MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Daar klonk den buurvrouwen het hoefgetrappel van den hit in de ooren.
„Hé, daar is hij al ! Wel een paar uur vroeger dan gewoonlijk. Hoe zou dat nu komen ? "
Snel ging men ter zijde, om den wagen door te laten.
Alweer een vergadering, dacht Murk, wien 't niet ontging, dat het gesprek bij zijn verschijning plotseling werd afgebroken. Vlug spande hij den hit uit en zette het dier op stal, waarna hij den wagen in de bergplaats bracht. Toen ging hij naar binnen, met de vermoeidheid op zijn gelaat.
Ook vrouw Kalma verwonderde zich over deze vroegtijdige thuiskomst.
„Toch geen ongemak ? "
„Neen, maar de handel wilde vandaag niet vlotten ; hoe het kwam, weet ik niet, maar alles sloeg tegen, zoodat ik besloot naar huis te gaan".
Met iets eigenaardigs in haar blik keek vrouw Kalma hem aan. Hoe had de ervaring van het leven, in verstand en hart geheiligd, haar doen rijpen tot een vrouw, wier woord beteekenis had, omdat het getuigde van een helder oordeel en een juisten blik op menschen en toestanden. Zelfs leek het, alsof de waarschijn daarvan te zien was op haar gelaat, waardoor zij, zonder dit zelf te weten, hoe langer zoo meer een geestelijk overwicht kreeg op haar gansche omgeving. Ook Murk ervoer dit geregeld en had juist daarom meermalen behoefte met haar te spreken, vooral als het zaken betrof, waarvoor hij zelf geen raad wist en een verstandig woord van een geheiligde natuur hem zoo goed deed.
„Waarom zie je mij zoo aan, vrouw Kalma ? " vroeg hij.
„Ik geloof, dat het een zeer ernstige zaak is" — aldus begon zij. „Daar werken allerlei onzichtbare machten in onze gemeente, die de geesten der menschen in beslag nemen en bezig houden. Paulus wist daar ook wel van te spreken in zijn arbeid. Hij heeft het over den strijd, niet tegen vleesch en bloed, maar tegen de overheden en de machten en de geestelijke boosheden in de lucht, welke krijg voeren tegen de ziel. Deze zoeken allen te verslinden en te verderven, maar komen vaak in de gedaante van een engel des lichts. En daarom is het menigmaal zoo moeilijk, om te onderscheiden of iets uit God of uit de menschen is”.
Aanstonds begreep Murk. Zonder dat hij nog een woord gesproken had over hetgeen hem den ganschen dag op den weg had bezig gehouden en op. „Lucht en Veld" oorzaak van twist en verdeeldheid werd, scheen zij te weten, wat er gaande was. Hoe kon dat?
„Wat bedoel je ? " — vroeg hij dan.
„Daar is plotseling beroering in de gemeente gekomen", ging zij voort. „Allen weten reeds van de vergadering van gisteravond. Hoe het zoo spoedig bekend werd, is mij een raadsel, maar al hadden de vogels het verspreid, het had niet vlugger kunnen gaan. Hier in de buurt worden den ganschen dag de hoofden bij elkander gestoken, maar ook in andere straten is dit het geval. Tot driemaal toe is mij aan de deur door venters al gevraagd, wat er op til is, en toen ik vanmiddag even uit moest, werd ik twee keer aangehouden.
D'r is beroering onder de menschen. Zelfs de tuinman van den dominé liep mij voorbij zonder te groeten, dat ik niet gewoon ben, en alles wijst er op, dat wij hier spannende verhoudingen krijgen, waardoor de toestanden gewijzigd kunnen worden. Nu is dat alles niets, en een mensch behoeft hiervoor geen duimbreed uit den weg te gaan, als slechts duidelijk is, dat de Geest van God daarin werkt. Wij willen evenwel zoo gaarne vleesch tot onzen arm stellen en geraken dan van het rechte spoor”.
„Dat is mijn bedoeling niet", zei Murk eenigszins verdrietig.
„Natuurlijk niet, maar ons hart is arglistig. Wij moeten ons zélf altijd al weer onderzoeken of er ook schadelijke wegen bij ons zijn en de bede moet wezen : dat de Heere ons leide op den eeuwigen weg".
Eenige oogenblikken werd het stil.
Waar had vrouw Kalma dat alles toch vandaan ? Was dat diezelfde vrouw, welke voorheen nooit naar God vroeg. Nu sprak zij een taal, waaruit duidelijk merkbaar was, hoe zij op den geloofsweg vorderde en door een Hoogere Macht werd geleid. Wie had haar zulks geleerd ? Of was dit hier opnieuw een bevestiging van het woord des Heeren tot Nicodemus : „De wind blaast waarheen hij wil ; gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt, noch waar hij henengaat ; alzóó is een iegelijk, die uit den Geest geboren is". Het begon ook in hem wonderlijk stil te worden. Eigenaardig, die omkeering bij een mensch, zoodra hij eigen gedachten leert gevangen leggen onder de tucht des Geestes. Dat was het, wat hij gedurende den ganschen dag gemist had en hem in een toestand had gebracht, waardoor hij feitelijk ongeschikt voor zijn arbeid werd en ook de noodige wijsheid miste bij de gesprekken aan zijn wagen. Hoe kwam het opnieuw uit, dat de vorst der duisternis van alles partij weet te trekken en zelfs doordringt tot in de geheiligde plaatsen, om daar listig de zielen te verstrikken en af te voeren van Hem, die in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken. Was dat niet de groote fout van de Kerk der eeuwen, dat men om alle mogelijke dingen uiteen ging, zoogenaamd om de eere Gods, terwijl slechts eigen inzicht en eigen gedachte en eigen wijsheid en bovenal de hoogmoed van het eigen hart daarin zulk een voorname rol speelde ? En weer kwam het woord hem voor de aandacht: „Niet door kracht of geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden", spreekt de Heere. Dat was hij bezig geweest te vergeten. In de eenzaamheid had hij, na het onderhoud in de pastorie en met het oog op de uitnoodiging van ouderling Bouma, zijn eigen berekening gemaakt, waarbij hij, zonder dit nog te willen, zelf in het middelpunt was komen te staan. Reeds had hij in stilte nagegaan, op wie alzoo zou kunnen worden gerekend, wanneer het eens tot een scheuring kwam, en ook, hoeveel menschen van geld en invloed zich hierbij zouden aansluiten.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's