UIT DE HISTORIE
DE BIJBEL EN DE REFORMATIE IN FRANKRIJK.
I
De Middeleeuwen trekken ons over het algemeen niet zoó aan.
In geestelijk en stoffelijk opzicht zijn ze achterlijk en bekrompen, wanneer we ze zien in het licht der ontwikkeling, die later gekomen is. Van groei op kerkelijk, staatkundig en maatschappelijk terrein, speuren we weinig, en de persoonlijkheid ging onder in de massa. Er zijn wel oorzaken aan te geven, die dit verschijnsel verklaren.
De Roomsche Kerk hield door haar organisatie alle ontwikkeling tegen. Als een koepel overwelfde zij het leven in al zijn openbaringen. Voorts was 's menschen horizon maar klein, zoolang Amerika niet ontdekt was. Naarmate de mensch tot de wetenschap kwam dat de wereld grooter was, dan het kleine kringetje, waarin hij zich bewoog — naar die mate verdiepte zich ook zijn geestes-blik.
Tenslotte is de invoer van reusachtige hoeveelheden goud voor Europa van geweldige beteekenis geweest. Intense economische activiteit en ontwikkeling van het geldwezen waren er de gevolgen van.
Het ligt niet in onze bedoeling, op deze stof nader in te gaan. Alleen willen wij er op wijzen, dat de godsdienstige opvattingen, die de Middeleeuwsche mensch huldigde, voor een groot deel bepaald werden door de hierboven aangegeven omstandigheden.
Waren de menschen in het gewone leven kortzichtig en arm — in geestelijk opzicht waren ze er nog erger aan toe.
Het leven der kerkelijke leidslieden liet alles te wenschen over. Geld speelde in hun leven de voornaamste rol. Met hun zedelijke gedragingen was het treurig gesteld. De geestelijkheid leefde voor uitspattingen en pret, doch het ware leven des geloofs was hun vreemd. Daardoor was de kerk de greep op de massa volkomen kwijt, en aan de behoeften der ziel werd op geenerlei wijze tegemoet gekomen.
De Bijbel was een zeldzaam goed. Slechts enkele exemplaren bestonden er, maar ze waren bovendien onvindbaar. Waarbij komt, dat de vertaling uitermate slecht was, zoodat de strekking van Gods Woord niet verstaan werd. Voorts bevatten deze uitgaven een reeks fantasieën, die een product waren van Roomschen bodem. De bevooroordeeldheid der roomsche theologie maakte een objectieve, betrouwbare vertaling onmogelijk.
De uitvinding van de boekdrukkunst bracht verandering. Niet alleen 't Humanisme, maar ook de leer der Heilige Schrift werd er door bevorderd.
In 1470 werd te Parijs de eerste drukkerij ingericht. Vijf jaar later kwam de eerste roomsche Bijbel van de pers. Te Lyon waren in 1500 niet minder dan l60 boekdrukkers ! Van Erasmus' hand verscheen in 1516 het Nieuwe Testament in een oplaag van 3300 exemplaren. In 1519 zag een tweede druk het licht, en in 1540 reeds de zesde !
Te Lyon volgden in acht jaar tijd, van 1518 —1526, negentien edities van den Bijbel elkaar op. Een bekend drukker, Robert Estienne, heeft in 37 jaar den Bijbel 41 maal uitgegeven. Men heeft het aantal Bijbeluitgaven van 1457 tot 1517 wel geschat op 400 !
Deze cijfers zeggen toch wel iets !
De Bijbel, die nagenoeg onbekend was geworden, veroverde in enkele jaren de geheele wereld opnieuw.
Door Lefèvre d' Etaples is ten aanzien van het opnieuw ter hand nemen der Bijbelvertaling baanbrekend werk verricht. Wij schreven over hem reeds enkele artikelen in „De Waarheidsvriend" van 30 Juni en 7 Juli. Daarom volstaan we hier met het memoreeren van 't geen hij in het belang van den Bijbel gedaan heeft.
In het „Voorwoord" van zijn Psalmboek zegt Lefèvre :
„Gedurende langen tijd heb ik mij gewijd aan humanistische studies, maar Goddelijk onderricht heb ik niet gesmaakt ; dit laatste toch is verheven, en kan niet zoo maar worden benaderd. Maar in de verte treft een schitterend licht mijn oog ; in vergelijking met het Goddelijk onderricht, waardeer ik de humanistische studie als duisternis ; niets ter wereld verspreidt een zachter geur, dan het onderwijs van God".
Uit deze regelen ziet men, dat Lefèvre reeds in beginsel gegrepen was door de autoriteit van Gods Woord.
De waarde der Heilige Schrift werd door hem nog meer op den voorgrond gesteld, toen hij in 1512 zijn verklaring van de brieven van Paulus gaf. Het gezag van den Bijbel wordt in dit werk ten volle erkend.
Merkwaardig is, dat de bisschop van Meaux, Brigonnet, aanvankelijk de verbreiding der Evangelische beginselen en het lezen van den Bijbel bevorderde. Later keerde hij zich van de Hervormers af.
Destijds was de Bijbel een zwaar, onhandig boekwerk, dat moeilijk medegenomen kon worden. Door Lefèvre werden uitgaven in den handel gebracht, die gemakkelijk te vervoeren waren, wat van beteekenis is, wanneer men weet, dat de Bijibel een verboden boek was. In 1523 gaf hij het Nieuwe Testament uit en in 1528 den geheelen Bijbel.
Toen de Bijbel steeds meer indrong in het volksleven van dien tijd, werd ook het verzet sterker. Het hebben en lezen van een Bijbel is op de vreeselijkste wijze vervolgd. Allerlei pogingen werden aangewend om de Bijbel uit de samenleving te verbannen. Allerwegen hadden arrestaties plaats van hen, die den euvelen moed hadden gehad zich met den Bijbel in te laten. In 1534 zijn te Parijs 24 gereformeerden levend verbrand, terwijl op last des konings alle drukkerijen, waar Bijbels vervaardigd waren, werden gesloten.
Hoe diep het vraagstuk van den Bijbel in het centrum der algemeene belangstelling was komen staan, blijkt wel uit de mededeeling, dat de kwestie overal het onderwerp der gesprekken uitmaakte : op straat, in de ateliers, en, volgens 'het woord van Erasmus, in de herbergen. Iedereen moest zich rekenschap geven van het standpunt, dat hij ten opzichte van den Bijbel innam. Daarom was de strijd zoo hevig.
Ongeacht de gevolgen, die de verdediging van Gods Woord voor de aanhangers van de „nieuwe leer" had, lieten degenen, die door het gezag van des Heeren Woord gegrepen waren, niet af, om het tel handhaven tegenover alle aanvallen, die men er op richtte.
„Het Evangelie was in slaap", riep Caroli, die later ketter zou worden, „maar nu is het bezig, om te ontwaken".
„Ons Frankrijk", schreef Farel, „ontvangt met de grootste vreugde het Woord van God". „In heel Gallië", zoo zeide eens Pierre Toussaint, „vordert het Woord van God met den dag".
En vroeger al had Lefèvre tot Farel gesproken : „God gaat de wereld vernieuwen, mijn zoon, en gij zult er getuige van zijn". Thans, toen deze profetische woorden in vervulling gegaan waren, schreef de grijsaard: „De tijd is aangebroken, dat Jezus Zich opmaakt. Tegelijk met de nieuwe eeuw leefde het Evangelie weer op. Moge Christus alom in den lande zuiver en oprecht gepredikt worden !"
In het volgend artikel iets over het aandeel van Calvijn in de Bijbelvertaling, enz.
D.
d. Zwart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's