De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

EEN ONBILLIJKE BELASTING

4 minuten leestijd

Zooals wij in het nummer van 29 September van ons blad schreven, is er op de Rijksbegrooting voor het dienstjaar 1939 een tekort, dat geraamd is op ƒ 142.676.549. Tot gedeeltelijke dekking van dit tekort van rond ƒ 142.5 millioen rekent de Regeering op de medewerking van de Staten-Generaal om de duur van de werking van een aantal belastingen, welke slechts tot 1 Januari 1939 of tot 1 Mei 1939 zouden worden geheven met 3 jaren te verlengen.
De gelden, uit deze heffingen verkregen, — aldus de Regeering — kunnen nog niet worden gemist en het laat zich aanzien, dat hierin in de eerstkomende jaren nog geen verandering zal komen.
Dat dit laatste ook inderdaad is te verwachten, blijkt voldoende uit de cijfers, die de Regeering nu reeds in de millioenennota over de eerstkomende jaren geeft.
De kosten voor de Defensie en voor de bestrijding der werkloosheid nemen toch voor de jaren l939, 1940 en 1941 een zoodanigen omvang, dat het gat in de Rijksbegrooting niet anders dan met de grootste inspanning en niet dan door middel van het heffen van nieuwe belastingen te stoppen is.
Nu behoort tot de belastingen, die de Regeeriirg voorstelt te verlangen, ook de bekende doodehandsbelasting. De Regeering heeft er niet van kunnen afzien om deze belasting, die automatisch met 1 Januari a.s. komt te vervallen, niet - meer voor verlenging voor te dragen. Zij kan geen enkel millioen missen, wil het met den toestand der Rijksfinanciën niet hopeloos vastloopen. Daarom herinnerden wij hierboven nog eens aan het ontstellend groote tekort, dat voor 1939 dreigt. De Regeering heeft, naar zij verklaart, de 2 millioen, die de belasting opbrengt, hard noodig.
Krijgt de Regeering dus haar zin, dan zal ook de doodehandsbelasting niet alleen voor 1939, maar zelfs ook in de jaren 1940 en 1941 worden geheven.
Tegen de doodehandsbelasting bestaat nu, gelijk men weet, het bezwaar, dat de kerkelijke goederen ook in deze belasting betrokken worden. De Nederlandsche Hervormde Kerk draagt voor een niet onbelangrijk gedeelte, namelijk ƒ 150.000, in de opbrengst der belasting bij. De belasting treft b.v. classicale weduwen-en weezenbeurzen aan predikantsweduwen en - weezen benevens aan emeriti-predikanten. Ook de algemeene fondsen der Nederlandsche Hervormde Kerk, die gebezigd worden om aan hulpbehoevende gemeenten en personen een financieele tegemoetkoming te verleenen, hebben bij te dragen. Wat te kort komt moet door extra-collecten worden goedgemaakt.
Evenals de Kerk worden ook de diaconieën door de doodehandsbelasting getroffen. Wel zijn de diaconiefondsen, voor de gelden, die zij uitgeven aan armenzorg, vrij, doch niet ten aanzien van de batige saldi, hoewel deze toch veelal in een volgend jaar besteed worden.
En eindelijk — en dit in de derde plaats — worden kerkvoogdijbezittingen door de doodehandsbelasting getroffen.
Dat de doodehandsbelasting, die de Kerken belastingplichtig maakt, tegenover het instituut van den eeredienst onbillijk handelt, springt duidelijk in het oog, wanneer men let op het feit, dat door de wet vrijgesteld worden de goederen, die bestemd zijn tot financiering van wetenschappelijke instellingen, ziekenhuizen, musea, natuurmonumenten enz.
De Kerken echter moeten betalen.
In verscheidene Hervormde Gemeenten wordt de toestand moeilijk, omdat zij de indertijd van de Roomsche Kerk in gebruik genomen monumentale Kerkgebouwen te onderhouden hebben, die ook wat hun geschiktheid betreft, weinig economisch zijn, doch welke de gemeenten, nu zij die gebouwen eenmaal bezitten, hebben in stand te houden. Ook om die reden kunnen deze gemeenten de inkomsten uit fondsen en andere kerkelijke goederen niet missen, zoodat de doodehandsbelasting de verwaarloozing van kerkgebouwen in de hand werkt.
Waar deze zaken nu zoo staan, is het te begrijpen, dat nu de doodehandsbelasting op 31 December eindigt, van Hervormde zij Ie pogingen in het werk worden gesteld om de belasting, althans wat de Kerken betreft, niet verlengd te krijgen.
Daartoe houdt het Hoofdbestuur der Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Nederlandsche Hervormde Kerk in de maanden September en October een tiental provinciale vergaderingen en gaat het bij een aantal Kamerleden rond, om op de groote bezwaren te wijzen, die de Nederlandsche Hervormde Kerk van de doodehandsbelasting ondervindt.
Reeds werd in ons blad de motie gepubliceerd, die op de Provinciale Vergadering van Zuid-Holland te Rotterdam werd aangenomen. Over deze motie willen wij de, volgende week iets zeggen.
Wij eindigen dit artikel met te laten volgen het slot van een adres, dat de Commissie vanwege de Nederlandsche Hervormde Kerk ter zake van de doodehandsbelasting tot de Tweede Kamer richt.
In dit adres zegt de Commissie, dat zij nadrukkelijk de aandacht vestigt op den roep om geestelijke herbewapening van ons, volk, waarin uit den aard der zaak de Kerk een taak te vervullen heeft. De doodehandsbelasting nu belemmert de Kerk in de vervulling van hare hooge taak in het belang der geheele natie.
Daarom verzoekt de Commissie, dat de Tweede Kamer haar bemiddeling zal geven, om de Kerk vrij te stellen van de voor haar zoo drukkende en onbillijke belasting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's