De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

9 minuten leestijd

Schaap en bok in één hok, door ds. H. J. de Groot, Ned. Herv. pred. Uitgave : Uitgevers-Mij. „Holland" te Amsterdam.
Eenigen tijd geleden hebben we „De vroolijke Wetenschap" van den zelfden schrijver aangekondigd. Daarin vonden we veel mooie dingen, waarbij wel eens een gevaarlijk woord viel. Zóó is ds. de Groot ! Een origineel type, zooals een ander niet is. Scherp in z'n opmerken. Scherp ook dikwijls in zijn schrijven. Een tikje „ondeugend" ; zoodat de persoon in kwestie, die door hem onderhanden genomen wordt, niet gelukkig te prijzen is. Want ds. de Groot weet te ontleden ; soms zelf „af te slachten". Of hij dan altijd billijk is in z'n scherpe teekening en oordeelvelling ? Maar ja, zóó zijn dergelijke naturen, die ietwat „ondeugend" kunnen zijn en een humoristische trek in hun karakter hebben. Ze kunnen ook soms lastig zijn. En men vraagt wel eens : waarom treedt men nu zoo scherp op ?
Dat komt in een boek, als we nu voor ons hebben, veel meer nog uit dan in „Vroolijke Wetenschap". Want het is nu een reeks verhalen uit de practijk van veertig jaren als dominé, waarbij wij o.a. denken aan Leerdam en Hattem. Heel wat rare kostgangers heeft ds. de Groot in z'n leven ontmoet, en als hij, een causeur van professie, aan de praat raakt, is hij nog niet zoo spoedig klaar ! Weer vragen we : Waarom treedt men nu juist zóó op ?
Men kan gerust op de eerste bladzij beginnen met lezen. Daar komen de getrouwen op 't tapijt, „mijn Krethi en Plethi", zooals ds. de Groot ze noemt ; waarvan hij niet zonder luim getuigt, dat ze hem „beschermden tegen inzinking". We zien Koersen, met zijn cyclopenoog, zitten onder de preek over den Parizeer en den tollenaar. „Met iederen harden hamerslag, dien ik in mijn onrijpe felheid, die der jeugd vaak eigen is, deed neerkomen op het hoofd van den onzaligen Parizeer, glunderde Koersen". En de oudste ouderling klopte na de preek den jongen dominé op den schouder en zei : „ik moet zeggen, het heeft mij wel eens erger verveeld dan van morgen". En dat alles om de wille van dien Parizeer, die door allen buiten de Kerk gedacht werd dien morgen. In de Kerk zaten de tollenaars
Het verhaal, waar boven staat : „Diakens nood", is griezelig. Het gaat over vrouw Bouwhuis, die de zeventig al gepasseerd was, met haar plooimutsje, dat de boeren-en deftige burgervrouwen plachten te dragen onder het werk. Een bont jak had ze aan ; daaronder een wijde, zwarte rok. Een wollen schort had ze voor. Ze had wel een dik kerkboek, maar meezingen deed ze niet ; om de eenvoudige reden, dat ze nooit lezen noch schrijven geleerd had. In een klein huisje woonde ze. En toen stierf zij. En ze zou begraven worden. Maar krijt-wit staan daar een paar diakenen 's avonds in de gang van de groote, ouderwetsche pastorie, en vertellen dat „vrouw Bouw'uus is opgestoan !" Sterke kerels waren er heelemaal „droesterig van in de kop"
Gekomen op zijn „vierde .standplaats" (waarvan ds. de Groot heel typisch zegt : „het was een vergissing ; de gemeente en ik, wij pasten niet bij elkaar", „wat in dei evangelische gezangen zat") is daar .„Psalmen-Goliath". Het is baas timmerman — want dat was hij van zijn ambacht — die bij den tusschenzang zou protesteeren in de kerk ; en 't ook deed, hoewel de tusschenzang dien morgen een Psalm was. Met een harden klap werd het kerkboek dichtgeslagen. En het was een Psalm. Diezelfde man bleek later iemand, die jaren achtereen hout gestolen had op de houtzagerij. De dominé wist het klaar te spelen, door met de heeren van de houtzagerij te praten, dat baas timmerman uit de gevangenis kon gehouden worden. In een ander hoofdstuk vertelt ds. de Groot het verhaal van een collectant in diezelfde gemeente, eerst óók een verwoed anti-gezangenman, die tot andere gedachten komt en dan vreeselijk geplaagd wordt door z'n vrienden, zóó zelfs, dat hij tot armoe komt. Gelukkig — zegt ds. de Groot — dat deze ellendige kwestie op heel de wijde wereld maar alléén in het kleine landje Nederland bestaat. Maar daar moet men dan — zouden we zeggen — deze netelige kwestie met verstand en met beleid behandelen.
Ook over „Kleervrijheid" handelt een hoofdstuk, nadat geschreven is over Krisje de hulpprediker, die over Manasse preekte. Ds. de Groot droeg alleen des Zondags een hoogen hoed en door de week niet, wat men hem in het stedeke, waar hij predikant was, nog al erg kwalijk narn. Zei niet de apostel, dat de voorgangers hadden te betoonen : „in de leer deftigheid" ? Maar de ouderlingen gingen ook niet „deftig" gekleed ; de bakker niet en de pottenkoopman niet. En toen ging de dominé met hoogen hoed en witte das 's morgens om half zeven naar het badhuis aan de rivier, gelijk eiken morgen zijn gewoonte was. Waarna de ouderlingen vonden, dat de dominé door de' week beter een gewoon hoedje kon dragen ! „En zoo kwamen we tot overeenstemming. In heete zomers ging ik zelfs naar het badhuis : blootshoofds". Zóó was ds. de Groot (en vermoedelijk zouden we ook hier kunnen zetten : zoo is ds. de Groot), een man met „kwinkslag medicijn" (zooals het opschrift van een ander hoofdstuk is, waarin staat, dat „een boer een overgangstoestand is tusschen een koe en een mensch", wat een mistroostige collega met een lachbui er weer heelemaal boven op hielp ! !
Dat ds. de Groot ook de dominees „er tusschen weet te nemen" blijkt wel uit het hoofdstuk waar boven staat : „Uittocht en intocht". De collega's moeten het ontgelden ; vooral de „nederige" dominees, die zoo hoogmoedig zijn. En dan moeten de vereenigingen, bonden, clubs enz. enz. het ontgelden (zie ook blz. 235 onderaan). Onbarmhartig vallen de mokerslagen : „die puisten moeten wèg." Aan dominees, die verlangen naar hun pensioen, heeft ds. de Groot het land. Zelfs zieke dominees moeten niet heengaan, het ambt maakt hen wel gezond ! En de jonge dominees zijn niet zooals de oude. In „Kerkje-spelen" wordt nog eens geweldig van leer getrokken. En dan is het laatste hoofdstuk : „Zijn laatste dienst" zoo mooi, zoo hartelijk, 't Gaat over ds. Oberman van Leiden, ds. Oberman Sr. De laatste dienst in de Armenkerk te Leiden. En zijn sterven.
„Schaap en bok in één hok" is een boek vol levendige verhalen, geheel naar den aard van den schrijver, die — vergissen we ons ? — telkens zoo bitter kan zijn, omdat zijn ervaringen zoo geweest zijn. Maar — is het altijd heelemaal buiten eigen schuld geweest ? Doch daarover hebben wij niet te oordeelen. Wij hebben te oordeelen over het boek, waarin heel veel interessante dingen staan, heel veel waardevolle beschouwingen, heel veel waarmee ieder z'n voordeel kan doen. Misschien dat er ook wel dingen in staan, die beter in portefeuille hadden kunnen blijven liggen. Maar dat is juist niet de bedoeling van den schrijver geweest. Dat voelen we wel. Zoo is ds. de Groot altijd geweest, en zoo zal . hij ook wel blijven de jaren, die hem nog resten. Wij hopen niet, dat hij in bitteren geest z'n loopbaan zal eindigen.
De uitvoering van het boek is prachtig.

