De Catechismus van Calvijn.
ZONDAG 55.
Vraag : Aan wie komt het toe, de Sacramenten van Doop en Avondmaal te bedienen?
Antw. : Aan hen, die in de Kerk de opdracht hebben van het publieke predikambt, want het Woord prediken en de Sacramenten bedienen zijn zaken, die bij elkander hooren.
Vraag : Kunt gij dit bewijzen uit de Schrift?
Antw. : Ja, want onze Heere Jezus Christus heeft nadrukkelijk aan Zijn apostelen de opdracht om te doopen gegeven. En, wat het Avondmaal betreft. Hij beveelt, dat wij het vieren zullen naar Zijn voorbeeld. Welnu, de evangelisten vertellen, dat Hij Zelf bij de uitdeeling van het Avondmaal den dienst van het predikambt vervuld heeft.
Vraag : Moeten de bedienaren des Woords, aan wie de uitdeeling is toevertrouwd, allen, die komen, zonder onderscheid toelaten ?
Antw. : Wat den Doop betreft, is het, daar men dien tegenwoordig alleen aan de kinderen bedient, niet noodig, onderscheid te maken, maar wat het Avondmaal aangaat, moet de dienaar zorg dragen, het niet uit te reiken aan een, die in het openbaar als onwaardig bekend zou staan.
Vraag : Waarom ?
Antw. : Omdat dit het Sacrament onteeren en ontwijden zou.
Vraag : Maar onze Heere heeft Judas, hoe goddeloos hij ook was, toch toegelaten ?
Antw. : Zeker, maar zijn goddeloosheid was toen nog verborgen ; en hoewel de Heere Jezus haar kende, zoo was zij toch niet aan het licht getreden en tot de kennis der menschen gekomen.
Vraag : Hoe moet er met de geveinsden gehandeld worden ?
Antw. : De dienaar kan ze, hoewel zij onwaardig zijn, niet uitsluiten ; hij moet wachten, totdat de Heere hun boosheid heeft bekend gemaakt.
Vraag : En indien hij enkele onwaardigen ervan zou kennen of als hij gewaarschuwd was ?
Antw. : Dat is niet voldoende om hen builen te sluiten, tenzij er voldoende bewijzen zijn en het oordeel der Kerk er bij komt.
Vraag : Er moet dus eenige orde en tucht voor zijn ?
Antw : Ja, anders is het niet goed en recht met de Kerk gesteld ; dat wil zeggen : er moeten oudsten gekozen worden, die voor de tucht der zeden zorg dragen en ergernissen verhinderen moeten en deze opzieners moeten van deelname uitsluiten, diegenen, van wie zij weten, dat" zij niet in staat zijn het Avondmaal te vieren en aan wie men het niet bedienen kan, zonder het Sacrament te ontwijden en de geloovigen te ergeren.
Einde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's