UIT DE HISTORIE
Hoe heeft Zwïngli gedacht over Luther ?
In mijn onlangs verschenen boek ^) heb ik enkele brieven opgenomen, die licht doen opgaan over de vraag, hoe de groote Reformator van Geneve heeft gedacht over zijn Wittenbergsche, n collega. 2)
Thans doet het mij genoegen, den lezer hierbij een vertaling te kunnen aanbieden van enkele uitspraken van ZWINGLI, waaruit men kan opmaken hoe HIJ over Luther oordeelde.
Op 2 Juli 1522 schreef Zwingli:
Over eenige dagen zal ik den pauselijken gezant bezoeken. Ongetwijfeld zal hij het gesprek brengen op Luther's veroordeeling ; kort geleden heeft hij dat ook al gedaan. Ik zal hem smeeken, van den paus gedaan weten te krijgen, dat deze niet den banvloek over Luther uitspreekt. Want zulks zou het Vaticaan zeer benadeelen, aangezien de Duitschers, zoowel met den paus zelf, als met zijn bul den spot zouden drijven.
Wanneer Luther zich gelaafd heeft aan dezelfde bron, als waaraan wij dat gedaan hebben, dan mag hij zich mét ons verheugen in de leering, die het Evangelie schenkt.
In Januari 1523 schreef hij : Wie toch heeft mij het preeken en uiteenzetten van een gansch Evangelie opgedrongen ? Luther soms ? Men houde in het oog, dat ik hiermede reeds begonnen ben, vóórdat ik ooit over den man had hooren spreken ; al tien jaar studeer ik Grieksch, met de bedoeling, om door te dringen tot de bron van Christus, Het is heusch Luther niet, die mij op dit idee gebracht heeft ; want twee jaar nadat ik de Heilige Schrift als eenige kenbron aanvaard had, was zijn naam mij nog onbekend. Den naam van Luther wil ik niet dragen ; want met opzet heb ik maar heel weinig van hetgeen hij leert gelezen. Wat ik echter bij hem gelezen heb is goed ; ontleend aan het Woord van God, en op dat Woord gefundeerd. Ik wil evenwel niet, dat de volgelingen van den paus mij een Lutheraan noemen ; want ik ben van Christus niet onderricht door LUTHER, maar door HET WOORD VAN GOD ZELF!
Eveneens van Januari 1523 dateert het volgende:
Door Luther's naam te gebruiken, zijn de grooten dezer aarde begonnen, om de leer van Christus te vervolgen en verachtelijk te maken ; zij noemen namelijk de gansche leer des Evangelies LUTHERSCH. Zelfs noemen zij hèm Luthersch, die niet eens alle geschriften van Luther gelezen heeft, en zich geenszins rechtstreeks in zijn disputen mengde.
Lang vóórdat de naam van Luther in deze streken bekend werd, heb ik het zuivere Evangelie gepreekt. Zoo ben ik te Zurich begonnen, om vanaf den kansel het Evangelie uit te leggen naar de beschrijving van den heiligen Mattheüs, en wel overeenkomstig de beginselen, die ik van mijn geliefden leermeester Wittenbach geleerd heb. Noemden mijn vijanden mij destijds een Lutheraan ? Toen Luthers „Verklaring van het gebed des Heeren" verscheen, hebben velen de onderstelling uitgesproken, dat deze uitstekende brochure van mijn hand kwam ; intusschen is daar niets van waar. Toch wilde men er mijn preeken maar door smaden en naar beneden halen.
