De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Zeventiende Hoofdstuk.
„Ziezoo ; drink dit nu eens uit. Neen, zóó niet. Wacht, ik zal den kop wel vasthouden en meteen je opbeuren. Kijk, hier is de beddekwast. Eén, twee — mooi ; drink nu maar".
Met deze woorden, waaruit zoowel moederlijke zorg als bijna kinderlijke blijdschap sprak, richtte vrouw Kalma zich tot Murk, die pas uit een langen slaap ontwaakte. Als een vreemde, die niet wist hoe hij het had en waar hij was, keek de patiënt in 't rond, om zich zoo mogelijk den toestand in te denken, waarin hij zich bevond.
„Je bent in je eigen kamertje, op je eigen bed" — kwam vrouw Kalma, om hem hierbij te helpen. „Wat is er gebeurd ? ", vroeg hij met zwakke stem „Ziek geweest, zwaar ziek, maar met Gods hulp er dóór gekomen en nu aan de beterende hand. Maar nu moet je heel wat gebruiken heeft de dokter gezegd, om weer op krachten te komen. Hap dus maar spoedig toe".
„Wat dag is 't vandaag ? "
„'t Is vandaag Woensdag". „Woensdag ? Dus gister Dinsdag ? Ben ik dan
gisteravond naar „Lucht en Veld" geweest ? "
„Ja — vóór veertien dagen. Maar daar spreken wij later wel eens over. Drink dit nu uit en dan ga je weer een poosje lekker slapen".
„'k Heb al zooveel gedronken. Vóór veertien dagen ! Ben ik dan al veertien dagen ziek ? "
„Ja, maar dat is voor later. Dokter heeft gezegd : volkomen rust houden en weinig spreken. Kom, néém dit nu. Ziezoo, en nu het kussen wat opgeschud en maar weer slapen".
„Maar wat scheelde mij dan, en hoe kom ik hier ? " „Dat weet de dokter wel. Hij heeft gezegd, dat alle gevaar geweken is, als je nu maar goed gebruikt en alle opwinding vermeden wordt".
„Is Pleuntje hier niet ? "
„Pleuntje is naar huis, maar komt tegen den avond weer. Zij zal blij zijn, dat je zoo flink bent. Maar nu je niet meer vermoeien".
„Ben ik dan flink ? Ik voel me zoo vermoeid". „'t Zal wel waar zijn, maar dat komt wel weer terecht ; ga nu maar weer slapen".
Toen sloot hij met een zucht de oogen, om weldra in te dommelen als een, die ternauwernood bewustheid van het leven heeft.
Voorzichtig draaide vrouw Kalma daarna de beddeur op een kier en ging op haar teenen naar de woonkamer.
„Vóór alle dingen rust" — had de dokter gezegd. Er lagen zware dagen achter den rug. Toen Murk dien bewusten, donkeren avond, nat geregend van „Lucht en Veld" terugkeerde, bemerkte vrouw Kalma aanstonds aan zijn gelaat, dat hij niet in orde was. Hoofdschuddend zag zij hem aan, toen hij daarop wankelend naar zijn slaapvertrek ging, om den volgenden morgen te ontdekken, dat zij zich niet vergist had. Murk kon niet opstaan. Den ganschen nacht had hij niet geslapen, doch maar om en omgewoeld, tot eindelijk de morgen kwam. Een stekende pijn in de borst belette het opstaan, zoowel als het rustig nederliggen, terwijl een korte ademhaling de longen naar lucht deed hijgen. Zelfs het spreken kostte groote inspanning. Hij had het al maar over den hit, die eten en drinken moest hebben, en over den wagen, die den vorigen avond zóó maar was opgeborgen, zonder behoorlijk te zijn op orde gebracht.
„Je bent ziek, en de dokter moet komen" — sprak vrouw Kalma ; doch daar wilde hij niet van weten. Hij zou een paar uur langer blijven liggen, als zij dan den hit wilde verzorgen, en dan zou hij opstaan en weer aan den arbeid gaan. Doch daar kwam niets van. De koorts steeg al hooger en de pijn nam gaandeweg toe, zoodat van rusten geen sprake was. Hoog in de opgestapelde kussens, zat hij meer dan hij lag, omdat de borst 't anders zoo benauwd had. En tegen den avond begon het ijlen.
Toen begreep vrouw Kalma wat haar te doen stond. Zij kende dat bij ondervinding en wist hoe vreeselijk het kon zijn. Een ander beeld werd haar voor den geest gebracht, waardoor zij opnieuw doorleefde de smartelijke dagen van weleer, die haar het weduwkleed hadden doen dragen. Hier moest oogenblikkelijk gehandeld worden. Thans liep zij om een gunst bij buurvrouw Gelske in ; of een van allen dadelijk den dokter wilde halen, omdat Murk ernstig ziek was en zij zóó den nacht niet in durfde. En toen deze kwam en zag, wist zij wat haar wachtte. 't Zou een zware dobber worden met Murk. Hevige longontsteking, gepaard aan hooge koorts. Oogenblikkelijk zou hij een drank klaar maken, waarvan den ganschen nacht moest worden ingenomen en die misschien meteen een weinig rust bracht. Doch 't zou wenschelijk zijn, dat hier een man in huis kwam. Morgenochtend zou hij terugkomen.
Daarop werd Jurjen gevraagd, of hij wilde komen waken, en is Griet, die ook veel verstand van zieke menschen had, met haar man meegekomen, om eens te zien, hoe het er bij stond en buurvrouw haar diensten aan te bieden, als het noodig mocht zijn. Wel kon zij, als baker, elk oogenblik worden weggehaald, doch zoolang men haar met rust liet, stelde zij zich beschikbaar. Desnoods kon zij best een geheelen nacht buiten slaap. En 't ging voor Murk.
En ook dat aanbod kwam te pas. Want 't werd een dobber, waarbij soms werkelijk de hoop op levensbehoud zoo goed als verloren scheen. Dag en nacht moest gewaakt en soms waren twee man ternauwernood in staat den doodelijk kranke te houden. Hij zou er uit, de klanten langs, en zijn armen hit verzorgen, waar geen mensch naar omkeek ; en hij moest naar „Lucht en Veld", waar Pleuntje niet weten zou hoe zij het had, nu hij niet kwam ; en hij moest naar ouderling Bouma, om hem te zeggen, dat hij voorzichtig moest zijn met in de gemeente tweedracht te wekken — een uiting, waarnaar met gretige ooren geluisterd werd — en tal van dingen meer, zonder eenigen samenhang, doch die alle tezamen getuigden van de verwarring in zijn verhitte brein.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's