FINANCIËN
Een enkele nachtvorst kan in het voorjaar de hoop op een vroege, en daarom voordeelige opbrengst van den akker beschamen. Vraagt het maar eens aan onze tuinlieden, de mannen, die den naam van tuinders hebben gekregen, hoe zij bij het opstaan in den vroegen morgen te moede zijn, als hun vreeze gewettigd bleek te zijn, dat bij een helderen hemel het gemakkelijk vriest. Daarop is het jonge, teere groen niet berekend.
Geldt dit de tuinvrucht, met de oogst staat het niet anders. Wanneer de gaarde pronkt met haar kostelijk tooisel, in den vorm van de meest weelderige bloesem, is er bij de lieden, die hieraan hun bestaan zien verbonden, dan ook. telkens de vreeze : „als 't maar geen nachtvorsten geeft". Eén nacht kan alles bederven. AI de berekeningen, die men had gemaakt, werden in enkele momenten te niet gedaan. Inplaats van een overvloedige oogst en een gevulde buidel, wees de sluitsom aan een nadeelig saldo, een niet ongevoelig tekort.
Is zoo de les, die in het voorjaar wordt geschreven op het zwarte bord, dat men ziet opgehangen voor aller oog — het najaar vertoont, al is het in onschuldiger vorm, dezelfde trekken. Ook dan kan in één nacht het aanschijn van de nog sierlijk pronkende gaarde opeens haar schoonheid zien verschrompelen. De nabloeiende roos en het nog schijnbaar ongerepte bloembed vertoonen na zoo'n koude najaarsnacht een toonbeeld van verwoesting. Niets meer. Het fiere hoofd heeft zich gebogen en de statige stengel raakt nu de 'harde aardkorst. Het is alsof ge beluistert : wij hebben het afgelegd. Hoeveel wij hebben kunnen verdragen, tegen deze vorst waren wij niet bestand. Gelijk de Oosterling doet bij het naderen tot hun gebieders, zoo is ook ons doen : „wij buigen het hoofd in het stof".
Dit zijn de lessen, die wij dagelijks ons zien voorgelegd in het rijk der natuur.
Zou het op het heele levensterrein dan anders zijn ? Immers neen.
Daar voer in de laatste maanden als het ware een orkaan : een stormwind, vol verstorende machten, over heel de wereld. Geen enkel land ontkwam daaraan geheel. Ook het onze niet. De bange verzuchting rees : „zou er wel één ding ongehavend worden gelaten ? Zou de mogelijkheid bestaan, dat niet het een na het ander zich moet begeven ? " Voeg daarbij de alles verkillende adem van de meest strakke, alles verkillende ademtocht, dien wij den wrevel der menschheid zouden kunnen noemen, en ge hebt het beeld, dat de natuur ons geeft te zien, ten voeten uit.
Toch, al is momentelijk de aanblik niet, wat wij noemen, bemoedigend, — is in geenen deele hieruit de gevolgtrekking te maken, dat straks niet een nieuw levensbeeld zich vertoont.
De nachtvorst helpt het kleed, dat moeder natuur zoo schoon het aardrijk had omgehangen, dat door het herfstgetij aan de schoonheid van een koninklijke omgeving deed denken, uittrekken. Wat de rukwinden en de stormvlagen niet vermochten, dat deed de ademtocht van één enkele nachtkilte. Zonder tooisel, zonder bloesempracht, zonder uiterlijk schoon, gaat zij den winterslaap tegen om nieuwe kracht te verzamelen voor den vanuit de verte wenkenden jaarkring.
De wijsheid van den Schepper bleek alzoo in al Zijn werken. Geen enkel ding kan daarin worden gemist, 't Is zoo waar, wat de Dichter zegt (Psalm 111) :
Des Heeren werken zijn zeer groot. Wie ooit daarin zijn lust genoot Doorzoekt die ijv'rig en bestendig. Zijn doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid, En Zijn gerechtigheid onendig.
In alles Gods hand te zien en daarin Zijn grootheid merken, zou dit niet het leven aangeven van allen, die Hem ootmoedig vreezen ? In dit licht willen wij ook zien, wat wij uit Zijn hand mochten ontvangen met het oog op wat wij ter verantwoording u thans mogen voorleggen.
Uit den aard der zaak waren de posten niet talrijk. Wij verkeeren in den tijd, dat de akkers kaal worden gevonden. Wij kregen onderscheidene posten binnen van onze afdeelingen, die ons hun contributie-gelden afdroegen.
1. Vanuit Rotterdam kwam eerst zich melden de afd. Rotterdam-Zuid. Deze bracht mij ƒ 31.12
2. Daarna kwam onze vriend uit Feijenoord, die nog altijd tijd en moeite zich getroost, van enkele vrienden de bijdragen in te zamelen. De eerste post bedroeg ƒ 6.75, waaraan werd toegevoegd een gift van A. A. v. Z. van ƒ 1.50, terwijl hij voor verkocht zilverpapier had gemaakt de som van ƒ 0.20. Tezamen bedroeg dat „ 8.45
3. Ds. Pott, te Kralingen, kwam even later mij 1 gld. ter hand stellen, die gebeurd was in een samenkomst in Vreewijk, onder letters W. S „ 1.—
4. 't Was alsof het spel sprak : uif Delfshaven volgde de zending van den Penningmeester der afdeeling met „50.50
5. En om het heelemaal vol te maken, kreeg ik uit Rotterdam (Centrum) van de afd. aldaar nog „ 5.40 Mag ik mijn zeer hartelijken dank aan allen, die onzen arbeid zoo onverdeeld steunden, ook ongedeeld samenvatten : wij zijn u en de Rotterdamsche vrienden ten zeerste verplicht.
6. Onze vriend, de Penningmeester van de afd. Delft, was ook zoo goed mij de contributies, door hem ingezameld, af te dragen. Deze bedroegen 48.— Hij boude zich ook van mijn erkentelijkheid in dezen overtuigd.
7. Hierop volgden nog een drietal zendingen, n.l. de heer v. d. W. te Alkmaar zond mij zijn contributie, zijnde „ 2.50
8. De Penningmeester van de leden te Wageningen was ook zoo goed mij zijn ingezamelde contributie-gelden af te dragen. Deze bedroegen „16.50
9. En tenslotte voegde zich nog in het gelid de Penningmeester van de leden te Hoogeveen, de heer Slot. Deze post deed de deur voor heden toe. Het bedrag, dat door hem mij werd overgemaakt, bedroeg „61.12
Ook deze vrienden hebben door hun vlot afwerken mij verblijd. Zij houden zich ook van mijn vriendelijken dank overtuigd.
10. Vanuit 's-Gravenmoer kreeg ik van een onbekenden vriend mij 1 gld. toegezonden, 'k Weet niet, wie hier achter N.N. wegschuilt, doch in stilte druk ik hem in gedachten even de hand en zeg : hartelijk dank.
11. Door ds. v. d. Graaf, uit Nijkerk (Veluwe) kreeg ik een gift van ƒ 2.50. Het bijschrift luidde : „uit dankbaarheid", voor het Studiefonds „ 2.50 Met hetzelfde woord wil ik ook dezen keer besluiten, „met dankbaarheid" aan God en allen, die hierin ons hebben verblijd. Tezaam geteld, kom ik tot een eindsom van
f 228.09
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's