De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Tijdens het congres dat de radicaal-socialistische partij van Frankrijk te Marseille hield, brak een geweldige brand uit, die het vroolijke en rijke centrum van deze machtige havenstad, gelegen tusschen het station en de haven, totaal verwoestte. Aanvankelijk ging het gerucht, dat men hier met een „politieke brand" te doen had. De communisten zouden, om Daladier, die tijdens dit congres ongezouten met de Moskovieten afrekende, te treffen, den brand aangestoken hebben. Uit welken hoek die opzienbarende veronderstelling kwam, weten wij niet, maar ze lijkt zeer onwaarschijnlijk. Immers ontstond de brand in een warenhuis, dat tegenover Daladier's hotel gelegen was. Wel sloeg het vuur later op dit hotel over, zoodat gebouw na gebouw aan de machtige Boulevard in vlammen opging, doch de brandstichters konden toch wel voorzien, dat ze op deze wijze den persoon van Daladier onmogelijk zouden treffen. Zou het een onberedeneerde agitatie-daad der communisten geweest zijn ? Ook dan blijken zij de uitwerking er van slecht te hebben berekend. Frankrijk wordt de gevaarlijke communistische terreur beu, en Daladier is wel de laatste, die zich er door van zijn stuk zou laten brengen. De nationaal-socialisten hebben destijds de schuld van den brand in het Rijksdaggebouw gretig op de schouders der communisten geschoven, om daarmede de drastische maatregelen tegen alle min of meer „staatsgevaarlijke elementen" in de oogen van de buitenwereld te rechtvaardigen. Als de communisten te Marseille inderdaad aan 't vuurtje stoken zouden zijn gegaan, hadden ze daarmede Daladier slechts een stok in handen gegeven om hen zelf te treffen. Ze hadden dan voor alle weldenkende menschen het bewijs geleverd, dat Daladier zich zeker niet te scherp over de communisten heeft uitgelaten .en Daladier, politiek gesproken, moeilijk een beteren dienst kunnen bewijzen. De gevolgen van dezen brand, die aan 70 menschen het leven heeft gekost, zijn echter te ernstig om hem als een politiek handigheidje of onhandigheidje te beschouwen.
Het spreekt vanzelf, dat deze catastrophale brand allerwegen de aandacht getrokken heeft. Doch het radicaal-socialistisch partij-congres werd, ook afgezien daarvan, in politieke kringen met aandacht gevolgd. De daar gehouden redevoeringen kunnen voor Frankrijk van beteekenis worden, wanneer de krachtige taal, welke Daladier en Bonnet hooren lieten, door even krachtige daden worden gevolgd. En het politek verleden van beide mannen wettigt in dit opzicht goede verwachtingen. Beide mannen hebben aan de besprekingen van München een werkzaam aandeel gehad, en de instemming, waarmede het resultaat dezer besprekingen ook in Frankrijk is begroet, versterkte hun positie niet weinig. Reeds bij zijn optreden als Premier heeft Daladier doen blijken, dat hij niet van plan was naar de pijpen der communisten te dansen. Het was de zwakte der hem voorafgaande Volksfrontregeeringen, dat ze dit wèl deden. En de inderdaad staatsgevaarlijke wijze waarop de Moskou-vrienden zelfs tijdens de jongste internationale spanning, tegen de eigen regeering bleven ageeren en opponeeren, vormde voor Daladier thans een gereede aanleiding om flink tegen hen van leer te trekken, onder uitgesproken goedkei!ring van het congres. Voorloopig schijnt Frankrijk dus van de Volksfrontziekte genezen te zijn. Het is voor Frankrijk te hopen, dat men de cellendragers goed in de gaten houdt.
Het staatslichaam is door de aanhoudende revolutionaire stakingskoortsen en dergelijke nare verschijnselen, dusdanig verzwakt, dat het slechts op halve kracht kon werken. Onomwonden verklaarde Daladier, dat Frankrijk op weg is naar het failliet. Door krachtige maatregelen hoopt de regeering den patiënt weer op de been te brengen. Voor herstel van orde en gezag, en saneering der financiën zal menig bitter medicijntje geslikt moeten worden. De zachte heelmeesters hebben hier al heel wat stinkende wonden veroorzaakt. En dan is men, gelijk de historie van vroeger en nu leert, spoedig geneigd om van allerlei wonderdokters heil te verwachten. Voor dat gevaar heeft Daladier gewaarschuwd. „We hebben" — zeide hij — „geen redder noodig. Noch een man, door het lot aangewezen, doch werkers". Arbeidstherapie lijkt voor Frankrijk inderdaad het aangewezen middel.
Ook met betrekking tot de buitenlandsche politiek volgt Daladier niet de lijn van zijn voorgangers. Hij wil, gelijk Engeland, voortbouwen op de grondslagen, welke te München zijn gelegd. Dat wil dus tevens zeggen, dat men niet zijn kracht wil zoeken in bondgenootschappen, met het doel Duitschland te omsingelen, doch dat men, integendeel, tot overleg met den verrezen overwonnene bereid is. De jongste gebeurtenissen hebben wel geleerd, dat Duitschland daar vooral de vruchten van plukt. Maar het onderhouden van Duitschland is toch onredelijk en onmogelijk. „Toen ik" — aldus Daladier — „te München het hart van het Duitsche volk hoorde kloppen, kon ik niet nalaten te denken, zooals ik in vollen oorlog te Verdun had gedaan, dat er tusschen het volk van Frankrijk en het volk van Duitschland, ondanks alle moeilijkheden, machtige redenen zijn tot wederzijdsche achting en samenwerking". Het doet goed, zulke woorden uit den mond van een Fransch premier te hooren. Daardoor kan de samenwerking worden bevorderd. Geen wonder dan ook, dat de Duitsche pers goed over Daladier's redevoering te spreken was.
Als men echter leest van de razzia's, welke in Duitschland tegen de daar wonende Poolsche joden gehouden zijn, kan men zich wel voorstellen, dat sommige Franschen huiverig zijn Hitler de hand te reiken. In het geheele Rijk zijn duizenden en duizenden Joodsche Polen gearresteerd. Hun werd nauwelijks de tijd gegund afscheid te nemen van familie en vrienden. Met tien Mark op zak werden de verschoppelingen in legertreinen, deels zelfs in veewagens, naar de grens vervoerd. Men kan zich de wanhoop der achtergebleven vrouwen en kinderen indenken. En dat gebeurt dan in hetzelfde land, dat met zooveel lawaai voor „verdrukte minderheden" zegt op te komen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's