De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

18 minuten leestijd

DE KERK IN DE WIERINGERMEER EN NOG WAT.
Er is indertijd nog al wat geschreven over de practijken van de Vrijzinnig Hervormden in de Classis Hoorn, bijzonder in den Ring Medemblik en wat daarmee annex is. Men heeft geen middel onbeproefd gelaten — dikwijls handig manoeuvreerend met het Reglement op de nieuwe Gemeenten — om de Kerk in de Zuiderzeepolder, in de Wieringermeer, vrijzinnig te maken. De rechtzinnige predikant Finkensieper mocht hier niet komen ; er moest en zou — al moest 't per telegram gaan — een modern predikant beroepen worden ; wat dan ook gebeurd is. Ds. Nyholt is beroepen, en heeft natuurlijk het beroep aangenomen. Hoewel de belangstelling van links maar zóó zóó was, en de belangstelling van rechts véél, véél grooter. Hoewel de financiën voor 't grootste deel van rechts kwamen, en men links nu al steen en been klagen moet. Wat méér voorkomt
Door een plechtigheid in de Wieringermeer werden we aan deze droeve dingen — het beroepingswerk in het jaar 1935 is en blijft een zwarte bladzijde van onze Vaderlandsche Kerkgeschiedenis — herinnerd. Door Z.Exc. Minister Slotemaker de Bruine zijn de drie Hervormde Kerken in de Wieringermeer, gebouwd door ' t Zuiderzeefonds , overgedragen aan de respectieve Hervormde Gemeenten in het nieuwe Zuiderzeegebied. Genoemd Zuiderzeefonds werd indertijd opgericht met het doel het nieuwe land niet zonder kerken te laten. En dat doel is nu, door financieele hulp uit geheel Nederland, bereikt. Zelfs werd een Wijkgebouw ten dienste van de wijkverpleging te Slootdorp gesticht, door bemiddeling van de Federatie van Diaconieën.
Een groote en bittere teleurstelling was het èn voor het Zuiderzeefonds èn voor de Federatie van Diaconieën, dat de Vrijzinnigen nu met de buit gingen strijken ; niet, omdat in het nieuwe Zuiderzeegebied de Vrijz. Hervormden de meerderheid hebben onder de kerksche menschen, gelukkig niet. Ds. Finkensieper, die zoo uitnemend werk daar verricht heeft, kon dat getuigen. Maar — ja — ziet u, de Ring Medemblik en de Classis Hoorn zijn in groote meerderheid modern, en daar hebben de heeren, met een schijn van recht, de lakens uitgedeeld en aan de nieuwe gemeenten de wet dwingend opgelegd.
Een direct gevolg van een en ander is geweest, dat de toevloed van gelden voor de kerkbouw in de Wieringermeer, die in hoofdzaak uit de rechtsche gemeenten kwam, vrijwel opgedroogd is. Men had er, na de publicatie der feiten, weinig zin meer in, om voor het Modernisme) z'n geld te offeren.
En de Vrijzinnig-Hervormden zélf nu ?
Toen de overdracht der kerken plaats vond door Minister Slotemaker, in kwaliteit van voorzitter van het Zuiderzeefonds, werd o.m. gesproken door den president-kerkvoogd, den heer Adens. Deze uitte z'n voldoening en blijdschap over de fraaie gebouwen, die thans het eigendom der gemeente werden, doch gaf als moeilijkheid te kennen, dat het onderhoud van de gebouwen nu voor de gemeente wel bezwaarlijk zou worden ! In dit.verband zeide spreker tegelijk, dat 't hem speet, dat de Regeering het niet mogelijk had willen maken, dat de Kerkvoogdij landerijen tegen gereduceerde canon in pacht kon krijgen.
Twee dingen dus tegelijk : de vrijzinnigheid ziet er tegen aan om het onderhoud van de kerken en gebouwen, die men cadeau krijgt, op zich te nemen ; en de vrijzinnigheid zou graag van de Regeering goedkoope grond hebben gekregen, om die grond te verhuren, enz.
(Aan wie zou de Vrijzinnige Kerkvoogdij die grond dan graag verhuren ? )
Een typisch bewijs van eigen armoede en onvermogen en onlust. En een typisch bewijs, hoe men het dan graag anderen zou willen laten betalen. Is dat iets van „de lamlendigheid der Vrijzinnigen" (woord van wijlen dr. Niemeyer uit Bolsward) ?
