De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Plicht van den Kerkeraad om goede tucht te houden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Plicht van den Kerkeraad om goede tucht te houden.

4 minuten leestijd

In een van zijn brieven schrijft Calvijn aan de Hertogin Renata van Ferrara, die van Parijs naar haar kasteel in Montargis was teruggekeerd van wege de woelingen in Parijs. Calvijn wijst in dit schrijven (8 Januari 1564) op den plicht van den Kerkeraad, om een goede tucht te handhaven. Eerst richt hij, de Hervormer, zich tot de Hertogin als volgt :
»Het ware te wenschen, Mevrouw, dat Gij altijd aan het hof vertoefdet, tot steun van de arme kerken, maar het verwondert mij niet, dal gij een rustiger plaats hebt opgezocht". Maar het past U, Uw zorgen te verdubbelen, om zoowel Uw huis als Uw onderdanen goed te regeeren. Ik weet. Mevrouw, hoe norsch het volk is en hoe gij tot dusver zonder veel vrucht aan hun bekeering gewerkt hebt. Hoe het ook zij, ik smeek U de vermaning van den heiligen Paulus in deze plaats in toepassing te brengen: „Laat ons goed doen en niet vertragen". (Gal.. 6 vers 9), welke boosaardigheid U daarin ook zou willen doen verkoelen.
Ik verzoek U, Mevrouw, de hand te houden, zoo goed gij kunt, aan de handhaving van een goede tucht, om de ondeugden en de ergernissen te weren. En ik heb hier niet alleen het oog op de burgerlijke politie, maar óók op den Kerkeraad. Zij, die geroepen zijn toezicht te houden op de zeden, moeten lieden zijn, die God vreezen, van een heilig leven en van zulk een oprechtheid en voortvarendheid, dat niets hen weerhoudt hun ambt uit te oefenen. Ook van zulk een ijver, om, als het noodig is, de eere Gods geheel te handhaven. Ook mag niemand — van welken rang of stand hij zij, en al bezit hij nóg zoozeer Uw vertrouwen en hoogachting — zich schamen, zich aan de ordening te onderwerpen, die de Zoon van God Zelf heeft ingesteld, om den hals onder Zijn juk te buigen".
,,Ik verzeker U, Mevrouw, dat er zonder dit geneesmiddel een teugellooze ongebondenheid zal ontstaan, die een verschrikkelijke verwarring ten gevolge zal hebben. Zij, die min of meer het Christendom belijden, zouden dan uit elkaar raken. Kortom, er zou een vreemd en wispelturig Evangelie ontstaan, want men ziet wel, hoe ieder zich iets inbeeldt en zijn wellusten wil volgen. Het is verwonderlijk, dat zij, die zich vrijwillig onderworpen hebben aan de tyrannie van den Paus, niet willen dulden, dat Jezus Christus in alle zachtheid tot hun heil over hen heerscht. Maar werkelijk, de duivel maakt van deze lust gebruik, om de waarheid Gods te schande te maken, den zuiveren godsdienst door het slijk te sleuren en den heiligen Naam van onzen Verlosser te lasteren".
Zoo is, Mevrouw, voor een ware gezuiverde Kerk méér dan noodzakelijk, dat er mannen zijn, die opzicht hebben over ieders leven". „Opdat echter niemand zich gegriefd voelt' inzake de opzieners der gemeente, zoo is het noodig, dat deze oudsten door de gemeente zelve gekozen worden, wat er toe dienen kan, dat met de grootste zorg de geschikte en bekwame personen gekozen worden, die aldus door de gemeenschap zijn goedgekeurd".
„Ik twijfel niet, Mevrouw, of Gij hebt Uw hofprediker door Uw gezag geholpen zulk een ordening in te voeren. Maar ik weet, dat de duivel zich ten allen tijde ingespannen heeft om de dienaren van het Evangelie door valsche lasteringen verachtelijk te maken en alles te verijdelen. De geloovigen hebben zich wel te hoeden voor deze sluwheid. En daarom. Mevrouw, als er lieden zijn, die U trachten af te houden van het werk, dat door U begonnen is, opdat de zielen geweid worden ter zaligheid, dan moet Gij die lieden als doodelijk gif ontvlieden, want de duivel heeft ze opgestookt, om U van God te vervreemden. Die in Zijn dienaren erkend wil worden".
„Laat U vóór alles, Mevrouw, er niet toe verleiden, iets in het wezen der Kerk, zooals de Zoon van God die door Zijn bloed geheiligd heeft, te veranderen. Want Hij is het, voor Wien alle knie zich moet buigen".
„Bedenk het wel. Mevrouw, dat men Uw huis geen grooter oneer kan aandoen, dan door het los te maken van het lichaam der Kerk, terwijl het daarentegen voor U de grootste eer is, als Uw huis gereinigd wordt van alle vuiligheid. En het zou vreeselijk zijn, indien Uw gezag den loop der gerechtigheid zou tegen houden, dan zou alle eerbied voor den Kerkeraad als water wegvlieten«.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Plicht van den Kerkeraad om goede tucht te houden.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's