggen, kwam, helaas, te laat om het nog in ons vorig Overzicht te releveeren. En wat zullen we er nu nog over zeggen ? Men weet, dat de nobele daad van den grijzen staatsman allerwegen met sympathie werd begroet. Zelfs in Duitschland, waar overigens mannen, die „de minste" durven te zijn, niet bijster in tel zijn. Op het oogenblik dat we dit schrijven, bestaat er eenige hoop dat het eerlijk pogen van Engeland, in nauw contact met Frankrijk ondernomen, om de oorlogsdreiging te bezweren, niet zonder succes zal blijven. Maar dan zal Praag de eischen van Berlijn practisch geheel moeten inwilligen en het Sudetenland aan Duitschland afstaan. Men begrijpt, dat dit voor Tsjecho-Slowakije een ernstige teleurstelling is. Aanvankelijk scheen het dan ook dat Praag niet van plan was om aan het „advies" van Londen en Parijs gehoor te geven. Als Praag het op een oorlog liet aankomen, zou het dezen natuurlijk moeten verliezen, ook al werd herhaaldelijk met het idee van Russischen bijstand geschermd. Maar wel zou Praag het in handen hebben om dusdoende een Europeeschen oorlog te ontketenen. Met dit minderwaardige „argument" heeft Berlijn per slot ook zijn eischen ingewilligd gekregen. Waarom zou dus Praag er ook geen gebruik van maken ? Benesj zal echter, naar wij hopen en vertrouwen, wel inzien, dat een Europeesche oorlog het levenswerk van Masjarijk grondiger en verschrikkelijker zou vernietigen dan een tegemoetkoming aan de Duitsche eischen zulks doet. En practisch heeft de Praagsche regeering geen keus. Londen, Parijs en Berlijn zijn het eens geworden.
* Terwijl de internationale spanningen met den dag toenemen, is het instituut, dat in het leven geroepen scheen om in bewogen tijden een belangrijke rol te vervullen, bijeen gekomen om te constateeren dat het onmachtig is iets te doen. De tragische afbraak en afbrokkeling van het aanzien en den invloed van den Volkenbond is reeds te lang duidelijk geworden, dan dat we ons over de thans te Geneve afgelegde verklaringen nog ernstig teleurgesteld zouden kunnen gevoelen. Internationaal recht zou slechts een begin van toepassing hebben kunnen vinden, wanneer allen zich daaraan wilden onderwerpen. Maar het tegendeel is het geval gebleken. Wanneer dit internationaal recht niet in overeenstemming bleek te zijn met hetgeen men als direct eigen belang meende te zien, werd Geneve den rug toegekeerd. Men trachtte dan verder, met de wapens in de vuist, te bemachtigen, wat de Volkenbond had willen tegenhouden. Of wel, men liet zijn plaats rond de groene tafel niet onbezet, doch deed overigens wat men goed dacht. Andererzijds werd, uit vrees voor moeilijkheden, het internationaal recht te dikwijls vereenzelvigd met den „status quo" ; met de toestanden en verhoudingen zooals ze, in een onevenwichtigen na-oorlogstijd, nu "eenmaal geworden waren. En zoo is „het ideaal van de universaliteit van den Bond meer en meer op den achtergrond geraakt", gelijk onze Minister van Buitenlandsche Zaken, mr. J. A. N. Patijn, vorige week ter Volkenbondszitting verklaren moest. Nederland heeft uit die gewijzigde situatie zijn conclusie getrokken. De eene machtige, invloedrijke en wèl-bewapende Staat na den anderen, plaatste zich naast, om niet te zeggen tegenover, het centrum van internationaal recht, dat de Volkenbond had willen zijn. En daardoor verloor het Geneefsche instituut de macht om op den gang van zaken invloed uit te oefenen, nog voor het daartoe ook maar bij benadering in staat werd gesteld. Zou het geringe aantal leden dat nu den Volkenbond trouw bleef, in