Typisch klonk hierbij (voor wie achter de schermen gekeken heeft, dubbel merkwaardig) het woord van den vrijzinnigen ds. Nyholt, die indertijd zoo mooi beroepen is, dat hij hoopte op een „vruchtbare" samenwerking met de orthodoxen in de Wieringermeer.
Wij hopen, dat de orthodoxen zóó sterk en zóó eensgezind zullen zijn in de Wieringermeer, dat zij het Evangelie van Jezus Christus begeeren te hooren en begeeren te brengen, in de Kerk en op de School, en dat ze daarvoor hun offers blijmoedig mogen geven. En dat, als 't noodig is, uit heel Nederland dan door de belijders van 's Heeren Naam hulp en bijstand zal worden verleend.
Ook te Hengelo (in Overijssel) is blijkbaar „de lamlendigheid der vrijzinnigheid" aan 't woord. Daar was een rechtzinnig predikant, ds. Van der Waal (de schrijver in „Contact", het Orgaan van de Vereen, van Vrijz. Hervormden, die over deze kwestie schrijft, kent blijkbaar nog niet eens de juiste naam van dezen dominé) en daar was de vacature ds. Hiebendaal (vrijzinnig). Het Kiescollege is in groote meerderheid orthodox. Wat zou men doen ? Zou men in de vrijzinnige vacature weer voorzien door het beroepen van een vrijzinnig predikant ? Neen — het Kiescollege heeft besloten een tweeden orthodoxen dominé te beroepen, die het Evangelie van Jezus Christus naar de Schriften zal verkondigen.
Nu is natuurlijk heel de Vrijzinnige menigte in rep en roer. Schande wordt er over gesproken. De fiolen vol toorn worden uitgegoten over de orthodoxen en met name over het hoofd van den rechtzinnigen predikant. Maar — wat verklapt men in de N. Rott. Ct. ? Dat „de lamlendigheid van de vrijzinnigen" de eigenlijke oorzaak is !
En hoe staat het in Bolsward, waar eens de Generaal-majoor van de Vrijz Hervormden in Nederland, woonde en troonde, het bolwerk der Vrijzinnigen in Friesland ?
In „Hervormd Zondagsblad" voor Friesland lezen we : , De rechtzinnigen hadden hun eigen kerk en hebben die nog". [Dat is de Evangelisatie van de orthodoxie in deze vrijzinnige gemeente.] „Zij voorzien samen in alles wat noodig is in hun' midden. Doodehandsgoed bezitten de rechtzinnigen niet. De vrijzinnigen (dat is daar de officieel-kerkelijke partij) daarentegen hebben zelfs veel Kerkbezit. Vóór eenige jaren kon aan de twee vrijzinnige predikanten (zonder rijkstractement, dat in Bolsward niet is) samen ongeveer ƒ 8000.— worden uitgekeerd. En nu — is er maar één predikant en wordt.de tweede predikantsplaats opzettelijk niet vervuld !”....
Ook daar „de lamlendigheid van de vrijzinnigen".
Waarbij men dan nog spreekt van onverdraagzaamheid bij de rechtzinnigen.
Maar de Wieringermeer dan ? En Bolsward, waar men constant weigert een rechtzinnig predikant te beroepen ? ' En wie herinnert zich de geschiedenis van Drachten niet, nu een jaar of 6 geleden. En in Rijswijk (Z.H.) zijn ook twee vrijzinnige predikanten. En in Boskoop wilde men er indertijd ook niets van weten nu eens een orthodoxen dominé te beroepen ; net zoomin als in Sliedrecht, enz. enz.
Neen, als de Vrijzinnigen overgaan tot het beroepen van een rechtzinnig predikant, dan is het gewoonlijk, omdat de nood, de financieele nood dringt en het water aan den rand gestegen is.
Waarbij men ook altijd zit te rekenen hoe de verhoudingen in de Besturen zijn en worden zouden als men eens een rechtzinnigen dominé kreeg! Denk maar aan de merkwaardige brief uit Drachten, toen in de vac. ds. Westmijse moest worden voorzien. Het was toen de houding van den „ridder met de droeve figuur".

KERKELIJKE TOESTANDEN IN TSJECHO-SLOWAKIJE.
Nooit is er zóó dikwijls en door iedereen gesproken over dit land, als in de laatste weken. „Een Staat, wat zijn ligging betreft, het hart van ons werelddeel, niet zoo heel groot van omvang, maar een vuurhaard gelijk, waarvan thans de vlammen uitslaan naar alle kanten, Europa bedreigende met ondergang en verwoesting".
