FINANCIËN
’t Is den mensch eigen, acht te geven op wat hem in de ooren klinkt van alle kanten. Wellicht schenkt hij hieraan eer te veel, dan te weinig aandacht. Zou dit niet vaak de oorzaak zijn van het ongestadige in heel zijn levensgang ? Wanneer het oor maar echt te luisteren werd gelegd naar wat van Godswege hem wordt toegeroepen, wat zou dan een heerlijk vasthouden worden gevonden. De apostel Paulus spreekt dan ook van een roeping Gods, die van Boven is in Christus Jezus.
Voor wie dit een bizondere boodschap inheeft, behoeft nauwelijks te worden opgemerkt. Dat zijn zij, die met schuchterheid naderen, van verre staande blijven, evenals de tollenaar.
Hier wordt gesproken van eene roeping, die van Boven is.
De goede Herder laat Zijn stem hooren. Weet ge wat ik nu van dezen Herder gelezen heb : Zijne schapen hooren Zijne stem en zij volgen Hem. Zij hebben hun hoofd te wenden tot Hem, omhoog ziende, hoorend wat Hij te zeggen heeft.
Gij zegt : zou ik wel durven te naderen ?
’k Leg u deze vraag voor : heeft Christus ooit een zondaar of zondares afgewezen, die met zijn (haar) schuld en zonde tot Hem naderde ?
Immers neen.
Zijne liefdelokkingen zijn juist zoo onwederstandelijk voor degenen, die nergens meer terecht kunnen, die het naar waarheid mogen getuigen : „Ik heb nergens zoo iets beluisterd, zoo welmeenend, zoo van liefde trillend, als van den Heere Zelf. Zou ik wel langer weerstand mogen bieden ? Zijn genade-aanbod is zoo wijd. Zegt Hij niet : komt tot Mij, allen, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u rust geven ?
Het „niet” uit u.
Het „al” uit Hem — zoo luidt het opschrift van den prijs der roeping Gods, die van Boven is.
Van Boven.
Het komt nooit van beneden.
Vandaar is het eenige pad, dat veiligheid biedt in dezen : op de knieën. De kortste afstand van den hemel naar de aarde is die, welke door de bedelaars voor den Troon wordt ontdekt. Wanneer een zondaar wegzinkt in het stof, rijst in den hemel alles op. Wat lager een zondaar zich buigt, wat hooger de Engelen in den hemel het loflied inzetten. Iets hiervan vindt een weerklank in de ziel. Immers de Dichter zingt :
Wat blijdschap smaakt mijn ziel, Wanneer ik voor U kniel.
Hier worden de klanken van beneden zoozeer gedempt, dat hij de sprake van den Psalmist tot de zijne maakt :
’t Is mij goed, mijn zaligst lot, Nabij Ie wezen bij mijn God.
Geve de Heere het ons inzonderheid in dagen, die wij thans beleven, te verstaan : zoek in de eenzaamheid de stem Gods te verstaan en stop uw ooren voor alle roepen van beneden. Zijn Woord vinde bij ons een geopend oor en een luisterend hart.
Geven wij thans ons overzicht van de laatste dagen.
1. Deze keer werd de rij van inkomende posten geopend door den jeugdigen Pastor van Lopikerkapel. Ds. Kolkert was een vorigen Zondag aldaar ingeleid door ds. Van Paddenburgh, van Elspeet, in zijn dienstwerk. van Elspeet, in zijn dienstwerk.
Nu is 't vrijwel gewoonte geworden, bij de intrede in de gemeente het Studiefonds te gedenken, voornamelijk wanneer, zooals hier, een candidaat tot den H. Dienst zijn intrede doet. Dat was hier niet gebeurd. De plaatselijke toestand vorderde een andere gang. De Kerkvoogdij n.l. zag vanwege bizondere uitgaven deze collecte zich gaarne toegewezen — wat zeer zeker gebillijkt kan worden —. De collecte voor het Studiefonds schoot er alzoo bij in. Weet ge wat nu gebeurde ? Daar was een goede vriend, die deze kleine oneffenheid vlak streek. Hij stopte den jongen Pastor een tientje in de hand, zeggend : „breng dat maar naar de Frans Halsstraat voor het Studiefonds" ƒ lO.—
Ik zeg gever en brenger bij dezen zeer hartelijk dank.
