De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Weldra verviel men weer in een levendig gesprek, waarbij allerhande onderwerpen behandeld werden, doch met vermijding van alles, wat prikkelen kon. Even kwam de aanstaande verkooping van het bekende pand in bespreking, doch opzettelijk verzweeg Murk, dat hij gaarne de toekomstige eigenaar daarvan werd. Men moest hier niet den indruk krijgen, dat hij daarom de vriendschap had gezocht te herstellen ; want zóó was het niet. 't Ging hier om hooger belangen.
Toen hij een uur later de jas dichtknoopte, om „Lucht en Veld" te verlaten, was het daarbuiten volslagen donker. Wild gierde de wind over het hooge dak van de boerderij en door de dorrende takken van iep en es, en woest joeg het zwerk langs het luchtruim, nu en dan aan den maansikkel gelegenheid gevend zijn schijnsel naar beneden te werpen, waardoor de koeien en vaarzen zichtbaar werden, die ineen gedoken aan den slootkant bij elkander stonden om de kille regenbuien bibberend over zich te laten heengaan.
Maar in het hart van Murk heerschte een wonderlijke vrede, evenals bij al de anderen.
„'k Wou, dat je maar thuis waart" — zei Pleuntje bij het afscheid nemen en haalde zijn kraag nog wat hooger op. „Voorzichtig wezen bij de hekken en dan maar spoedig naar bed" — vermaande zij nog.
Doch dit laatste was niet noodig. Murk wilde uit zichzelf de rust wel zoeken. Een loom gevoel in al zijn leden, afgewisseld door een stekende pijn, zei hem, dat hij de laatste dagen te veel van zijn krachten had gevergd. Als 't niet anders kon, dan zou hij morgen maar eens een vrijen dag nemen en uitslapen. Hè ja, wat zou dat eens heerlijk zijn ! Zonder met den tijd te rekenen, door niemand en niets gehaast, 't lichaam de rust te gunnen, waaraan het groote behoefte scheen te hebben, en den geest er bij. 't Viel niet mee, dat elken dag al weer langs den weg te gaan en daarvoor telkens nieuwen moed te vergaren, om met frissche opgewektheid al de klanten te bedienen, nog afgezien van al dat cijferen en rekenen, om bij de uitbreiding van zaken een overzicht over het bezit te houden en tevens te zorgen dat op tijd aan al de verplichtingen voldaan kon worden.
Dat alles eens, al was het dan maar voor één dag, geheel te kunnen vergeten, 't zou hem goed doen. Maar de klanten wachtten hem, óók morgen, en als hij niet kwam, zou hij niet op zijn plaats zijn. Gelukkig maar, dat hij, trots weer en wind, nog naar „Lucht en Veld" was gegaan. Daardoor had hij althans hier nog iets goeds kunnen doen in het bijeenbrengen van wat gescheiden werd. „'n Avond", klonk het opeens naast hem. Door den harden wind en de voorovergebogen houding, waarin hij liep, had hij de nadering van Bouke niet bemerkt
„'n Avond", klonk zijn antwoord, doch meteen doorloopend.
Verwonderd keek de knecht van Siderius hem even na. Dat was Murk ! Hoe kwam die hier zoo laat op pad ? En dat zonder hem iets naders te zeggen ! Een vreemde geschiedenis. Dat moest hij straks aanstonds aan Pleun vertellen. In den scheerwinkel ging het natuurlijk ook al druk over allerlei geheimzinnigheden, waar eigenlijk niemand 't rechte van wist, doch waarbij de naam van Murk telkens genoemd werd. Waar zou hij nu in zulk weer zijn heen geweest ? D'r broeide bepaald wat, dat het licht niet verdragen kon en daarom bij nacht en ontij moest worden beredderd. Zelf scheen Murk hem ternauwernood te willen groeten en liep hij zoo vlug als zijn manke been dat toeliet, voort. Of zou dat grootschheid zijn ? Murk werd een gegoed man, die scheen te kunnen doen en laten wat hij wilde. Hij had nu al omgang met boeren en renteniers, en och, dan bleef er geen oog meer voor boerenknechts. Wonder, dat hij 't nog met Pleun aanhield. Maar deze had hem ook nog niet. Wie weet, of hij haarstraks niet in den steek liet, om een ander meisje te nemen. Zou de zuster van boer Zantema op „Epema-State" ook iets voor hem kunnen zijn ? Hiske werd al knap oud en geen enkele boerenzoon zou meer om haar komen. Men kon 't niet weten. Wat deed hij met zulk weer zoo laat op pad. Het sprak toch vanzelf, dat daar iets achter stak.
Of op „Lucht en Veld" de storm al bedaard zou zijn ? Zulke menschen als Siderius hadden ook al weer hun last, niettegenstaande al hun geld en goed. 't Hinderde hèm niet veel. Hij was op het veld of in stal of schuur, en kwam anders niet aan tafel, dan om te eten. Maar voor zoo een als Pleun was het iets anders ; die had de nukken van de vrouw maar te verduren, al viel het haar nóg zoo zwaar. 't Zou hem spijten voor haar, wanneer Murk andere plannen kreeg, maar 't kwam meer voor. Hé, 't licht brandde nog op de boerderij. Zeker iets bijzonders aan de hand of 't moest wezen dat de boerin, nog altijd uit haar humeur, geen lust had om naar bed te gaan.
Pats, daar kreeg hij de klomp alweer vol water, 't Was ook zoo donker als de nacht. Enfin, die sokken kwamen wel weer droog. Voor het vee was het erger. Dat stond daar te kleumen met de klauwen in den drek. Als 't weer nog een weinig zóó bleef, zou het spoedig moeten gestald, temeer, daar 't gras ook op raakte.
Ziezoo, nog één hek, dan was hij d'r weer. 't Zou de laatste herfst zijn. Een volgend jaar Mei wilde hij trouwen, en als Lijsbet niet wilde, dan ging hij naar Amerika. Wat was. nu het leven van een. boerenknecht ?
Daar stond Pleun ook nog bij de achterdeur. „Lieve menschen, wat ben jullie laat ! Is er iets bizonders ? Murk zag ik ook nog op pad !" „Murk heeft hier den vrede hersteld" — fluisterde Pleuntje op zachten toon. „Ooo !" — _
. Wat kon een mensch zich toch vergissen. „Wèl te rusten" — zei Bouke. En Pleuntje antwoordde : „Wèl te rusten".
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's