Wie Praag zegt, denkt aan Johannes Huss, eenmaal rector van de Praagsche Hoogeschool, de grootste aller Tsjechische helden, de leider der Kerkhervorming daar, die, onder voorspiegeling van een vrij geleide, naar Constanz ging en aldaar toen gevangen genomen is en op den brandstapel om het leven is gebracht (1415). Dat heeft z'n gevolgen gehad èn wat betreft de politieke-nationalistische èn wat de kerkelijke ontwikkeling van het volk betreft. Een heftige strijd is er altijd geweest tusschen de Roomsche Kerk en het Protestantisme, waarbij de laatste jaren een krachtige beweging is gekomen vanuit Sovjet-Rusland om de godloozen-partij tot bloei te brengen, wat helaas ! niet zonder de vreeselijkste gevolgen is gebleven.
We denken óók aan Comenius, dei humanist, de man van het onderwijs, die voor het eerst van allen een geïllustreerd kinderboek schreef en zooals we weten in Naarden begraven werd, gevlucht zijnde uit zijn geboorteland. Een andere illustre Tsjech was Hollas, óók gevlucht, net als Comenius, eerst naar Engeland, wiens etsen van Londen vóór den brand beroemd zijn.
Hoe groot de vijandschap tegen Huss was, blijJit b.v. hieruit, dat één priester zich beroemde, dat hij 6'0.0'00 Boheemsche boeken verbrand had ! De Boheemsche bodem heeft heel wat bloed gedronken!
We zijn hier in een van de rijkste landen van Europa (hoewel niet dichtbevolkt en open liggend voor allerlei mogelijkheden !), rijk door groote natuurlijke rijkdommen, waar een hoogst ontwikkelde industrie, zoowel als een zeer wetenschappelijke landbouw bloeit. Toen in 1919 de nieuwe Staat gegrondvest werd (want het is hier een makelij van na den oorlog met niet onduidelijke bedoelingen kunstmatig in elkaar gezet !) omvatte zij meer dan de helft van de groote industrieele ondernemingen van het vroegere Oostenrijk en Hongarije (welke landen kapot gemaakt moesten worden !) De rijkste gedeelten zijn die, waar de Sudeten wonen (en waar Frankrijk zooveel forteficaties, naar de meest moderne begrippen liet bouwen !), die vooral rijk zijn aan metalen, kolenmijnen, chemische fabrieken, katoen, wol, jute en lederfabrieken, porcelein, glas (denk aan de kleurige oorversierselen, halskettingen, broches, enz.), handschoenen en schoenen-ondernemingen, brouwerijen ('t Pils-bier) en (helaas !) distilleerderijen, zoowel als groote en zeer goed geleide landbouwbedrijven. Een door de natuur dus rijk bevoorrecht land !
Nu gold echter voor dit land, dat het van zijn formatie af, vlak na den grooten wereldoorlog, tot op heden was „een rijk tegen zichzelf verdeeld". Dr. De Bie zegt in een artikel in „De Geref. Kerk" : „Wie ooit binnen de laatst verloopen twintig jaar als buitenlander zich korter of langer in de hoofdstad Praag ophield, heeft het al spoedig bemerkt, de gespannen verhouding tusschen de Duitschsprekende en Tsjechische elementen der bevolking. En wie iets dieper in de toestanden doordrong, moest wel tot de overtuiging komen, dat het te eeniger tijd op een uitbarsting zou uitloopen". Een rijk, tegen zichzelf verdeeld, kan niet bestaan !
Nu we bovenstaand een paar woorden hebben geciteerd uit een artikel van dr. De Bie, emer. predikant te 's-Gravenhage, willen we van 't geen hij in „de Geref. Kerk" schrijft nog iets meer overnemen. Hij schrijft :
„De relatie, waarin Tsjecho-Slowakije tot Sovjet-Rusland staat, is niet uitsluitend van politieken aard. Van de bevolking, iets meer dan 7 millioen (de kinderen meegerekend), behoort ruim een millioen tot de „georganiseerde godloozen". En als vrucht van de atheïstiseh-communistische propaganda, door het Bolsjewisme óók daar te lande gevoerd, werken er vier zelfstandige organisaties hand aan hand. Het vruchtbaarste terrein vindt deze propaganda natuurlijk onder de breede scharen, die geboekt staan als „confessieloozen".
