MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Dank je wel, boer, daar kwam ik niet om. Het voornaamste voor mij is, te weten, dat je van mij aanneemt, dat het mij spijt vanmiddag zóó te zijn opgetreden, omdat dit allerminst in overeenstemming is met den wil des Heeren. Ook wil ik er nog graag aan toevoegen, dat het mijn vaste voornemen is niets te doen of te ondernemen, waarvan ik niet zeker ben, dat het met Gods wil overeenkomt en dat ik graag met allen in vrede leef".
Langzamerhand ontplooide zich het strakke gelaat van de boerin. Heel even keek zij van haar breiwerk op, om een blik naar Murk te werpen. Verbeeldde zij 't zich of scheen 't maar zóó, dat hij vanavond heel anders was dan gewoon. Wat leek hij plotseling verouderd. Hoe diep lagen die voren in zijn voorhoofd en welk een ernst lag over heel zijn wezen uitgespreid. Neen, dit was niet, wat men wel eens een koopmanstruc noemde, om daardoor in den pas bij de klanten te komen, uit vrees van anders te veel schade in den handel te lijden. Trouwens, daar was Murk te eerlijk voor. Als van één koopman gold, dat hij óok in den handel zijn beginsel en zijn karakter niet verloochende, dan wel van manken Murk. Dat wist een ieder en daar stond hij voor bekend. Doch de boerin kon zich zulk een belijdenis niet indenken. Zij zou zooiets onmogelijk, kunnen doen, ook al sprak haar geweten, dat zij onrecht deed. Daarvoor was zij véél te hoog en te voornaam en gevoelde zij veel te veel de begeerte in zich om over allen te heerschen. Buigen was haar vreemd, en onrecht erkennen gedaan te hebben, evenmin mogelijk als onrecht te dragen. En nu zat daar hun voormalige arbeider, maar die zoo langzamerhand in heel goeden doen kwam, om te zeggen, dat hij verkeerd had gedaan door niet langer te willen aanhooren, wat zij in haar boosheid over hem meende te moeten uitstorten.
Was dat niet iets bizonders ? Maakte hij haar niet beschaamd ? Moest zij daarbij niet afdalen van de hoogte, waarop zij stond, om te erkennen, dat hij beter was dan zij ?
Hoe kwam het toch, dat dit woord van Murk op allen, doch niet het minst op haar, zulk een overweldigenden indruk maakte ? Moest het louter daaraan toegeschreven, dat zij gaarne den vrede zag hersteld ? Of, omdat daar zulk een grootheid van karakter en bovenal zulk een vaste overtuiging uit sprak ten opzichte van dingen, die haar geheel vreemd waren en die hij het Koninkrijk Gods noemde ?
„De schuld ligt bij mij" — sprak zij plotseling, en boog daarop het hoofd, als wilde zij het schaamrood verbergen, dat haar gelaat kleurde.
Verwonderd keken beide mannen haar aan. Zoowel de boer als niet minder Murk verbaasde zich, dit van haar te hooren. 't Was een taal, die zij nimmer sprak en allerminst in tegenwoordigheid van minderen.
„Ik ben onbillijk geweest in mijn oordeel", ging zij voort, „en heb gesproken over dingen, waar ik niets van weet en die mij eigenlijk ook niet aangaan, 'k Weet niet hoe ik het had en waarom ik het deed. Maar herhaaldelijk werd hier vandaag aan de deur verteld, dat je bezig waart een heele verandering in de gemeente te brengen en daartoe anderen op te wekken. Ik kon dit niet hebben, om ds. Lauwers niet, maar nog méér niet, omdat het mij in mijn eer scheen te raken, dat je in de plaats een der eersten zoudt worden. Daarom werd ik kittelachtig en dan worden wel eens dingen gezegd, waar men later spijt van heeft".
Zoo sprak vrouw Siderius, en 't scheen of er bij het uitspreken van deze woorden meer rust in haar gemoed kwam. Ook het gelaat van den boer helderde op. 't Had ook geheel niet in zijn bedoeling gelegen den huiselijken vrede te verstoren, maar het een heeft vaak het ander ten gevolge en een mensch bleef tenslotte toch altijd een mensch.
„Dus, Murk, je hoort het" — sprak hij — „alle dingen blijven gelijk zij zijn. Je komt hier als gewoon met je wagen en Pleun blijft hier, totdat jullie besluiten mochten voor gemeenschappelijke rekening den handel voort te zetten, doch wat mij betreft, mag dat nog een paar jaar duren en overigens kan elk doen en laten, wat hij wil. Wat nu die kerkelijke beweging aangaat, ik zie er geen heil in, maar heb haar al aanstonds voorspeld, toen ds. Lauwers zijn intrede deed, en verder heb ik geen plan mij daarmede te bemoeien. Wij wonen echter in een land, waar elk mag doen en laten wat hij wil, als hij maar oppast uit handen van de politie te blijven. Ik heb het land aan al die lui met gladde knoopen en raad een ieder aan, om dézen op een afstand te houden. Maar waar blijft Pleun ? "
En opgetogen als een kind, dat tot de ontdekking komt dat de gevreesde straf uitblijft, stond hij op en riep met een stem, die door 't geheele huis klonk :
„Pleun !" „Pleun !" Toen zij daarna op zijn hernieuwd roepen de deur der keuken opende, waar opzettelijk de toevlucht gezocht was, om de bui af te wachten, zooals zij vreesde, bleek het haar al aanstonds, dat er heel geen gevaar dreigde.
„Je hoort er óók bij", sprak de boer, en vervolgde toen zóó luid, dat elk het hooren kon : „De vrede is geteekend en de wapens zijn dus neergelegd, in de hoop van voor altijd !"
Verrast keek zij hem aan.
„Ja, 't is zoo ! Geloof je me niet ? Vraag het dan maar aan de boerin en anders aan je geliefde" — lachte Siderius, niet wetende hoe zijn blijdschap over deze onverwachte oplossing te moeten uiten.
„’t Was verkeerd van mij, Pleun, en ik hoop, dat je verder alles vergeet, wat ik gezegd heb", zei de boerin deemoedig.
„We spreken nu nergens meer over en drinken nog een lekker kopje thee" — meende de boer.
Eerst meende Murk hiertegen te moeten ingaan, 't Was reeds laat op den avond, hij had nog een heel eind te loopen en gevoelde zich vermoeid. Doch daar was geen ontkomen aan.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's