Een nieuw Tijdschrift op komst. De Stem der Wereld.
Alleen in ons land verschijnen er per jaar ongeveer 8000 nieuwe boeken en meer dan 2500 bladen en tijdschriften. Welk een respectabel getal zouden we krijgen, wanneer we daar de uitgaven van andere beschaafde landen nog bij telden !
Geen mensch kan dat alles lezen. En toch staan er artikelen en passages in, die ook voor ons zeer belangrijk kunnen zijn. Nauwe aanraking met rijpe gedachten van anderen, geeft verrijking van den geest. Zoo goed als alle groote mannen hebben veel gelezen. Trouwens, ieder die zichzelf respecteert, wenscht op de hoogte te zijn met wat er in de wereld op allerlei gebied omgaat.
Al is het niet mogelijk, alles te lezen, toch behoeft het interessantste en wetenswaardigste u niet te ontgaan. Want „Op den Uitkijk" geeft de gelegenheid, er op gemakkelijke en prettige wijze kennis van te nemen.
„Op den Uitkijk" is geworden tot „de stem der wereld". Deskundigen op allerlei gebied staan voor u op den uitkijk. Zij speuren in bladen, tijdschriften en boeken, op zoek naar de belangrijkste en interessantste artikelen over onderwerpen, waarna de beschaafde Nederlander van nu belang stelt. Hun keuze is betrouwbaar, omdat zij christen en deskundig zijn. Zoo wordt het beste van het beste verkregen.
Zij lezen honderd-en bladen, tijdschriften en boeken van alle beschaafde landen voor u.
Het interessantste uit die honderden bladen, tijdschriften en boeken, kiezen zij uit en „Op den Uitkijk" biedt het u aan in artikelen, die uitmunten door hun frischheid, hun verrassenden kijk op menschen, gebeurtenissen en toestanden, hun prettigen vorm.
Dit tijdschrift, dat aan de hoogste eischen voldoet, zal ook de belangstelling van de oudere jeugd opwekken. Het heeft een omvang van 80 pagina's en kost maar ƒ 3.— per half jaar.
Wie zich vóór i December als jaar-abonné opgeeft, mag gratis een boek kiezen uit de daarvoor beschikbaar gestelde fraaie boekwerken. „Op den Uitkijk" de stem der wereld.

