MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
De gedachte scheen haar bijna te groot. Toch zou zij voor niets ter wereld dit alles weer willen missen. Wat was Murk goed voor haar en wat had zij al niet aan hem te danken. D'r zouden nog wel zorgen blijven en ook haar huis zouden de moeiten niet gespaard worden, evenals die ook hier bestonden, maar 't was toch heerlijk een eigen tehuis te krijgen met een man, dien zij liefhad, dien zij al bemind had vóór hij het wist, eigenlijk voor zij het zélf wist en die haar, voor zoover het aan hem stond, zeker ook verder gelukkig zou maken. Gebeurtenissen als hier vandaag weer waren afgespeeld, deden haar met toenemend, verlangen uitzien naar den dag, waarop de arbeid hier afgeloopen zou zijn en dit nieuwe tijdperk in haar leven aanvangen zou.
Hoor ! Leek het niet of daar de voordeur openging ? Of was het de wind, die gierde ? Ook de boer keek even op uit zijn blad en legde het oor te luisteren.
Toen was 't weer stil.
Doch. terstond daarna werd opnieuw een geluid gehoord, als van een deurklink, die neerviel.
Woef ! woef ! blafte de hond. Nu leed het geen twijfel meer of daar was nog bezoek. Bouke kon het niet wezen, die kwam zoo'n avond gewoonlijk niet voor tienen thuis. Toch scheen niemand te willen vragen, wie daar in zulk weer bij de deur kon zijn, tot uit de gang de vraag opklonk :
„Is er volk binnen ? "
„Murk !" riep Pleuntje, en wierp aanstonds haar kous neer, om zoo vlug zij kon de deur te openen en naar hem toe te gaan. Ja, daar stond hij, zijn gelaat glinsterend van 't regenwater, dat op dit oogenblik buiten in stroomen viel, zijn pet doorweekt, alsof deze uit de sloot gehaald was, en de dikke duffel, die heel wat in zich opnam, niet minder nat.
„Murk", herhaalde Pleuntje, en liep op hem toe, zooals hij daar stond in het schijnsel van een petroleumlampje : „Scheelt er iets aan ? "
„Maak je maar niet ongerust, Pleuntje, maar ik moest vóór den nacht hier nog heen, om te trachten den vrede te herstellen, 'k Heb verkeerd gedaan met zoo boos weg te loepen en geloof, dat de boerin niet geheel onwaarheid gesproken heeft. Dat moet ik haar zeggen. Is men in de kamer ? "
Met verbazing keek Pleuntje hem aan. Dat zou elk hem niet hebben nagedaan ; doch zóó was hij.
„Ja, maar je kunt zóó niet mee naar binnen gaan. Murk ; kijk eens op den vloer !"
Werkelijk stond daar reeds een plasje water ; 't welk hem uit zijn kleeren droop.
„Vraag dan den boer of de boerin om hier even te willen komen" — zei hij, en wischte met zijn zakdoek zich het gelaat droog.
Hoofdschuddend ging Pleuntje de lange gang door terug naar de kamer. Eenerzijds was zij blij hem te zien, vooral ook om hetgeen hij kwam doen, en anderzijds vond zij het zoo verkeerd in zulk weer, na zoo'n dag van inspanning, hierheen te komen. Doch daar was nu eenmaal niets aan te doen. Hij was er.
Toen zij de deur opende, keken twee paar oogen haar vragend aan.
„Hier is Murk", stotterde zij, maar toen met vaster stem : „hij wil nog graag even iets zeggen".
„En dan daar zeker in de gang blijven staan ; laat Murk hier komen", gebood Siderius.
„Maar hij is zoo nat, dat kan niet, 't Water druipt uit zijn kleeren" — bracht Pleuntje in.
„Neem dan een dweil mee, maar Murk kan hier zeggen, wat hij op zijn hart heeft. Wij ontvangen geen menschen bij de deur" — klonk het beslist.
En weer begaf Pleuntje zich naar het voorhuis, thans om hem te halen. Wat dat hier worden zou.
Intusschen ging de boerin met breien door alsof er het leven van afhing. Kleur na kleur brandde op haar gelaat, doch geen enkel woord had zij nog gesproken. Kwam Murk in toorn, om olie in het vuur te werpen, of was zijn komst met vrede ?
Het duurde nog al even, vóór hij binnenkwam. Pleuntje moest eerst die jas een weinig afdrogen. Foei, wat zag hij d'r uit. Als dit alles goed kwam, dan kwam er méér goed.
Vijf minuten wachten duurt lang. Siderius wierp eensklaps de courant over de tafel en trok de kamerdeur wagenwijd open, zoodat 't licht in de gang viel.
„Komt er wat van of niet ? " riep hij.
’t Volgend oogenblik trad Murk binnen. Pleuntje bleef achter. Zij scheen plotseling nog iets anders te moeten doen, waardoor zij meteen afleiding vond. 't Klopte daar binnen zoo vreemd en zoo wild.
„’n Avond, samen, 'k Wou nog graag even hier terugkomen, om te zeggen, dat ik vanmiddag verkeerd gedaan heb en misschien gister óók wel" — zei hij op een toon, waaruit zijn spijt sprak.
„Wat bedoel je daarmee ? " —-vroeg Siderius.
„’t Gaf voor mij geen pas, zoo kort aangebonden te zijn, dat ik wegliep uit het huis, waar ik zooveel goeds genoten heb. Ook geloof ik, dat 't Koninkrijk Gods daarmede niet gediend is, evenmin als misschien met die vergadering van gisteravond, al ging die niet van mij uit en al werd daar ook nog niets besloten van al datgene, wat de menschen er van vertellen. Maar ik heb vergeten, dat het de Geest des Heeren is, die de harten vernieuwen en 't leven, dat uit God is, wekken moet. En dat wilde ik hier vóór den nacht nog gaarne even zeggen".
Met groote verbazing zagen de boer en de boerin hem aan. Zoo'n taal, in allen eenvoud gesproken, werd niet veel gehoord. Eigenlijk werd men er verlegen onder. Geen van beiden wist, wie hierop het eerst iets antwoorden zou.
„Ga zitten" — zei Siderius eindelijk, en wees hem een stoel.
„Ja, maar dat moet eigenlijk niet ; 't is al zoo laat", sprak Murk, en bleef aarzelend staan,
„Dacht je dan, dat wij je na zoo'n schuldbelijdenis, die geen van ons verdiend en verwacht heeft, in dien regen aanstonds weer laten vertrekken ? "
En zonder het antwoord af te wachten, stond de boer op, plaatste een stoel bij de tafel, greep Murk bij den arm en zei :
„Daar is je plaats". Dan vervolgde hij, omdat er toch iets gezegd moest worden : „Wat dat andere aangaat, 't is treurig, dat een mensch zich niet beter beheerschen kan, en, als mijn vrouw er óok zoo over denkt, dan zou ik zeggen, laten we de kwestie maar afdrinken. Wil je een klein bittertje ? 't Is meteen voor de gezondheid",
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's