De afval van de Roomsche Kerk is steeds groot geweest, waarvan velen bij de „confessieloozen" 'terecht zijn gekomen en voor de beweging van het Bolsjewisme open stonden. Velen zijn er echter ook, die overgegaan zijn naar de Tsjechoslowaaksche-Nationale Kerk. Soms kwamen er 3000 per maand uit de Roomsche Kerk naar het Protestantisme over. Waar Rome sinds den slag aan den Witten Berg (1620), toen het Habsburgsche huis tot heerschappij kwam, de macht in handen had, is dat nu veranderd en wint het Bolsjewisme eenerzijds en het Protestantisme anderzijds. „Na 1918, toen de banden, die bonden aan Habsburg èn aan Rome, werden losgemaakt, reageerde een autonoom Tsjecho-Slowaaksch volk op wat het gevoeld had als een eeuwenlange onderdrukking, door massale uittredingen uit de Roomsche Kerk. Dit verschijnsel hield gelijken tred met de algemeene ontkerstening van den modernen tijd".
Dr. De Bie schrijft dan over de Tsjecho-Slowaaksche Nationale Kerk 't volgende: „De toen ontstane nieuwe Protestantsche Kerk houdt zoowel met het een als met het ander verband. Zij wil het religieus-en zedelijk-eeuwige uit het Evangelie van Christus met de proefondervindelijke resultaten der moderne wetenschap en met de rechtmatige eischen van den modernen mensch — zooals het heet — verbinden ! Zij wil een Kerk van Christus zijn èn van den modernen mensch! De Bijbel is voor haar niet eenvoudig het Woord Gods, maar getuigenis van het Woord Gods. Zij verwerpt de Drieëenheid Gods ; eveneens het dogma van de erfzonde. Jezus Christus is voor haar niet Gods Zoon, maar slechts Zoon Gods in ethischen zin, omdat Hij onder alle menschen tot nu toe God het meest volkomen erkend heeft".
Die Kerk — door en door „vrijzinnig" dus — staat onder leiding van een patriarch-bisschop. Het land is verdeeld in bisdommen ; voor elk van deze is de zorg aan een bisschop opgedragen. De keuze van deze bisschoppen berust bij de gemeenteleden. De geestelijken ontvangen hun opleiding aan de theologische Huss-faculteit te Praag.
In de eerste jaren ontbrak het deze nieuwe Kerk aan gebouwen. De Roomsche Kerk, hoewel zij ontzaglijk veel leden verloor, bedankte er voor haar kerken beschikbaar te stellen. Zoo worden dan ook dikwijls in schoolgebouwen de godsdienstoefeningen gehouden.
Dr. De Bie zegt ten slotte : „Zooveel is zeker, dat van deze nationale Kerk het getuigenis niet kan gelden, dat zij blijkens haar belijdenis is „gebouwd op het fundament der Apostelen en Profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen".
Nu is er gelukkig in Tsjecho-Slowakije óók nog wel een andere Protestantsche beweging, meer overeenkomstig de Heilige Schrift. Er is èn een Duitsch-Evangelische Kerk èn er is een Calvinistische beweging. Maar het aantal van deze belijders is gering.
Dr. De Bie zegt er nog dit van : „De Duitsch Evangelische Kerk, hoe gering het aantal barer leden mag zijn en hoe weinig invloed er van haar uitgaat naar buiten, vertoont in vergelijking met de „Nationale Kerk" toch wel een ander beeld. En er bestaat in dit land óók een Calvinistische Gezindte. Maar toen een paar jaar geleden een Statuut van de kerkelijke gemeente der Calvinisten in Slowakije aan den Minister van eeredienst werd aangeboden, heeft deze geweigerd dit te bekrachtigen. De regeering achtte het niet wenschelijk de Calvinistische gemeente als een zelfstandige gemeente te erkennen, en gaf haar vertegenwoordigers in overweging zich bij de Evangelische gemeenten aan te sluiten".
Wat zal nu het Nationaal-Socialisme brengen ?
