De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus

naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (2)

3 minuten leestijd

II. Uit welke deelen bestaat de eenige troost des Christens ?
Deze troost bestaat uit zes deelen :
1. Onze verzoening met God door en om Christus ; zoodat wij niet langer vijanden zijn, maar kinderen Gods ; niet voor eigen rekening staande, maar Christus' eigendom. „Doch gij zijt van Christus, en Christus is Godes". 1 Cor. 3 vers 23.
2. De wijze van verzoening met God: door het bloed van Christus, dat is: het lijden, de dood en de voldoening voor onze zonden ; want onze verzoening geschiedt in den weg der voldoening. „Wetende, dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud. verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is, maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam". 1 Petrus 1 vs. 18, 19. „Het bloed van Jezus Christus, Zijnen Zoon, reinigt ons van alle zonde". 1 Joh. 1 vers 7b.
3. De verlossing van de ellende der zonde en des doods. Want Christus verzoent ons niet alleen met God, maar Hij bevrijdt ons óók van de macht des duivels ; zoodat zonde, dood, satan op ons geen recht meer hebben. „Overmits dan de kinderen des vleesches en des bloeds deelachtig zijn, zoo is Hij óók desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zoude dengenen die het geweld des doods had, dat is, den duivel". Hebr. 2 vers 14. „Hiertoe is de Zoon Gods geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zoude". 1 Joh. 3 : 8b.
4. De eeuwige instandhouding der verzoening en der verlossing, en de eeuwige bewaring van al de goederen, welke Christus eenmaal voor ons heeft verkregen. Wij zijn Zijn eigendom en liggen voor Zijn rekening. Derhalve bewaart Hij ons als Zijn liefste pand, zoodat zelfs geen haar van ons hoofd kan vallen zonder den wil van onzen hemelschen Vader. Onze zaligheid rust niet in onze handen en steunt niet op onze krachten ; anders zouden wij haar reeds in één enkel oogenblik duizendmalen verliezen.
5. Het omzetten van alle rampen in zegening en heil. De vromen toch worden in dit leven verdrukt, ja ook gedood ; zij zijn als schapen, die worden geslacht. Doch dit schaadt hun niet, veeleer werkt het mee tot hun zaligheid, omdat de Heere dit alles in zegening verandert. „Dengenen die God liefhebben, moeten alle dingen medewerken ten goede". Rom. 8 vers 28.
6. Het volle vertrouwen en de vastigheid aangaande deze zoo groote weldaden en het eeuwige leven. Dit vertrouwen en deze vastigheid ontstaan : a. Uit het getuigenis des Heiligen Geestes in onze harten, die in ons het ware geloof en de bekeering werkt, en met onzen geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn en deze weldaden ook óns toebehooren. De Geest is het onderpand onzer erfenis. b. Uit de vruchten van het ware geloof, die wij in ons waarnemen, n.l. het ware berouw en het vaste voornemen om Gode te gelooven en Hem te gehoorzamen overeenkomstig al Zijn bevelen. Onze innerlijke gezindheid spreekt ons toe en uit de ernstige begeerte om Gode te gehoorzamen naar Zijn Woord en Wet, zijn wij verzekerd van het ware geloof. En uit het geloof nu zijn wij verzekerd van Gods welbehagen en van het eeuwige heil. Dit vaste vertrouwen is de grond, waarop alle andere gedeelten van onzen troost steunen. Zijn we verstoken van dat vast vertrouwen, dan zullen wij in de verzoekingen allen troost zien verdwijnen als rook voor den wind.
Kortelijk saamgevat kunnen wij zeggen : onze troost bestaat hierin : dat wij Christus' eigendom zijn ; door Hem met den Vader verzoend en door Dezen bemind ; dat wij ook zalig zullen worden, daar de Heilige Geest en het eeuwige leven ons geschonken zijn.
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's