De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus

naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (3)

4 minuten leestijd

III. Waarom vaste troost ? is deze éénige troost ook een
Dat deze éénige troost tevens een zekere en vaste troost is, blijkt hieruit : 1. Omdat deze troost alleen bij den dood niet verdwijnt. „Want hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren". Rom. 14 vers 8. „Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus ? " Rom. 8 vers 35. — 2. Omdat deze troost alleen in alle verzoekingen des satans onoverwinnelijk is en ons schraagt.
Welke die verzoekingen des satans zijn ?
1. „Gij zijt een zondaar". Antw. : Christus heeft voor mijn zonden voldaan en mij door Zijn dierbaar bloed vrijgekocht, zoodat ik nu niet meer voor eigen rekening sta voor Gods aangezicht, maar Zijn eigendom ben.
2. „Gij zijt een zoon des toorns, een vijand van God". Antw. : Het is waar, van nature ben ik zulk een en vóór mijn verzoening stond het zóó, maar nu met God verzoend, ben ik in genade aangenomen als Zijn kind.
3. „Maar gij moet sterven". Antw. : Christus heeft mij van de macht des doods verlost en ik weet, dat ik uit den dood ben overgegaan tot het leven en tot de eeuwige zaligheid zal komen in heerlijkheid.
4. „Maar de vromen overkomen ondertusschen nog vele ongelukken". Antw. : Onze Heere bewaakt en beschermt ons dan, en maakt dat deze rampen en onheilen ons nog ten goede medewerken.
5. „Maar hoe zal het nog gaan, indien gij van Christus' genade kwaamt uit te vallen ? Want gij kunt nog zondigen en afwijken ; en de weg ten 'hemel is lang en moeilijk". Antw.: Christus heeft Zijn weldaden niet slechts voor mij verworven, om ze mij te schenken, maar Hij is het, die ze voor mij bewaart tot in eeuwigheid en mij de volharding geeft, opdat ik niet afvalle of uit Zijne genade gerake. Hij is de overste leidsman en de voleinder des geloofs.
6. „Maar hoe dan, indien de genade u eens niet toekwam, en gij niet waart van het getal dergenen, die des Heeren zijn ? " Antw. : Ik weet, dat de genade mij behoort en ik van Christus ben ; a. omdat de Heilige Geest met mijnen geest getuigt, dat ik een kind van God ben ; b. omdat ik het ware geloof heb. De belofte toch is algemeen, gaande over al de geloovigen ; óók over mij.
7. „Maar hebt gij dat ware geloof wel wezenlijk ? " Antw. : Ik weet, dat ik het ware geloof heb, wat ik weet uit de vruchten des geloofs, omdat mijn geweten rust mag hebben in God en ik een ernstigen wil en begeerte heb om God te gelooven en te gehoorzamen.
S. „Maar uw geloof is zwak en uw bekeering onvolmaakt". Antw. : „Mijn geloof is wel zwak, maar toch is het waar en niet geveinsd. „Want ik zeg u, dat een, iegelijk, die heeft, zal gegeven worden". Lukas 19 vers 26. „Ik geloof, Heere, kom mijn ongeloovigheid te hulp". Markus 9 vers 24. In deze zeer bange en gevaarlijke worsteling, welke alle kinderen Gods ondervinden, blijft de christelijke troost onbewogen, en ten slotte besluit zij met dit ééne : „zoo dan behoort Christus met al Zijn weldaden mij, ja óók mij, toe"
IV. Waarom is deze eenige troost noodzakelijk ?
Dat deze troost voor ons hoogst noodig, ja, onmisbaar is, blijkt hieruit : a. Voor onze zaligheid, opdat wij n.l. in de verzoekingen en in den strijd des gewetens niet bezwijken of wanhopen, b. Voor de verheerlijking Gods. Want zullen wij God in dit en het toekomende leven kunnen verheerlijken, waartoe wij ook geschapen zijn, zoo moeten wij van onder de zonde en den dood opduiken, niet in wanhoop vervallen, maar door een vasten troost ten einde toe ondersteund worden.
V. Wat vereischt wordt om dezen troost te verkrijgen — daarover handelt 't geen volgt in de 2de vraag.
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's