Wij denken aan Psalm 2. Daar lezen we :
„Wie zal ons het goede doen zien ? " En de bede rijst op : „Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o Heere !" *

HET OUDE KERKRECHT
Toen prof De Bruin onlangs, na 33 jaar arbeids, afscheid nam als hoogleeraar aan de Theologische School der Chr. Geref. Kerk te Apeldoorn, heeft hij gesproken over Het oude Kerkrecht. Een resumé laten we hier, van deze afscheidsrede, volgen :
„Spreker begon met de vraag, wat onder het oude Kerkrecht verstaan moet worden, daar er thans verwarring is en het oude Kerkrecht door één der Hoogleeraren in de Geref. Kerken in de kwestie te Drachten, het nieuwe, is genoemd. Dr. H. H. Kuyper bestreed dit in „De Heraut" en noemde het Kerkrecht, dat het nieuwe werd genoemd, juist het oude.
Onder het nieuwe Kerkrecht verstond de spreker het Kerkrecht der Doleantie, dat zijn grondslag vindt in het Tractaat voor de reformatie der Kerken en door prof. Rutgers verdedigd is. Volgens dit Kerkrecht mocht eene Classis een Kerkeraad niet afzetten, doch wel den band met zulk een Kerkeraad verbreken. Het tuchtrecht der meerdere Vergadering kwam hierbij in het gedrang. Vele bewijzen werden gegeven en historisch toegelicht, die aantoonden, dat in de Christ. Geref. Kerk vanaf 1934 het tuchtrecht der meerdere Vergaderingen werd gehandhaafd. Uit de acta der Synoden der Chr. Geref. Kerk werd bewezen, dat menigmaal een Kerkeraad door eene Classis of Synode werd afgezet. Bijzonder werd de nadruk gelegd op de Synode van Franeker, die in 1863 het tuchtrecht der Classis Hattem handhaafde tegen het besluit der Part. Synode van Gelderland, welke lijdelijk verzet pleegde tegen de uitspraak der Classis van Hattem, dat ds. E. Teunis, predikant te Heerde, uit kracht van suspicie moest afgezet worden. De Synode bekrachtigde het Classicaal besluit tegenover de Part. Synode.
Na nog gewezen te hebben op verschillende Synodale en Classicale uitspraken, werd dan ook er aan herinnerd, hoe de Chr. Geref. Kerk na 1892, het oude Kerkrecht handhaafde bij de afzetting van den Kerkeraad van Suawoude door de Classis Leeuwarden in 1899.
Ook dat de Synode der Geref. Kerken in 1927 te Assen bij de procedure Geelkerken, het oude Kerkrecht toepaste, wat door de professoren H. H. Kuyper en H. Bouwman werd verdedigd tegenover ds. Van Lonkhuizen, van Zierikzee.
Als historische toelichting werd ook nog gewezen op de Chr. Geref. Kerk in Amerika, waar in de ééne Classis het oude en in een andere Classis het nieuwe Kerkrecht werd toegepast in de kwestie Hoeksema. Om deze tweeërlei toepassing van het Kerkrecht, kwam de zaak ter Synode van 1926. Deze besliste voor het oude Kerkrecht door de uitspraak :
dat Art. 36 der D.K.O., de Classis jurisdictie geeft over den Kerkeraad en ook de Artt. 79 en 80 D.K.O., zoowel als het onderteekeningsformulier dit erkennen. Daarna werd het oude Kerkrecht der Chr. Geref. Kerk verdedigd op grond van de H. Schrift, de Ned. Confessie, de D.K.O. en de practijk der Geref. Kerken in de dagen van Voetius en Hoornbeek, zoo vóór als na de beroemde Synode van Dordrecht”.
Het Gereformeerd Kerkverband moet dus gehandhaafd blijven en we moeten geen independentisüsche beginselen toelaten.
Prof. dr. H. H. Kuyper schrijft in „De Heraut" : „Wij zijn prof. De Bruin dankbaar, dat hij dit door verschillende voorbeelden uit de historie nader heeft aangetoond. Ook dr. Keizer wees er in zijn beoordeeling van de dissertatie van dr. Bouwman op, dat in de vroegere Chr. Geref. Kerk een opvatting was van de bevoegdheid der meerdere Vergaderingen, inzonderheid van het tuchtrecht. Wel was er aanvankelijk in de Chr. Geref. Kerk een zeer sterke independentistische strooming (het on-afhankelijkheidsbeginsel van de plaatselijke Kerk), als reactie tegen de hiërarchie der Hervormde Kerk, maar toen „de crisisjaren der jeugd" voorbij waren, was deze strooming overwonnen en werd het Kerkverband sterker gevoeld". Prof. De Bruin heeft dat nu uit de geschiedenis aangetoond, en nog meer : hij heeft dit oude Kerkrecht verdedigd op grond van de Schrift, van de Ned. Confessie èn van de practijk der Geref. Kerken, zoowel vóór als na de beroemde Synode van Dordt, benevens uit de geschriften van Voetius, Hoornbeek e.a."