Het komt mij voor, dat Luther een uitnemend soldaat van God is, en een ernstig en bewonderenswaardig vertolker der Heilige Schrift, zooals er op aarde sedert duizend jaren niet is verschenen ; (dit verklaar ik, den papisten ten spijt !). Sedert het bestaan van het pausdom heeft niemand den paus te Rome met een zóó manlijke ziel bestreden ; met welke opmerking ik anderen niets te kort wil doen. Maar wie heeft dit eigenlijk gedaan ? God of Luther ? Vraagt het aan Luther zelf ; en hij zal u antwoorden : God ! Waarom moet men dan hetgeen ik leer aan Luther toeschrijven, wanneer hij het zelf aan God toeschrijft ? Luther wil geen enkele nieuwigheid introduceeren ; hij preekt slechts, wat hij vindt in het eeuwige en nimmer verouderende Woord van God. Alleen dat Woord staat hij voor ; en hij stelt den armen christenen, die zoo lang op doolwegen geleid zijn, slechts den hemelschen en onuitputtelijken schat voor oogen. En om de aanvallen van ds vijanden Gods maakt hij zich geen zorgen ; hij spot met hun hoon en bedreigingen!
Den naam van Luther wil ik evenwel niet dragen. Ik heb weinig boeken van hem gelezen ; met het oog op de papisten heb ik er mij zelfs opzettelijk van onthouden. Wat niet wegneemt, dat ik van alles, wat ik bij hem op 't gebied van de leer en de uitlegging der Heilige Schrift gelezen heb, (want ik meng mij niet in zijn disputen), gaarne verklaar, dat geen schepsel ter wereld in staat zal zijn, om het omver te werpen : zóó goed en degelijk is het gefundeerd op het Woord van God.
De domme tegenstanders van Luther hebben dezen bewonderenswaardigen dienstknecht Gods veroordeeld, om allen, die zijn leer bijvallen, bij secten en ketters te kunnen indeelen. Maar, vrome christen, sta niet toe, dat men u den naam van eenig mensch opdringt ; evenmin moogt gij dat anderen doen. Vraag niet aan uw naaste : „Zijt ge ook een Lutheraan ? " ; maar vraag hem, of hij een christen is, dat wil zeggen, een trouw uitvoerder van den wil van God. En wanneer de papisten aanspraak maken op den naam „christen", zeg hun dan : „Laat ieder den naam dragen van hem, voor wien hij strijdt, en wiens dienstknecht hij is. Zijt gijlieden dienstknechten van God, en verdedigt gij alleen Zijn eer en Woord ? Als dat zoo is, dan zijt ge waarlijk „christenen" ; doch indien gij het opneemt voor den paus, voor zijn eer, en voor zijn woord, — dan zijt ge papisten. Daarom, vrome christenen, laten wij den eerenaam van Christus niet verwisselen met dien van Luther ! Want Luther is niet voor ons gestorven ; maar hij leert ons, Hem te kennen, van Wien at onze zaligheid komt. Ik wil dus geen anderen naam dragen, dan dien van mijn Kapitein Jezus Christus, Wiens soldaat ik ben, en Die mij gesteld heeft in Zijn dienst. Ik heb deze verklaring afgelegd, om aan iedereen te toonen, hoe de Geest van God overal Dezelfde is, en dat Luther en ik, ondanks den afstand, die ons scheidt, dezelfde leer van Christus onderwijzen ; en deze dingen zijn zoo, zonder dat wij vooraf tezamen overleg hebben gepleegd, alhoewel ik Luther als mijn meerdere beschouw. Ieder van ons handelt naar de mate der gaven, die God hem verleend heeft.
