KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE VERHOUDING VAN DEN KERKERAAD EN DE DIACONIE
In onze kleine gemeenten hebben we een éénheid in den Kerkeraad wat betreft predikant, ouderlingen en diakenen. Alles wordt gezamenlijk behandeld, al zijn de diakenen, krachtens hun ambt, aangewezen tot dienst der armverzorging in Christus' Naam, stoffelijk en geestelijk het goede zoekend voor ,,de minder bedeelde broeders en zusters der gemeente". Want zóó hebben we degenen, die ter verzorging aan de diakenen zijn toevertrouwd, te beschouwen ; niet als „bedeelposten", maar als „broeders en zusters der gemeente", die in minder gunstige omstandigheden verkeeren en zich zelf niet kunnen redden, en daarom door de Gemeente moeten worden bijgestaan en geholpen. Dus, geen „bedeelposten", want het zijn lidmaten der Gemeente, die, als het goed is, mee vergaderen met de Gemeente onder de bediening des Woords, die ook tot de Sacramenten van Doop en Avondmaal toegang hebben. Als het ten minste is, zooals het in de Kerk van Christus behoort te zijn — want, die zelf niet naar de Gemeente omzien, zijn oorzaak, dat de Gemeente ook niet naar hen omziet. En de onverschilligen en ongeregelden moeten geen oorzaak worden, dat de huisgenooten des geloofs schade zouden lijden in de verzorging door de broeders diakenen. Daarom is het heelemaal niet vreemd, dat door den Kerkeraad, en bijzonder door de broeders diakenen op deze dingen gelet wordt. Hoewel natuurlijk het „voortrekken van den een boven den ander", op zich zelf genomen, uit den booze is!
Maar nu wat de verhouding van Kerkeraad en diakenen betreft.
In een kleine gemeente is het dus zoo goed als één — hoewel (hetzij nog ééns gezegd) de diakenen voor hun ambt gekozen en bevestigd zijn.
In grootere gemeenten hebben we de onderscheiding van bijzondere en algemeene Kerkeraad, de laatste is dan : predikanten, ouderlingen en diakenen samen ; de bijzondere is dan : predikanten en ouderlingen (de diakenen vergaderen dan niet mee).
Nu is, naar het beginsel van ons kerkrecht, de Gemeente èèn en er is maar één Kerkeraad. Hoewel we in onze Hervormde Kerk hebben de Kerkeraad als bestuurscollege en daarnaast de Kerkvoogdij als beheerscollege — waarover al zoo lang en zooveel te doen geweest is onder ons (de kwestie van : bestuur en beheer), dat we hopen, dat het eindelijk eens tot een oplossing (hopelijk tot een goede) zal komen.
Maar overigens is er in de ééne Gemeente één Kerkeraad. Alles wat op kerkelijk terrein ter plaatse voorvalt (behalve, helaas ! het beheer van Kerk en kerkelijke goederen) ressorteert onder dit bestuur, óók (gelukkig !) de diaconale arbeid.
Dit beteekent niet, dat de Kerkeraad nu zelf ook armenzorg moet gaan beoefenen. Daarvoor zijn volgens de Schrift en volgens ons kerkrecht en onze kerkelijke reglementen of verordeningen : de diakenen aangewezen. Doch wel beteekent dit, dat de Kerkeraad toezicht heeft op de diaconie — gelijk ook in het Reglement op de Diaconieën is voorgeschreven, naar het zelfde beginsel als de oude Kerkorde bevatte. Zoo zijn dan ook de diakenen verplicht om rekening te doen aan den Kerkeraad. Zooals de Kerkeraad dat vaststelt, zóó zal het dan ook moeten gebeuren, omdat de Kerkeraad het eenig vertegenwoordigend college van de Gemeente is. Geen Kiescollege, ook geen Kerkvoogdij, maar de Kerkeraad, volgens de instelling van onzen Heere Jezus Zelf ; en naar uitwijzen van de woorden der Apostelen.
Nu voelen we wel, dat het nooit de bedoeling kan zijn, dat die verantwoordingsplicht van de diakenen alleen en uitsluitend zou gaan over de finantiën en finantiëele transacties. De bevoegdheid van den Kerkeraad om de diakenen óók wat aangaat de wijze van steunverleening, de inzameling van gelden, de verzorging van ouden van dagen en onbehuisden, van weezen en verwaarloosde kinderen enz. instructies te geven en ter verantwoording te roepen, staat buiten twijfel.
