De Leerlingenschaal.
I
Wat is dat toch met die leerlingenschaal ?
Telkens duiken er in de dagbladen berichten op over de leerlingenschaal. Wat wordt daarmee nu eigenlijk bedoeld ?
Het is iets, wat de scholen aangaat. ledere school krijgt een aantal onderwijzers(essen) betaald door het Rijk volgens het aantal leerlingen, dat er op die school is. Er is b.v. gezegd, als er op een school maar 40 leerlingen zijn, dan betaalt het Rijk maar 1 onderwijzer (het hoofd). Zijn er tusschen de 40 en 80 leerlingen, dat betaalt het Rijk 2 leerkrachten. Zijn er scholen met een aantal leerlingen tusschen de 80 en 130 dan betaalt het Rijk 3 leerkrachten in totaal en zoo gaat dat verder volgens in de wet vastgelegde getallen. En die getallen noemen we de schaal, de leerlingenschaal.
Volledigheidshalve volgt hier een overzicht tot en met een school voor 7
-leerkrachten van de thans geldende leerlingenschaal :
van 8 t/m 40 leerlingen i onderwijzer van 41 t/m 80 leerlingen 2 leerkrachten van 81 t/m 130 leerlingen 3 leerkrachten van 131 t/m 185 leerlingen 4 leerkrachten van 186 t/m 235 leerlingen 5 leerkrachten van 236 t/m 285 leerlingen 6 leerkrachten van 286 t/m 335 leerlingen 7 leerkrachten
ledere lagere school heeft normaal 7 leerjaren van de 1ste tot en met de 7de klas. Heel gewoon zou zijn, dat een gemiddelde van het totale aantal leerlingen per onderwijzer kwam. Tenminste, dat zou zoo een buitenstaander kunnen denken. Maar dat is niet zoo, omdat zulks eenvoudig niet gaat.
Neem een school van 280 leerlingen. Dat is al een „groote" school. Die krijgt 6 leerkrachten. Vooraf wordt hier opgemerkt, dat één onderwijzer dan toch 2 klassen zal hebben, of meerdere onderwijzers ieder bij hun eigen klas nog een stuk van een andere klas. Immers er zijn 7 leerjaren. Men voelt de moeilijkheden al daarbij. Doch daarover zal hier niet al te zeer worden geschreven.
Die 6 leerkrachten met totaal 280 leerlingen hebben „gemiddeld" 46 leerlingen. Pas op, want dat gemiddelde is heel mooi, maar spot met de practijk.
Het is zoo goed als zeker, dat niet iedere klas precies of bijna precies hetzelfde aantal kinderen heeft. Welnu, dan volgt daaruit, dat er een ongelijke verdeeling moet plaats hebben, dat de klassebezetting verschillend is. En nu is het geen zeldzaamheid, dat er aan een school als boven van 280 leerlingen een toestand is als b.v. :
1e leerjaar 58 leerlingen 2e leerjaar 52 leerlingen 3e leerjaar 41 leerlingen 4e leerjaar 38 leerlingen 5e leerjaar 40 leerlingen 6e leerjaar 31 leerlingen 7e leerjaar 20 leerlingen
Waar er slechts 6 leerkrachten beschikbaar zijn en er 7 klassen zijn, vragen we maar aanstonds : Waar zullen we de leerlingen van het 7e leerjaar onderbrengen ?
Bij het 6e leerjaar. Dus dan 51 samen voor één onderwijzer. Of anders dat 7e leerjaar maar in twee gedeelten nemen en ieder stuk bij een ander leerjaar voegen.
Dat brengt groote moeilijkheden. Dan komen er overbelaste klassen. Nu is ons voorbeeld nog een mooi voorbeeld. In de practijk zijn er veel ingewikkelder combinaties en komen veel grooter moeilijkheden voor.
Waar komt dan al dat lastige vandaan ? De oorzaak is, dat er feitelijk te weinig leerkrachten aan die school zijn en dat komt dan weer door de te groote getallen van de tegenwoordige leerlingenschaal.
Volgende maal over de nadeelen daarvan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's