Het verschil tusschen den Catechismns van Calvijn en van Heidelberg.
Zooals onze lezers weten, hebben wij in vervolgstukken den Catechismus van Calvijn in „De Waarheidsvriend" opgenomen, waarvan nu het einde bereikt is. Wij weten niet, hoe het gegaan is bij de lezers, maar wat óns betreft, wij kiezen zonder voorbehoud voor onzen Heidelberger !
Het trof ons, dat prof. Hepp in „Credo" juist over deze kwestie schreef in een belangrijk artikel: „Het bevindelijke leven". We laten het stukske, dat we bedoelen, hier volgen, zij 't hier en daar ietwat ingekort om oorzake van onze plaatsruimte :
„Dat niet de Catechismus van Calvijn hier ingang vond, vindt vooral z'n oorzaak hierin, dat in onze Heidelberger het bevindelijke leven zoo veelvuldig aan 't woord komt. Geen onzer denkt er aan, onzen Catechismus in te ruilen tegen dien van Calvijn. Wel willen we deze twee ter onderwijzing vergelijken, maar als Leerboek in onze Kerken houden wij het — en waarlijk niet uit conservatisme — bij het werk van Olevianus en Ursinus. Daarmee zeggen we niet, dat Calvijn van het bevindelijke leven niets moest hebben. De publicaties der laatste jaren hebben wel het tegendeel bewezen. Zoowel in zijn brieven — al is Calvijn een gesloten figuur — alsook in zijn Institutie en Commentaren, heeft hij het gezonde bevindelijke leven ontsloten. Maar in den Heidelberger spreekt het voor den eenvoudige luider. En toch zoo door en door Schriftuurlijk. Daarom was het voor ons volk zoo bijzonder geschikt". „Zoolang dan ook over den Catechismus gepreekt werd, was het volk niet ongereformeerd te maken".
En onze Dordische Leerregels ?
In hetzelfde artikel, bovengenoemd, schrijft prof. Hepp verder :
„En dan onze Dordtsche Leerregels ! Hoe sterk wordt daarin met het bevindelijke leven rekening gehouden ! Wat klem wordt daar gelegd op het leven, dat uit God is ! Eerst waren zij voor velen een ergernis, omdat daarin met kracht werd opgekomen voor de „harde" waarheid der uitverkiezing. Het „vreeselijke besluit" der verwerping werd er klaar in beleden.
Maar thans oppert men daartegen bezwaren van anderen aard. Men durft de stelling aan, dat de Dordtsche Leerregels een symptoom zijn van het verval van de Gereformeerde leer. Men wraakt ze om hun subjectivistischen inslag. Maar wat men hier voor subjectivisme uitmaakt, is niet anders dan dat ook het bevindelijke leven daarin tot zijn recht komt.
Er valt geen spoor van subjectivisme in te bekennen ! Alles is op de Schrift gegrond. Velen worden er echter door gehinderd, dat niet alleen het werk Gods voor den mensch, en tot den mensch daarin als belijdenis der waarheid wordt vastgelegd, maar ook het werk Gods in den mensch. En daarom geeft men ze slechts voor de helft crediet".
En hoe staat het met de Nederlandsche Geloofsbelijdenis ?
„Onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis (in 37 Artikelen) legt in de eerste plaats getuigenis af tot hen, die vreemd tegenover onze Kerken staan. Daartoe kan het bevindelijk leven minder dienen. Onze Confessie belijdt alle voorname waarheden. Daarbij komt, dat de Ned. Geloofsbelijdenis zich krachtig, kant tegen het subjectivisme van het Anabaptisme. Zij wijst van het z.g.n. innerlijke licht terug naar de objectiviteit van het Woord Gods. Daardoor schijnt het 't bevindelijke leven weinig te accentueeren. Evenwel is dit niets dan schijn. Het gebruikt aangaande het bevindelijke leven uitdrukkingen zóó kras, dat, als het volle licht er op valt, menigeen geneigd is te vragen : maar is dat niet te kras ? "
Zonder bevinding zou de belijdenis ook een doode belijdenis zijn.
Ook voor óns.
Dat het dan maar zich openbare in schriftuurlijke en confessioneele banen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's