Bij de firma G. P. Callenbach N.V., Nijkerk, zal dit najaar verschijnen :
H..J. de Groot: „Uit de middagpreek" (Catechismus-preekenbundel)" ; „Kerke-werk", Beschrijvingen van de eenheid der Hervormde Kerk in stad en land, samengesteld door prof. dr. S. P. H. J. Berkelbach van der Sprenkel ; mr. N. Stufkens en ds. H. C. Touw ; Anton M. Brouwer : „Over de taak van de kerk in de Nederlandsche Volks-en Staatsgemeenschap" ; W. J. de Wilde : „Het probleem van het Oude Testament in verband met de verkondiging van den Christus Jezus" ; H. J. de Groot : „Kerstbrief" ; Martin Niemöller, wie hij is en wat hij belijdt : „En zij loofden God", Fragmenten uit Tbieven van predikanten en kerken uit het concentratiekamp ; N. Stufkens : „In de Derde" ; H. van Campen : „Menschen Incognito" ; „Blijde lichten", Kerstvertelboek onder redactie van Anne de Vries ; D. Tromp : „Kerk, Volk en Staat" ; A. J. Hasker : „De vrouw, haar plaats, haar roeping onder de verkondiging van het Evangelie" ; H. Kraemer : „Doet het Christendom niet meer ter zake ? " ; P. Boerwinkel : „Klassenstrijd, ja of neen ? " ; G. J. Scholten : „Kerk en Staat" ; prof. dr. A. A. van Schelven e.a. : „Van Hoepelrok en Fruikcntooi" ; „Onder de 18", Interviews van Roel Houwink met 60 teekeningen van Jo Spier ; N. Stufkens : „Het Evangelie in de jongerenwereld", complete  uitgave, 3e druk ; Fallentin : „Onder vier oogen", 3e druk, W. G. van de Hulst : „Om het Kind", 2e druk.

In het voorjaar zal de nieuwe roman van Anne de Vries „Hilde" verschijnen. Tegelijkertijd verschijnt hiervan een Deensche en Zweedsche vertaling.
Van het boek van Jan H. Eekhout : „Warden, een Koning" verscheen zoojuist een Duitsche uitgave.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's