WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
Jezus' geboden en de samenleving.
Op de Theologische Schooldag te Kampen sprak dr. H. N. Ridderbos, Geref. pred. te Eefde, over bovenstaand onderwerp als volgt :
Spreker begon met een nadere verklaring en motiveering te geven van het aangegeven thema. Met „de samenleving" is bedoeld het leven der wereld in haar grootere verbanden. De vraag is, hoe men Jezus' geboden daarin kan nakomen. Het probleem ligt in het feit, dat Jezus' geboden dikwijls geen rekening schijnen te houden met de eischen, die de samenleving stelt. Te wijzen is b.v. op het gebod aan den rijken jongeling, Matth. 19 vers 21, voorts op plaatsen als Lukas 12 vers 33, Matth. 19 vers 12. Dikwijls wordt de eisch gesteld, dat degene, die Jezus wil volgen, alles moet verlaten of verloochenen, Matth. 16 vers 24, 25 ; Lukas 14 vers 33 ; in verband daarmee zijn de rijken en aanzienlijken in Jezus' prediking dikwijls voorbeelden van goddeloosheid ; die door God worden aangenomen zijn degenen, die in de samenleving eigenlijk niet meetellen, Matth. II vers 25, maar die naar gerechtigheid moeten blijven hongeren en dorsten, Matth. 5 vers 6. Vooral de bergrede is in dit verband typeerend en veel besproken. Men denke aan de geboden van het : zweert ganschelijk niet ; wederstaat den booze niet, etc, Matth. 5 vers 21—48.
Uit de vele interpretaties van dit gegeven memoreerde spreker slechts met een enkel woord het radicalisme van Tolstoi e.a., volgens wien de concrete geboden des Heeren (inzonderheid die der bergrede) den grondslag zouden moeten vormen voor een nieuwe samenleving (Koninkrijk Gods). Dit radicalisme is echter reeds daarom niet te aanvaarden, omdat het niet in overeenstemming te brengen is met het doorgaande beeld, dat de Evangeliën van het verkeer van Jezus en zijn discipelen in de samenleving geven. Dit droeg noch een ascetisch, noch een revolutionair karakter. Toch wordt nog steeds aan Jezus' prediking de critiek ontleend op de grondslagen der samenleving en is de Kerk van ouds beschuldigd, dat zij Jezus' geboden voor de samenleving heeft laten liggen. Daarin zou de secularisatie, de aanpassing en verburgerlijking der Kerk uitkomen.
De oplossing van het vraagstuk kan niet liggen in het dualisme, dat Jezus' geboden boven, naast of tegenover de samenleving stelt. (Rome, Luther, Dialect. Theologie).
Jezus wil in Zijn geboden niets anders dan de wet vervullen en de geldigheidssfeer van wet en profeten is niet beperkt, noch ook bestaat in die wet Gods een dualisme tusschen raadgevingen en voorschriften, persoonlijke-en ambtsmoraal. Gebot en Ordnungen. Ook de opvatting, dat de in het geding zijnde geboden, speciaal ook Matth. 5 vers 21—48, slechts van toepassing zijn op de onderlinge verhouding der geloovigen, is niet te aanvaarden.
De bedoeling der radicale geboden is illustratie te geven van de voorwaarde voor alle wetsvervulling : liefde tot God met geheel het hart, geheel de ziel en alle krachten, d.i. geheel en al, met al wat men heeft, beschikbaar staan. Dit geldt niet slechts hier of daar, maar overal. Daarom is de strekking der „moeilijke" geboden onbeperkt. Maar het blijven voorbeelden.
De wet en de profetie, die Jezus wil vervullen in die voorbeelden, eischen ook wel eens een andere toepassing. Jezus is geen nieuwe Wetgever, maar Hij is de Wachter bij de wet en de profetie. En deze hebben een zeer samengestelden inhoud. De geboden des Heeren blijven geheel op dien grondslag : zij willen dat gecompliceerde, samengestelde karakter van den geopenbaarden wil Gods geen oogenblik miskennen of verwerpen.
Daarom is de handhaving van de ordinantiën en instellingen, die voor de samenleving gegeven zijn en bij het licht der bijzondere openbaring als zoodanig onderscheiden kunnen worden, niet in strijd met Jezus' geboden, noch te beschouwen als een lagere gerechtigheid. De discipelen hebben in die samenleving de positief-critische roeping, het zout der aarde te zijn. Aanvaarding van die positieve taak, die in de samenleving overal om vervulling roept, is niet burgerlijk, maar Christelijk. Zout wil conserveeren. Waar echter geen besef meer is voor het verderf, dat ook de instelling der samenleving en dientengevolge het leven zelf overal aantast, daar is het zout smakeloos geworden.
Om dit te voorkomen, is' het echter niet genoeg vanuit de eschatologie het oordeel uit te roepen over deze aardsche-tijdelijke samenleving, "maar is het veel meer noodig deel te nemen aan alle Christelijke actie, die binnen het kader van deze aardsche bedeeling in dien positief-christelijken geest wil werkzaam zijn, op den grondslag van den geopenbaarden wil Gods.
Toch ligt in de wijze, waarop Jezus' geboden van het verkeer en het bezit in de samenleving spreken, duidelijk ook het beperkte en voorloopige daarvan opgesloten. Het Koninkrijk der hemelen komt niet met uitwendig gelaat, het openbaart zich niet als een politieke, sociale of cultureele grootheid in deze bedeeling. De invloed van de kinderen des Koninkrijks op de samenleving is dan ook niet vernieuwend, in den zin van herscheppend, maar conserveerend in den zin van bederfwerend. (Matth. 5 vers 13).
Het beërven van het aardrijk, Matth. 5 vers 5, komt voor de kinderen des Koninkrijks niet als vrucht van de doorwerking van zedelijke beginselen in deze samenleving, maar als vrucht van het ingrijpen Gods.
Dit heft echter — aldus besloot spreker zijn referaat — de positieve taak ten opzichte van deze samenwerking niet op, doch geeft haar juist het karakter van geloofsgehoorzaamheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's