En tenslotte geven wij nog deze uitspraak van Zwingli, geschreven op 28 Februari, 1527: Wanneer ik tot het besluit gekomen ben, u te antwoorden, dan is dat vooral vanwege de hoogste vrijheid des Evangelies, dat, gelijk de Heilige Paulus zegt, aan iedereen toestaat, om te profeteeren, zelfs als zit hij op de geringste plaats ; deze vrijheid moeten wij met de grootste zorg beschermen, willen wij niet terugvallen in de oude dienstbaarheid. Vervolgens legt vroomheid mij den plicht op, de waarheid niet te verzaken ; want de vroomheid, die de waarheid niet te hulp snelt, en lafhartig de overwinning laat aan hen, die de Heilige Schrift geweld aandoen. die vroomheid is niet echt ! En tenslotte (want deze zwakheid moet ik belijden) ben ik niet ongevoelig geweest voor de sporen van hen, die mij tot den strijd aangezet hebben, en de overwinning beloofden. Sommigen hebben mij aangeraden, u ruw aan te vallen ; anderen adviseerden mij, veeleer met zachtheid op te treden. Gij zult zien aan wie ik het oor geleend heb. Luister eens ; want gij hebt mij veroordeeld, zonder mij te kennen. Doe als die Macedoniër, die, aan het einde van drie dagen, zich met zijn vriend, dien hij in een oogenblik van woede beleedigd had, verzoende.
Gij zijt, Luther, door God verwekt als een tweeden David ; gij hebt u met zulk een moed tegenover den vijand geplaatst, dat de zwaksten er zelfs door gesterkt zijn, en zich haasten uw zijde te kiezen. Daarom moeten wij God dankbaar zijn, dat Hij u heeft doen opstaan, toen niemand den anti-christ nog in het aangezicht durfde zien. Wij behooren u dan ook te eeren als het meest bruikbare instrument Gods ; en wij zullen dat gaarne doen ! De toorn evenwel is een vijand van de christelijke liefde ; hij verwart het verstand evenzeer als de dwaasheid zélf dat doen kan. Wie zou zijn verstand zóó weinig gebruiken, dat hij zich boos maakt op een voortreffelijk man, die buiten zichzelf is ? Hoe meer iemand verblind is door woede, des te meer moet men hem beklagen. Daarom zijn wij u heel gaarne erkentelijk ; want het is de waarheid, dat gij den paus omvergeworpen hebt. En ondanks de heftigheid, waarmede gij ons aanvalt, willen wij alleen maar denken aan den ontzaglijken dienst, dien gij ons bewezen hebt.
Velen hebben de religie verstaan als u, maar niemand heeft zich in den strijd durven begeven ; zóó vreesde men den Goliath, die ons met zijn wapenen en enorme kracht bedreigde. Toen niemand durfde, hebt gij, trouwe David en gezalfde des Heeren, naar de wapenen gegrepen ; als eerste hebt gij het gewaagd, de worsteling te ondernemen, en met hen volgens hun eigen gebruiken te redetwisten ; gij hebt hen; geplaatst voor Gordiaansche moeilijkheden en knoopen ; doch weldra hebt ge u van dezen overbodigen ballast ontdaan, en kiezelsteenen geraapt in de hemelsche rivier ; deze steentjes hebt gij weggeworpen, en ge hebt uw slinger met zoo'n behendigheid weten te gebruiken, dat gij het lichaam van den reus ter aarde geworpen hebt. Nimmer zullen de vrome zielen kunnen ophouden met den uitroep : „Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden". Al waart ge geheel alleen, — ge zijt er niet voor teruggedeinsd, u te gedragen als een Hercules ; en ge hebt u gestort in 't heetst van 't gevecht, ter plaatse, waar het grootste gevaar dreigde. Gij hebt het Roomsche wilde zwijn ter aarde geworpen!
Naschrift.
Ook zonder commentaar, waartoe wel aanleiding is, zullen deze uitspraken van Zwingli zeer zeker zijn nut doen. Er valt uit een en ander, ook voor ons, nog heel wat te leeren. Naarmate wij meer in het leven der voornaamste Reformatoren doordringen, naar die mate worden wij er van overtuigd, dat allerlei kwesties en verhoudingen nog niets van hun actualiteit hebben verloren ! Vandaag keert in allerlei vormen terug, wat honderden jaren geleden ook al de aandacht vroeg.
1) Calvijn in het licht zijner brieven, Kok, Kampen.
2) Men zie de bladzijden 19—22 en blz. 86. D. d. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's