Gewoonlijk ~ ieder die in den Kerkeraad zit, weet dat — is het toezicht van den Kerkeraad eer een toezicht „achteraf". De diakenen doen zelfstandig hun werk, en dat is goed. Het ambt van diaken is onder ons een ambt van Christus, in de Christelijke Gemeente van ouds geacht en onderhouden. Als dus de diakenen zelfstandig hun werk doen en achteraf rekening doen, dan is het logisch, dat ook de Kerkeraad achteraf pas zich met den diaconalen arbeid bemoeien. Waarbij dan gewoonlijk predikanten en ouderlingen wel wat hebben op te merken (we zeggen dus niet dadelijk „aan te merken", maar wel „op te merken"), omdat ook zij dikwijls met de armen der gemeente, met zieken, met ouden van dagen, met weduwen en weezen enz. in aanraking komen. Daarom zal het volstrekt niet te verwonderen zijn, als er in den (algemeenen) Kerkeraad dan ook over de verzorging der hulpbehoevenden gesproken wordt ; en in het „achteraf" spreken ligt dan dikwijls ook een „vooruit" zien en „van te voren" bespreken der dingen. Toch is er volgens Schrift en Kerkorde een zelfstandig diakenambt. In bepaalde gevallen zal de Kerkeraad als vanzelf van te voren in de zaken gekend moeten worden ; b.v. wat betreft het regelen van collecten. Dan kan niet met een controle achteraf volstaan worden, maar moet te voren overleg gepleegd worden en moet de Kerkeraad beslissen (waaronder dan de diakenen begrepen zijn, n.l. den algemeenen Kerkeraad). Dat springt nog meer in het oog, als het b.v. gaat over stichting van een Tehuis voor ouden van dagen. Weeshuis enz. Ook vallen het aanvaarden van legaten, het sluiten van leeningen, geld geven op hypotheek, koopen en verkoopen enz. onder de dingen die de Kerkeraad moet beslissen, en waarmee de Kerkeraad dan (zoo noodig) bij het Classicaal Bestuur moet terecht komen. De diakenen moeten den Kerkeraad in deze niet vergeten, kleineeren of negeeren ; want dat zou in strijd zijn met de Schrift en met de kerkelijke verordeningen. Gelijk anderzijds de Kerkeraad niet de zelfstandigheid van het ambt van diaken moet kleineeren.
Wij nemen hier ten slotte over een stukske van wat mr. J. W. Noteboom, directeur der dr. A. Kuyperstichting te den Haag, die onlangs op een diaconale Conferentie der Geref. Kerken sprak: Hij zei :
„Ten slotte nog dit. Een kerkeraad, die het zelfstandig ambt der diakenen respecteert en conflicten in kerkdijken kring vermijden wil, zal wijs doen, zich niet dan strikt noodig met den diaconalen arbeid te bemoeien ; belangstelling wel ; maar niet te veel bemoeiing. Maar anderzijds dienen de diakenen er zich van bewust te zijn, dat niet alleen zij verantwoordelijkheid voor het diaconale werk dragen, doch ook de kerkeraad. Wie dat niet ingiet, doet m.i. te kort aan het beginsel van eenheid der Kerk. En uit dat beginsel volgt niet alleen de plicht van toezicht door den Kerkeraad en in sommige gevallen voorafgaande goedkeuring van de besluiten der diaconie door den kerkeraad, maar ook volgt uit de eenheid der Kerk de eisch, dat de diakenen menigmaal in gevallen, welke voor het geestelijk of stoffelijk welzijn der gemeente van groote beteekenis zijn (ik denk hierbij b.v. aan de toepassing van het z.g. verhaalsrecht) niet buiten overleg met de predikanten of den kerkeraad handelen.”
DE EVANGELISCHE SCHOLEN IN OOSTENRIJK.
In een uitvoerig schrijven deelen de Evangelische Kerken in Oostenrijk en de Evangelisch-theologische faculteit te Weenen mede, hoe de nieuwe toestand voor de Evangelische scholen in Oostenrijk thans wordt.
Zij deelen mede, dat belangrijke verhandelingen met de overheid hebben plaats gehad, bij welke overeenstemming bereikt werd. Tot dusver waren de Evangelische scholen in Oostenrijk scholen die belangrijk achterstonden ; de Roomsch-Katholieke scholen hadden overwegende voordeelen. Bovendien waren er in slechts enkele steden enkele kleine Evangelische scholen, welke met moeite zich staande hielden. Thans is aan de evangelische scholen gelijk recht toegekend. De evangelische opperkerkeraad en de theologische faculteit hebben de bestaande schoolbesturen opgeroepen tot een conferentie met de staatsautoriteiten, in welke nader geregeld zal worden op welke wijze alle evangelische scholen door den staat zullen worden overgenomen en voortaan op de zelfde wijze als de Roomsch-Katholieke scholen met volkomen gelijke rechten en gelijke financiën zich kunnen ontplooien.
Principieel is reeds vast gesteld hoe het evangelisch karakter der scholen en de volkomen vrijheid ten opzichte van bestuur en onderwijzers der scholen ten volle gewaarborgd zullen zijn.
Tevens zullen op de zelfde wijze diverse nieuwe evangelische scholen kunnen worden opgericht en deze thans op gemakkelijke wijze zeer sterk kunnen worden uitgebreid.
Zoowel de Luthersche als de Gereformeerde opperkerkeraad, de Evangelische Bond en de theologische faculteit juichen de nieuwe regeling van ganscher harte toe en spreken er hun groote dankbaarheid voor uit. In hun proclamatie aan de kerkleden noemen zij dit resultaat een ontzaglijke zegen voor de Evangelische Kerken in Oostenrijk.
Onder het stuk staat o.a. ook de handteekening van-den in Nederland zeer bekenden Gereformeerden hoogleeraar prof. dr. J. Bohatec en van den praeses van de Gereformeerde Synode, dr. G. Zwernemann.
Wij kunnen niet anders dan ons ten zeerste verblijden over den gang van zaken, zooals ons dat door het Ned. Chr. persbureau werd meegedeeld.
Iemand, die der zake kundig is, doordat zij zelve een geboren Oostenrijksche is, deelde ons onlangs mee, dat Oostenrijk onder den druk van Roomschen en Socialisten, vóór de aansluiting met Duitschland, aan den rand van den afgrond was gekomen. Wij hopen, dat de vereeniging met Duitschland nu waarlijk tot een zegen mag zijn, ook wat de vrijheid betreft van de Evangelische Kerk en van de Evangelische Scholen, dus van het Evangelie zelve in betrekking tot heel het leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's