VRAGEN BUS
Vraag : Wie waren de Rechabieten, wat leerden ze en wat hebben we van deze beweging te denken ?
Antwoord : We lezen in den Bijbel (2 Kon. 10 vers IS, 16) van Jonadab ben Rechab, die de stichter is van de secte der Rechabieten. Zij waren, naar hun afkomst te rekenen, eigenlijk geen Joden, maar hoorden tot de Kenieten, een woestijnvolkje, dat afstamde van Jethro, den schoonvader van Mozes (1 Kron. 2 vers 55). Van huis uit dus een nomadenvolk, dat eenvoudig leefde, weinig of niets van het wereldleven kende, van geen cultuur wist, maar zich voedde met de melk der kudde en zich kleedde met de wol der schapen en in tenten woonden. Ze waren meegetrokken met Israël en hadden zich onder het Joodsche volk vermengd, hoewel eigenlijk 'n vreemd element zijnde. In Jeremia 35 vers 6—10 lezen we meer van hun eenvoudig herdersleven : zij woonden — ook toen niet — in vaste huizen, maar in tenten, hadden geen eigen grondbezit en beoefenden niet den landbouw, maar hielden zich bezig met het vee. Als herders trokken ze met hun kudden rond van de eene plaats naar de andere. En waar melk hun drank en voedsel was, waren ze bepaald tegen het gebruik van wijn gekant. Een en ander schreven zij zelf toe aan een uitdrukkelijk gebod van hun vóórvader Jonadab, de zoon van Rechab (2 Kon. 10 vs. 15, 16). Daar bemerken we ook, dat zij vijandig staan tegenover de heidensche cultuur, maar erger tegenover de heidensche godsdienst en weelderige eeredienst, zooals bij de Baalsdienst op de hoogten en in de bosschen in Achab's dagen uitkwam. Zij waren vrienden van Jehu, en niet van Achab, en zochten in een vlucht van de stad en een negeeren van de beschaving en in een beoefenen van de veeteelt, met het wonen in tenten, hun kracht. In de cultuur of beschaving zag men met name een gevaar voor den Jehovadienst en voor een gezond volksleven. De Rechabieten waren dus tegenstanders van den Baalsdienst en hielden vast aan de vereering van Jehova (2 Kon. 10 vers 16). Zij gaven voor een groot deel aan de cultuur en aan het leven als landbouwers, met relaties in handel met vreemde volkeren enz. (druiven, olijven, vijgen enz. werden door een handelsvolk als de Tyriërs waren, gaarne gekocht en getransporteerd) de schuld van den afval tot afgoderij en wereldgelijkvormigheid, en daarom zochten zij zelf als een nomadenvolk in eenvoud en onthouding van allerlei, een veiliger weg.
Bij de Rechabieten vinden we dus heel iets anders dan b.v. bij de profeten. Die riepen niet op tot een vlucht in de woestijn, tot het wonen in tenten, tot het onthouden van dit en het onthouden van dat, tot een eenvoudig en primitief leven — neen ! die Hepen het volk en het hof óp om de zonde los te laten en niet te hinken op twee gedachten, meenende, dat men Jehova en Baal naast en met elkaar kon dienen en eeren.
Later, in de dagen van Jeremia (35 vers 2—4), lezen we nog (toen Jojakim koning was), dat, wanneer de Chaldeesche troepen in de deelen van Juda verwoestingen hebben aangericht, de Rechabieten uit hun tenten en uit hun nomadeleven zijn opgejaagd door de heidenen, en zij moesten de wijk nemen naar de stad, naar Jeruzalem. Daar wordt hun dan, als zij in een der bijvertrekken van den tempel een schuilplaats en onderdak hebben gezocht en gevonden, op 's Heeren bevel door den profeet wijn voorgezet, kruiken vol wijn, met bekers, zeggende : drinkt wijn ; maar zij zijn en blijven trouw aan het voorvaderlijk voorschrift en de oude traditie, en weigeren om wijn te drinken of zelfs aan te raken. Hun trouw aan menschelijke voorschriften wordt dan als een beschamend voorbeeld genoemd tegenover de ontrouw van Juda tegenover de geboden des Heeren (vers 12—14). Aan het geslacht der Rechabieten wordt dan als belooning voor hun trouw toegezegd, dat zij, ook bij den dreigenden ondergang van Juda, zullen bewaard worden, om den Heere te dienen (vers 18—19).
De profeet zegt niet, dat wat de Rechabieten doen is naar 's Heeren bevel, maar wèl, dat het is naar het voorschrift van hun stamhoofd ; nochtans wordt hun trouw beloond, waartegen Juda's zonde, als zonde tegen God, des te meer afsteekt ! (vers 14).
Wat wij dus van de Rechabieten en hun leer en leven te denken hebben ? Wij hebben hun trouw aan de geboden en voorschriften der Vaderen te prijzen, maar het zijn toch tenslotte geboden van menschen; het is toch tenslotte een eigenwillige weg, met een eigenwillig leven, in afzondering.
Bij de profeten gaat nooit de strijd voor Israels heilige traditiën zóó, alsof hij, zooals de Rechabieten, terugkeer zou verlangen tot het oude, vroegere nomadenleven en het wonen in tenten ; alsof veeteelt alleen de bestaansvorm mag zijn en geen landbouw, waarbij men in huizen woont. Het Godsgeloof van de profeten is nooit gebonden geweest aan de oude levensvormen, aan nomadendom en steppenleven, aan tent en melkspijs. De strijd van de mannen Gods gaat niet tegen de cultuur, tegen de ontwikkeling der samenleving in stad en dorp, maar tegen de valsche goden, tegen de zondedienst, tegen den afval van God en de ongehoorzaamheid aan 's Heeren wet en het zich keeren tot den dienst van. ijdelheid en gruwel. De profeten hebben nooit aangedrongen tot het vormen van kleinen kring, in afzondering levend, zooals Jonadab, de zoon van Rechab, om buiten het volksleven zich te houden in afscheiding van de groote menigte. Maar de profeten treden voor het aangezicht van den koning en staan in het midden des volks, om te worstelen om hun bekeering en hen te roepen tot een leven, dat gedragen wordt door de vreeze Gods. „Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natie" — prediken zij. Niet : onttrekt u aan de wereld, maar : onthoudt u van de zonde. Vreest God, eert den koning. Kent den Heere in al uwe wegen en hebt vrede !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's