De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGEN BUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGEN BUS

6 minuten leestijd

Vraag : Wat beteekent de uitdrukking in het Doopsformulier : dat er twee deelen begrepen zijn in het Verbond ? Ik ben geneigd te lezen : twee partijen, omdat de menschen dat woord „deelen" niet begrijpen of verkeerd begrijpen en het woord partijen duidelijker is en beter zegt wat er bedoeld wordt. Wat dunkt u, is het aan te bevelen te lezen „partijen" inplaats van „deelen" ?
Antwoord : Eerlijk gezegd lag deze vraag er al lang, al héél lang. Dat gaat soms zoo ; dan blijft iets maar liggen, dikwijls zonder eenige bedoeling ; maar er is ook zoovéél wat onze aandacht vraagt ; en de week is zoo kort. Maar ter zake.
Dit is een oude kwestie en velen zijn het met den vrager eens, dat hier partijen duidelijker spreekt en óók beter weer geeft wat er nu eigenlijk bedoeld wordt. Er zijn toch — zegt men — twee partijen : God en de mensch ? God, de belovende God en de mensch, die in gehoorzaamheid des geloofs toetreedt en de belofte in 't geloof aanvaard en dan een tegenbelofte geeft, om in nieuwe gehoorzaamheid te wandelen.........
Laten we de zinsnede waarom het gaat even afschrijven : „Ten derde, overmits in alle verbonden twee deelen begrepen zijn, zoo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid." In alle verbonden zijn twee deelen begrepen — staat er. Dat is dus iets algemeens bij een verbond, het komt voor bij alle verbonden. En dan gaat ons Doopsformulier van die „alle" verbonden over, op den Doop, op hei genadeverbond, dat heel particulier is in 't midden van de Gemeente van Christus en niet daarbuiten reikt.
Welke zijn nu die twee „deelen" in het verbond der (particuliere) genade ?
Wel zegt men : dat is God eenerzijds — en dat zijn „wij" anderzijds ; en wij worden dan vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid........
Als dat zoo is, dan zou men inderdaad heel goed kunnen lezen „twee partijen"; zelfs beter dan „twee deelen". Maar is het zoo ?
Is het niet aldus : het eene deel van het genadeverbond staat tegenover het andere deel ; het eene deel is Gods belofte, het andere deel, dat daarbij (daarop) past is onze verplichting. Zooals dat in alle verbonden is : tegenover belofte staat verplichting. Twee deelen dus.
Wat is nu het eerste verbondsdeel ? Is het niet dit : de H. Doop betuigt èn verzegelt de afwassching der zonden door Jezus Christus. Dat heeft de Moorman ervaren en duizenden en duizenden met hem. En wat de Heere in en door den Doop aan de .volwassenen wil betuigen en verzegelen, mag in de lijn van het genadeverbond nu ook geloofd en beleden worden van onze kinderen, de (kleine) kinderen der geloovigen, die immers in de gemeente, in het verbond Gods begrepen zijn, krachtens Zijn belofte.
Het eerste deel — verbondsdeel — is: de Verbonds-God laat de Heilige Doop betuigen en verzegelen op sacramenteele wijze, de afwassching der zonden door Jezus Christus. Daarom geschiedt de bediening van het sacrament van den Heiligen Doop ook in den Naam van den Drieëenigen God, waarbij Vader, Zoon en Heilige Geest, ieder dan onderscheidenlijk sprekend, één getuigenis en bezegeling geven: God wil onze Vader zijn, Christus wil ons wasschen (van onze zonden) in Zijn bloed, en de Heilige Geest wil in ons wonen en wil ons tot lidmaten van Christus heiligen.
Hebt gij het gehoord ? Dat is het eerste verbondsdeel. God Drieëenig wil ons een overvloedigen rijkdom van weldaden schenken.
Dat is het eerste verbondsdeel.
Maar — in alle verbonden zijn twéé deelen begrepen, bij belofte hoort altijd verplichting. En waar nu in alle verbonden twee deelen begrepen zijn, zoo is het óók het geval in het genadeverbond, bij de bediening van het sacrament van den Heiligen Doop. Dan zijn er óók twee deelen ; en aangezien we nu het eerste deel gehoord hebben : Gods schenking van overvloedige genade met vernieuwing des levens, zoo komt nu het tweede deel (want zonder twee deelen kan geen verbond bestaan, geen enkel verbond, en dus ook het genadeverbond niet) en dat twééde deel is : „zoo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid".
Geen enkel verbond is één-deelig. In het werkverbond legde God den mensch de verplichting op van gehoorzaamheid, na de belofte van het eeuwige leven ; met de bedreiging van den dood, als niet aan de verplichting werd voldaan.
Het karakteristieke van het verbond is dus, dat er twee deelen, twee polen zijn : belofte en verplichting, en deze twee deelen houden elkaar in evenwicht.
In een gewoon verbond (waar twee, drie, vier en meer partijen kunnen zijn) vervalt de verplichting van de ééne partij, als de belofte van de andere partij geschonden wordt. Dat is hier, in het genadeverbond, niet mogelijk bij God. Wee, die nu het tweede deel, de verplichting en de verbondsgehoorzaamheid schendt, die zal de verbondswraak en de verbondsstraf zekerlijk niet ontgaan.
Hier dus te spreken van twee partijen zou heelemaal verkeerd zijn ; die partijen liggen ergens elders ; het gaat nu om de twee deelen of elementen van het verbond, het genadeverbond, dat God in Christus met Zijn Gemeente en haar zaad wil sluiten, bezegelen en bevestigen.
We blijven dus spreken hier van de twee deelen van het verbond, van de twee elementen of bestanddeelen, die er in vervat zijn : belofte eenerzijds en verplichting in nieuwe gehoorzaamheid anderzijds,
In ’t geen we hierboven schreven, zit soms woordelijk wat o.a. prof. Hepp de laatste weken in Credo schrijft. En we herinneren ook aan wat prof. Schilder in de Reformatie en dr. A. Kuyper Jr. in de Rott. Kerkbode schreef. Bij al de verschilpunten, die telkens openbaar worden in deze, blijven wij bij bovenstaande lezing en verklaring : het verbond is tweedeelig (wat heel iets anders is dan de kwestie van één of twee of drie of vier of meer partijen, dat ligt op een andere plaats). Het gaat hier om de twee deelen in het verbond, dat God in Christus uit louter genade gesloten heeft met Zijn Gemeente en haar zaad.
De twee deelen, de twee elementen of bestanddeelen, waaruit elk verbond, en ook dit verbond bestaat : belofte èn verplichting.
Dus niet lezen : twee partijen we blijven lezen : twee deelen !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGEN BUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's