De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe de Vaderen uit onze Bloeitijd dachten over de Doop.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe de Vaderen uit onze Bloeitijd dachten over de Doop.

6 minuten leestijd

De Reformatie had de menschelijke persoonlijkheid bevrijd van onnatuurlijke banden, maar het subject (onderwerp) gebonden aan het objectieve Woord Gods met zijn beloften en bedreigingen.
De Sacramenten waren voor de oude Gereformeerde Kerk teekenen en zegelen om de beloften des Evangelies beter te doen verstaan en ie verzegelen. (Zondag 25).
In de tweede helft der 17de eeuw zien wc op wijsgeerig en theologisch gebied een verschuiving optreden van het objectieve naar het subjectieve, van het voorwerpelijke buiten den mensch, naar het onderwerpelijke in den mensch. (Descartes' grondstelling bijv. cogito ergo sum = ik denk, dus ben ik). In de theologie zien we steeds meer de nadruk vallen op den mensch, in zijn wedergeboorte, bekeering en bevinding. De juiste verhoudingen der Gereformeerde beschouwing tusschen voorwerp en onderwerp, tusschen het Woord Gods en de toepassing des heils aan het menschenhart, gaan langzamerhand verloren en een subjectivisme komt op, dat in de i8de eeuw gaat overheerschen. (Men vergelijke prof. Van Leeuwen : Het geloof. Theologische Studiën 1908).
Jean de Labadie is de man geweest, die groote invloed heeft gehad op deze afbuiging der Gereformeerde theologie naar het subjectivisme. Duidelijk komt dit uit in de Sacramentsbeschouwing van de Labadie en zijn leerling Yvon, waartegen de beste theologen zich heftig hebben verzet, maar die, in de 18de eeuw gangbaar geworden, nog altijd wordt aangediend als de „oud-Gereformeerde" beschouwing.
De Labadie en Yvon in zijn „Leere van den Heiligen Doop" hebben het zwaartepunt verlegd van Gods beloften naar den (wedergeboren) mensch.
Op die wijze werd het Avondmaal een zegel op de wedergeboren staat der geloovigen. „Alleen wie wedergeboren is, mag aangaan en krijgt aan den Disch de verzegeling van zijn staat". „De prediker mag alleen wedergeborenen toelaten". (Men vgl. ons Formulier, waar de nadruk heel anders valt, n.l. „of ik Gods Evangeliebelofte geloof").
Maar hoe dan met den Doop ?
Ook dat Sacrament mag slechts worden toegediend aan diegenen, van wie men op goede gronden vertrouwen mag, dat ze in Christus aangenomen en dus wederomgeboren zijn. Consequent ligt in deze lijn het standpunt der Wederdoopers en verwerping van den Kinderdoop. Deze logische gevolgtrekkinghebben dan ook de Gereformeerden de Labadie c.s. voorgehouden. (Koelman in zijn „Labadisten-dwalingen" bijv.).
In hun „Verklaring des geloofs" verklaarden ze echter, dat kleine kinderen ook wedergeboren kunnen zijn. Drie gronden voor de waarschijnlijkheid der wedergeboorte en daarmee voor den Doop, zijn : I. het geloof der ouders ; 2. de ware heiligheid van het christelijk huwelijk ; 3. een of ander bizonder kenteeken van Godswege. (Men zie „G. Oorthuys : Kruispunten op den weg der Kerk, pag. 123 e.v.).
De Labadistische practijk was echter uitstel van den Doop en de houding in de 18de eeuw werd die ons Formulier aangeeft als „uit gewoonte".
In de Classis Schieland had men veel te stellen met de dwalingen van de Labadisten. Dulignon hield er geregeld conventikels en won verschillende leden der Nederlandsche en Waalsche Kerken voor hun beginselen.
De Kerkeraad van de Gemeente te Bleiswijk merkte weldra, dat ook haar leeraar, ds. Adrianus de Herder i) tot hen behoorde. „In zijn gevoelen van de tegenwoordige staat der Geref. Kerk vertoont hij zich gelijkvormig diegenen, welke door een Man, in velen van verdraaide zinnen, vervoerd, zich daarvan afscheiden".
„Zeer hoog gaf hij op van zichzelf, van zijn bizonder ontvangen licht", „van de moreele zekerheid, die hij had over eens anders geloof en wedergeboorte. Stelde menigmaal de geestelijke staat des menschen drieërlei: 1. wedergeboorte; 2.onwedergeboorte; 3. een tusschenstaat tusschen die beide" ")
Deze ongereformeerde leeringen deelde de Kerkeraad niet, maar het conflict kwam pas, toen hij weigerde kinderen te doopen van ouders, die ,, enkel natuurlijke menschen waren", „geen kennis van de leer der Waarheid hadden".
De Classis, bij wie de Kerkeraad protesteerde, achtte dat ds. De Herder volgens de gewoonte der Kerk, desnoods onder getuigen moest laten doopen". ^)
Bij de Classis leverde ds. De Herder een „Korte verklaring" in, waarin hij voorgaf : 1. Alleen kinderen te willen doopen, wiens naaste Ouders hem bekend waren als wedergeborenen. 2. Voortaan alleen die lidmaten tot het Avondmaal toe te laten, van wie bij onderzoek was gebleken, dat ze wedergeboren waren.
Verschillende conferenties hield men onder leiding van ds. Ridderus •*) van Rotterdam, met den Bleiswijkschen leeraar, maar hij bleef weigeren de doopspractijk der Gereformeerde Kerken te aanvaarden. Hij wilde niet doopen, „waar geen fundament was".
Duidelijk bleek, dat hij aan Gods beloften geen waarde hechtte.
Nu besluit de Classis eiken Zondag één van haar predikanten naar Bleiswijk te zenden, om de Sacramenten te bedienen.
Snel wikkelt zich nu de zaak af. Het einde is, dat op 6 October 1670, in een „Protestatie" ds. De Herder aan de Classicale Vergadering verklaart, dat hij „zich voelend als afgezet", zich onttrekt aan de Kerk van Bleiswijk.
In een ontroerende aanspraak tracht de grijze praeses Jac. Borstius 5) hem te bewegen te blijven en zich te herzien.
„De tranen van den grijsaard, noch de bewogenheid van den Kerkeraad" brengen De Herder tot andere gedachten. Hij gaat heen.
20 October d.a.v. besluit de Classis, dat „ds. De Herder, zoolang hij in zijn houding volhardt, niet toegelaten kan worden tot de predikdienst in de Gereformeerde Kerken". ^)
Ds. De Herder gaat overal conventikels houden en verbreidt zijn dwalingen in de Classis Schieland. Tegen hem en de Labadisten schrijft Jac. Borstius zijn tractaat : „Onderwijs van het scheiden van de Gereformeerde en het oprichten van een zuivere Kerk" (Rotterdam 1670).
Om de dwalingen van ds. De Herder e.a. aangaande den Doop te bestrijden, schrijft ds. Franciscus Ridderus, van Rotterdam, in opdracht van de Classis, zijn tractaat : „Doop en zaligheid van kinderen der Christenen". Hierin bestrijdt hij op grond der Heilige Schrift de wangevoelens, en weerlegt hij de tegenwerpingen. Van dit boekje, dat ons leert, hoe groote waarde de Vaderen hechtten aan de beloften des Verbonds, nemen we hierna de voorrede op : een schoon pleidooi van den „advocaat voor de Doop en Zaligheid der kinderen", zooals ds. Ridderus zich noemt.
B.Z.
K.


