UIT DE HISTORIE
ZWINGLI OVER ROME
De uitspraken van Zwingli, die wij vorige week gaven, bepaalden ons bij de vraag, hoe Zwingli een Hervormer geworden is ; in dit artikel gaat het meer over de motieven, waarom hij met Rome brak. Beide zijden tezamen vormen één geheel.
De godsdienstige en zedelijke verdorvenheid van onzen tijd heeft mij er toe gebracht, het pausdom aan te vallen ; door haat en hartstocht werd ik niet gedreven, aangezien ik die steeds heb verfoeid. Iedereen weet, dat heden ten dage het leven der christenen ongemerkt in verval geraakt is, en zóó ver van de zuivere evangelische leer af staat, dat een algemeene en grondige hervorming van de kerkelijke wetten en zeden absoluut noodzakelijk is geworden. De wereld is moe van de scholastieke onzinnigheden en spitsvondigheid, waarin de theologie gevallen is ; zij hunkert er naar, om te kunnen drinken uit de zuivere bronnen van het Evangelie. Wanneer de toegang tot deze bronnen niet ontsloten wordt, dan zal men zich met geweld toegang verschaffen.
Helder staat ons deze verdorvenheid der wereld en de dringende behoefte aan verbetering voor oogen ; tevens weten wij, dat onze hemelsche Vader ons steeds in Zijn hoede neemt, ons waarschuwt en kastijdt ; ook heeft Hij Zijn Woord gezonden, om alle wonden te genezen, en ons voor een volslagen ondergang te behoeden ; wie zou, op dit alles ziende, niet het oor leenen aan de stem des Heeren?
Wie erkent niet, dat de dag des Heeren is aangebroken ? Niet de doorluchtige dag van het laatste oordeel, maar de dag, waarop de Heere de verdorven wereld wil hervormen. Opnieuw heeft Hij het licht van het Evangelie, dat tot onze eigen schade zoo lang verborgen geweest is, op den kandelaar geplaatst, alhoewel het ook te voren binnen aller bereik was.
Toen ook ik tot het inzicht kwam, dat de wereld vol schande, plundering en moord is, en dat alles op losse schroeven was komen te staan, heb ik de hand aan de ploeg geslagen en mijn stem verheven, opdat zij zou gehoord worden door het hebzuchtige Rome en den vetten afgod uit het Vaticaan.
Er zijn menschen, die slechts naar het Evangelie luisteren uit pure haat en afgunst jegens het pausdom. Maar waar haat en afgunst den scepter voeren, daar regeert de oude Adam ; gedreven door haat, kunnen dergelijke lieden alleen maar een grooten mond tegen het pausdom opzetten, maar zij volgen afkeurenswaardige wegen, daar zij niet beginnen met het hervormen van zichzelf. Niet genoeg kan ik de houding laken van hen, die slechts uit motieven van haat handelen ; haat is namelijk steeds een slechte raadgeefster. Mocht het Gode behagen, dat dezulken meer uit liefde tot Hem en hun naaste gedreven werden ! Dan zou hun bestrijding zegenrijke vruchten dragen. Wanneer men zich te weer stelt tegen de verdorvenheid der wereld, alleen uit blinden haat, dan loopt dat op niets uit.
Alleen de ware liefde tot God kan waardig en krachtig tegen het pausdom optreden. Het kwade kan slechts door het goede vernietigd worden ; alleen het licht kan de duisternis verjagen. Alleen toen de kerkelijke machthebbers de prediking van het Evangelie niet wilden toestaan, ben ik er mee begonnen, het Woord van God openlijk te verkondigen. Nooit heb ik er aan gedacht, eenige dwaling binnen te halen, hoewel mijn tegenstanders mij daarvan onophoudelijk beschuldigen. Willen zij mijn onschuld in dezen echter niet erkennen, — welnu : dan ga ik in hooger beroep bij de rechtbank van Jezus Christus, Die het beslissend oordeel zal uitspreken. Onder getuigen kan ik aantoonen, dat ik, vóór het uitbreken van den openlijken strijd, geconfereerd heb met bisschoppen, prelaten en kardinalen over de misbruiken en dwalingen der Roomsche Kerk ; ik heb ze behoorlijk gewaarschuwd, dat er onlusten zouden uitbreken, wanneer deze misbruiken niet ai'gescliaft werden. Acht jaar geleden, in 1517, heb ik te Einsiedein gesprekken gevoerd met den kardinaal van Sitten ; duidelijk heb ik hem aangetoond, dat het pausdom rust op een valsch fundament, en steeds heb ik hem gewezen op Bijbelsche uitspraken. Meermalen heeft deze zelfde kardinaal tegen mij gezegd : „Wanneer God mij in mijn ambt herstelt (hij was destijds in ongenade gevallen bij den paus), dan zal ik trachten, de aanmatiging van den bisschop te Rome te fnuiken".
Helaas, wij weten, dat de man zijn belofte nimmer is nagekomen. Verscheidene malen heeft hij met mij geredetwist over d^ Heilige Schrift ; steeds kwam hij er toe, de misbruiken van de pauselijke kerk te erkennen ; maar zeggen en doen zijn twee !
In 1518, toen Samson ten onzent aflaten verkoopen wilde, liet de bisschop van Constance mij door zijn groot-vicaris, Jean Faber, waarschuwen, dat ik stoutmoedig moest doorgaan met preeken tegen dezen onbeschaamden monnik ; hij zou mij in deze onderneming bijstaan. De eigenhandig door Faber geschreven brief kan ik nog toonen, tenzij er bedrog in het spel is.
Ik heb dus slechts het bevel van mijn bisschop opgevolgd, tot wien ik mij overigens met verschillende smeekschriften gewend heb, teneinde van hem toestemming te verkrijgen tot de vrije prediking van het Evangelie ; ik verzekerde hem tevens, dat het Evangelie, ook ondanks hem, zijn loop zou vervolgen. Wanneer de bisschop van Constance deze toestemming goedschiks had gegeven, dan zou dat een eer geweest zijn voor heel zijn familie.
Nooit heb ik evenwel een gunstig antwoord ontvangen. De prelaten zijn voortgegaan met hun gekonkel, en zij zijn doof geweest. Ik kan echter zeggen, dat ik ze tijdig gewaarschuwd heb. In het openbaar heb ik de vrijheid afgekondigd en mijn recht verdedigd. Niettemin noemen mijn tegenstanders mij een ketter !
D.
d. Zwart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's