PSALM 118 ; 7
Nazang Radiopreek 2 October I938.
De Heer is mij tot hulp en sterkte, Ja, deze wonderlijke kracht Was 't, die ik telkens weer bemerkte Als elk met afkeer aan mij dacht ; Als allen, allen mij verlieten. Als niemand naar mij zocht of vroeg, Als allen, allen mij verstieten En 'k, heel alleen, dit alles droeg.
In al mijn leed mocht ik ervaren : Hij is mijn lied, mijn psalmgezang, In al de heengegane jaren. Zoo moeilijk, donker en zoo bang. Van al mijn vrienden gansch verlaten. Veracht, verafschuwd en bespot. Van hen, die eertijds met mij praatten. Bleef ééne trouwe Vriend : mijn God !
In al mijn leed was Hij mijn sterkte. Want 'k wist, door donk're diepten heen : Hij was het, Die mijn heil bewerkte. En Hij, Hij liet mij nooit alleen ; Wat anderen ook van mij dachten, 'kWist wat Hij aan mijn ziele deed. Dit gaf mij immer moed en krachten te torsen 't schier ondraagbaar leed.
Geen vrienden waren mij gebleven. Maar toch weerklonk steeds mijn gezang In dezen bangen tijd van 't leven : Dies loof ik Hem, mijn leven lang ; Want 'k mocht ervaren : aan mijn zijde Gaat God, mijn God, steeds met mij voort ; Hij schenkt mij krachten, t' allen tijde. Om 't al te dragen, ongestoord.
Wat menschen mij ook deden dragen, Ik torste het, door 's Heeren kracht. Gewillig, zonder naar 't waarom te vragen. Want 'k wist : eens klinkt het onverwacht : Men hoort der vromen tent weergalmen. Om 't wonder, wat God voor mij deed. Want dan, dan komt Hij, zonder talmen, Om weg te nemen al mijn leed.
Want straks is 's Heeren tijd gekomen. De tijd, verwacht met ongeduld, Waarin het door mij wordt vernomen : Aan wat men zeid', hadt gij geen schuld ! Dan zal ik blijde mogen spreken. Van hulp en heil, ons aangebracht, Dan, dan is al het leed geweken. Verdwenen eenen bangen nacht.
Als straks mijn onschuld is gebleken. Mijn naam van blaam gezuiverd is, Als al dat donker is geweken, Verdwenen smart en droefenis — Dan zal mijn huis van vreugde galmen, Zullen mijn vijanden verstaan : Daar zingt men blij met dankb're psalmen, Want God heeft daar wat groots gedaan.
Dan zal na vele, lange jaren, 'In bange smart voorbijgegaan, Mijn ziele, op Gods tijd, ervaren : Wat Hij beloofd, heeft Hij gedaan ! Wel scheen die tijd nooit meer te komen, Maar nu, nu komt Hij ongedacht, Dan wordt, vol dankbaarheid, vernomen : Gods rechterhand doet groote kracht !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's