1) Voor zijn leven zie men : „Biografisch woordenboek van Prot. Godgeleerden in Nederland", onder redactie van mr. J. P. de Bie en mr. J. Loosjes, onder : Herder (Adrianus de). Daar vindt men ook de meeste lectuur over zijn conflict. Ontbreekt echter „Getrouw verhaal", noot 2.
2) Voor den gang der procedure, verwijzen we naar : „Getrouw verhaal van de handelingen der Classis van Schieland in de zaak van ds. De Herder", Rotterdam 1670. Dit schijnbaar niet algemeen bekende werkje is o.a. in de Gem. Bibl. te R'dam.
3) „De Doopspractijk der Geref. Kerken", door H. J. Olthuis, pag. 9.3.
4) Voor Ridderus : Glasius, deel III, pag. 172.
5) Zie over hem „Het Protestantsche Vaderland" van dr. H. Visscher en dr. L. A. van Langenraad, deel I : 515.
6) Wie de handelingen der Classis leest, voelt dat hier tucht wordt geoefend met liefde. Het verwijt van overhaaste procesmatige leertucht is hier niet juist. Komt het misschien door onbekendheid met het „Getrouw verhaal der Classis", dat het „Biografisch Woordenboek" de Classis onbillijk beoordeelt ?
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Hoe de Vaderen uit onze Bloeitijd dachten over de Doop.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's