2. De tweede post kwam van eigen omgeving. De Penningmeester van de Afdeeling alhier zond me de contributies. Deze bedroegen, op één gulden na, precies honderd gulden. Dat het „meer" niet zoo heel spoedig vol wordt, bleek ook hier, want het speet me, dat die eene gulden er net miste.
’k Noteerde alzoo „99.—
Wie weet, of ik krijg van de een of andere vriendenhand mij deze wel toegelangd.
Intusschen zeg ik den Penningmeester met de vrienden zeer hartelijk dank.
3. Door ds. Schroten, van Charlois, kreeg ik een gift van mej. M. L. Deze was opgebouwd uit enkele kleine, n.l. 200 halve centen „ 1.-
Zulke giften vertegenwoordigen veel grooter waarde dan een enkele gulden. Immers hieraan kwamen meer dan honderd handen te pas. Alzoo een honderdvoudige handdruk van bevriende zijde, waarvoor wij hoogst erkentelijk
zijn.
4. Door ds. Van der Wal, Dirksland, kreeg ik van N. N. voor onze beide fondsen 5 gulden „ 5.—
’k Zeg beiden, gever en zender, hartelijk dank.
5. Thans volgen nog enkele posten, die als contributies worden geboekt, n.l. van de afd. Gorinchem kreeg ik 23.63
6. Van de afd. Sluipwijk-Reeuwijk bedroegen deze „18.75
7. Van de leden, woonachtig te Eindhoven, kreeg ik „ 6.—
8. Van die, welke wonen te Rhenen, zond mij de Penningmeester A. van Oort, de som van 25.51
Voor al deze zendingen zeg ik, inzonderheid aan de Penningmeesters, zeer hartelijk dank. Over het algemeen hoor ik weinig klachten bij het innen daarvan. Wij blijven onze erkentelijkheid betuigen.
9. De heer J. v. G. te Amersfoort zond mij zijn contributie, 'k Vind deze tegemoetkoming sympathiek, 'k Zeg hem hiervoor vriendelijk dank „ 1.—
’k Maak van deze gelegenheid tevens gebruik om een vraag van den heer v. K. te Muiden te beantwoorden. Hij is meerdere jaren lid en betaalt zijn contributie geregeld, doch vindt tot nu toe deze post niet in De Waarheidsvriend. Hij vraagt : ,, hoe dit zoo komt".
Wanneer de heer v. K. mij regelrecht, d.w.z. aan mij, als Penningmeester, zijn contributie deed geworden, evenals de heer v. G., van Amersfoort, dan kwam de eerstvolgende keer, dat deze rubriek in De Waarheidsvriend stond, zijn naam daaronder voor. Doch waar de post per borderel deze taak van mij heeft overgenomen, blijft dit natuurlijk achterwege. De kwitantie is voor hem het bewijs. Hij make zich dus heelemaal niet ongerust omtrent den loop dezer zaken. Dat is alles in orde.
10. De heer D. N. te IJsselmonde zond mij 2 gld., waarvan 1 gld. voor het lezen van De Waarheidsvriend „ 2.—
Wij zeggen hem hiervoor hartelijk dank.
11. Mej. D. de W. te H. zond mij ƒ 2.50, zijnde een dankoffer voor het blijk van Gods gunst door het sparen van haar moeder tot haar 84ste levensjaar. Zij de Heere haar met de haren in 't komende jaar gunstrijk nabij „ 2.50
Wij danken de dochter voor het ons toegezondene.
12. Mej. Ali Piet te Aalsmeer zorgde voor eene verrassing. Ge moet weten, dat reeds vóór eenigen tijd bij haar een busje werd geplaatst voor ons Studiefonds, 't Is in dit jaar de tweede maal dat zij de inhoud van het busje mij deed geworden.
Dat hier een vruchtbaar arbeidsveld voor ons is gevonden, moge blijken uit het prachtige resultaat. Zij telde voor mij uit de ronde som van „36.—
’k Mag niet anders getuigen, dan dat dit verre mijn verwachtingen heeft overtroffen. Des Heeren zegen ruste op dezen arbeid rijkelijk.
Intusschen onzen welgemeenden dank aan allen, die hieraan hebben meegewerkt.
13. Ons sluitstuk voor heden wordt gevormd door hetgeen de Penningmeester van de afd. Den Haag mij aan contributie toezond. Dit bedroeg „ 73.90
Wij zijn de Haagsche vrienden erkentelijkheid verplicht voor deze zending. Onzen warmen dank voor alles.
Tezamen geteld kom ik tot een eindcijfer van
f 304.29
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's