staat zijn om op eigen houtje „politie-tje te gaan spelen" ? De Nederlandsche regeering heeft deze vraag duidelijk ontkennend beantwoord. Met name heeft onze Minister doen weten, dat Nederland zich niet tot het aanpassen van „sancties" kan verplichten. Over die „sancties" heeft het courantenlezend publiek meer dan genoeg gelezen. In artikel 16 van het Volkenbondspact hebben de leden, wenschende bijstand te verleenen aan een land, dat slachtoffer zou zijn van een eventueelen aanval, zich verbonden, deel te nemen aan een gemeenschappelijke actie tegen den Staataanvaller. Het was het artikel, waarop o.m. de „sancties" tegen Italië, ten tijde van Abessynië, gegrond werden. Ze waren reeds toen onvoldoende van uitwerking. En thans zou een kleine Staat, die aan de toepassing er van wilde medewerken, zich wel eens ernstig in de vingers kunnen snijden. Zij zouden zich, „in een wereld, waarin de groote mogendheden tot de tanden gewapend, tegenover elkander zouden staan, zich in één van de twee tegengestelde kampen moeten scharen". Nederland verwacht daar niet dan onheil van en keert tot de vooroorlogsche neutraliteit terug. Het zal ook naar omstandigheden beslissen of het aan gewapende strijdkrachten van andere Bondsleden eventueel al dan niet doortocht zal verleenen. Dit standpunt wordt door alle kleinere Bondsleden gedeeld en ondervond ook van de groote mogendheden allerminst tegenspraak.
We gelooven dat ook de publieke opinie onder ons volk Minister Patijn „groot gelijk" geeft. En we deelen dat inzicht. Maar men stelle het toch niet voor alsof we er ons over verheugen kunnen, dat de oude situatie weer terugkeerde. De brute, welbewuste machts-politiek, heeft het van een aarzelende, gebrekkig-toegepaste rechtspolitiek gewonnen. En nu moet ieder maar weer zien wat hij voor nuttig of rechtvaardig acht. Het beroep, dat de Chineesche gedelegeerde. Wellington Koo, vorige week deed op den Volkenbond, om uitvoering te geven aan de verschillende resoluties, waarin aanbevolen wordt, tegen den aanvallenden Staat een embargo toe te passen op wapens, petroleum en belangrijke grondstoffen, werd dan ook nauwelijks serieus genomen. Wie denkt er op dit oogenblik aan, om, uit ideëele motieven, Japan in China den voet dwars te zetten ? En het dringende verzoek van Wellington Koo, om een commissie van neutrale waarnemers rapport aan den Volkenbond te laten uitbrengen, heeft op inwilliging al evenmin eenige kans. Er is reeds eerder een Volkenbonds-commissie naar het verre Oosten getrokken om naar de veroverings-practijken van Japan een onderzoek in te stellen. Dat was, toen Mandsjoerije onder den voet geloopen werd. Het leerzame rapport was niet vleiend voor den indringer. Men zal het desgewenscht nu nog wel weer eens kunnen nalezen in de bibliotheek van het weelderige Volkenbondspaleis. Maar daar zal het dan ook bij moeten blijven.
Bij alle teleurstelling, welke deze Volkenbondszitting ons dus bij vernieuwing opgeleverd heeft, stemt één feit het christenhart tot oprechte dankbaarheid. We bedoelen, dat de President, bij de opening der vergadering, behoefte gevoeld heeft om openlijk den zegen des Allerhoogsten af te smeeken. „De vergadering werd met gebed geopend", is al te dikwijls een versleten uitdrukking. Maar we zijn er van overtuigd, dat ze in dit geval voor Valera, den lerschen president, die de Volkenbondszittin.g leidde, diepere beteekenis heeft gehad. „Nood leert bidden". En, zoomin als De Valera, gelooven wc dat dit een blijk van lafheid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's