Rondblik buiten de Grenzen
De Duitschers hebben hun dreigementen op schrikkelijke wijze volvoerd. De dood van Von Rath is „gewroken". De beschaafde Ariërs hebben de gewetenlooze Joodsche kliek, volgens het hooge Duitsche recht gestraft.
Men heeft natuurlijk reeds uitvoerig over de jongste Germaansche heldendaden gelezen. We behoeven ze dan ook slechts kort te memoreeren. Synagogen zijn verbrand of tot ontploffing gebracht, Joodsche winkels werden vernield en geplunderd ; particuliere huizen en huisjes, welke door Joden werden bewoond, ja zelfs het huisraad van particuliere Joden werd op straat geworpen. De deftige Kurfuerstendamm zag er uit of zich een luchtaanval had voorgedaan, doch ook de armetierige inventaris van achterbuurtwinkeltjes moest het ontgelden. En de menschen zelf waren vogelvrij verklaard. Mannen en vrouwen, kinderen en grijsaards, van wie het losgelaten gepeupel wist dat ze tot het Joodsche ras behoorden, waren aan de willekeur van de „gerechtsdienaars" overgeleverd. Zoo hadden sommige Duitsche helden het grapje uitgedacht om de mishandelde Joden te dwingen de puinhoopen der verbrande synagogen op te ruimen.
Men hoort dezer dagen nogal eens zeggen : „De moord op Von Rath is natuurlijk af te keuren, doch deze wraakneming gaat veel te ver". We willen met deze voorstelling van zaken breken. Ze wekt ten onrechte den indruk alsof de verkeerde daad van den simpelen Poolschen Jood de Duitsche gruweldaden ook maar eenigszins zou kunnen verklaren. Maar we zijn er van overtuigd, dat de nu volvoerde plannen reeds kant en klaar lagen vóór Von Rath nog een haar gekrenkt werd. De ongelukkige jongeman heeft de inwerkingstelling van de helsche machine alleen verhaast. Hij bespaarde de machthebbers de moeite om een openlijke terreurdaad, als de Rijksdagbrand, in scène te zetten, en heeft zoo, ten genoege van alle Goebbels, de rol van Marinus van der Lubbe vervuld.
Er is dan ook wel niemand, die in ernst gelooft dat de jongste Jodenvervolgingen als „een spontane reactie van het volk" kan worden gezien. Wij althans achten de meerderheid van de Duitschers te fatsoenlijk, dan dat ze uit zich zelf tot zulke wreedaardige wraakmethoden zou komen. Dat Goebbels steeds maar weer verzekert, dat de regeering slechts den wil van het volk heeft uitgevoerd, is voor ons een aanwijzing dat hij van het tegendeel overtuigd is. Psychiaters hebben voor dergelijke gevallen een speciale vakterm. De buitenlandsche dagbladcorrespondenten, die in een persconferentie door Goebbels werden ontvangen, kwamen dan ook allerminst onder den indruk van diens listige argumentatie. Met ontstellend cynisme verklaarde dr. Joseph Goebbels, dat de vervolging veel beter zou zijn georganiseerd, wanneer hij inderdaad zelf de zaak in handen had genomen, en het effect dan ook veel grooter was geweest. Het is warempel ook nog al een prestatie om, met behulp van een schier almachtig staatsapparaat, een minderheid der bevolking den nek om te draaien. Men doet daar niet anders.
Blijkbaar heeft de Staat het beter geoordeeld om de organisatie van de pogrom officieel in handen van de Nat. Socialistische Partij te laten. Maar dat zijn „twee handen op één buik". Door de politie opdracht te geven het opgestookte partij-gepeupel kalm zijn gang te laten gaan en weerspannige Joodsche slachtoffers te arresteeren, heeft de Staat juist voldoende gedaan om het succes van de „spontane volksbeweging" te verzekeren. En toen eindelijk bevel gegeven werd dat de anti-Joodsche acties moesten ophouden, kwam dit bevel niet (zooals men in een Rechtsstaat zou verwachten) van den Minister van Justitie, doch van zijn collega, die de „pers en propaganda" verzorgt
Toen de „spontane" actie geëindigd was, nam de Regeering deze over. Het laatste beetje bestaansmogelijkheid dat den Duitschen Joden, in angst en nood, nog gelaten was, is hun nu „langs den weg van wetgeving en verordening" ontnomen. Generaalveldmaarschalk Goerring, „als gevolmachtigde voor het vierjarenplan", moest er aan te pas komen. Hij legde de Duitsche Joden een boete op „wegens de vijandige houding van het Jodendom tegenover het Duitsche volk en rijk, die ook voor laffe moorden niet terugschrikt". Alle Joden met Duitsche nationaliteit wordt collectief de betaling eener contributie van een milliard rijksmark aan het Duitsche rijk opgelegd.
In tijden, toen de „beschaving" nog bij lange na niet zoo ver gevorderd was dan nu, werden de Duitsche Joden mishandeld en vervolgd, als „straf" voor het uitbreken van een of andere besmettelijke ziekte of van een andere nationale ramp. De tegenwoordige Duitsche machthebbers bestaan het om de Joden te „straffen" voor feiten, waarvan zij zelf alleen het slachtoffer zijn geworden ! In geen enkele bedrijfsleiding worden Joden meer toegelaten. Alle zaken worden „geariseerd". Dat wil ongeveer zeggen, dat de Joodsche eigenaars hun zaken voor een appel en een ei mogen verkoopen. Dat is nog een heel voorrecht, want tal van Joden is hun eigendom ook eenvoudigweg ontstolen. Voorts moeten de Joden de vernielde eigendommen weer herstellen op hun kosten. Waarvan ze dat moeten bekostigen, is een raadsel, want eventueele schadevergoeding, die ze van de Verzekeringsmaatschappijen ontvangen, moet aan den Staat worden afgedragen. Ziehier de „voorloopige" maatregelen, welke de Staat officieel, als vervolg op de niet-officieele partij-actie, genomen heeft. Bij wijze van straf. Als straf voor het voorrecht, dat hun eigendom vernield en ontstolen werd.
„Wanneer een Jood, waar dan ook, nogmaals een Duitscher ook maar een haar krenkt, dan zal er niet meer zoo mild opgetreden worden, als thans bij de eerste maal is geschied" —aldus de Berliner Lokal-Anzeiger
Duitschland heeft weer een „historische daad" volbracht !
De meeste buitenlandsche bladen kunnen nauwelijks woorden vinden om aan hun pijnlijke verbazing over deze barbaarsche Joden-vervolging uiting te geven. Toch meene men niet, dat Duitschland het éenige land is, waar het anti-semitisme tot wreede uitspattingen leidt. Bijna geheel Midden-Europa volgt met min of meer anti-Joodsche acties. In Italië werd het huwelijk van Italiaansche staatsburgers van Arisch ras met die van andere rassen verboden.
En waar de verarmde en berooide Joden moeten blijven, weet niemand. In Duitschland zwerven er altoos nog ongeveer 600.000. Palestina is nog allerminst geschikt om de verschoppelingen te ontvangen, al dreunen daar de voetstappen van vele Engelsche regimenten. En het is de vraag of de Arabische wereld wel ooit deze geschiktmaking zal dulden.
Voor Ahasverus schijnt nergens rust. Deze waarheid heeft vooral den christen, die zijn Bijbel kent, veel te zeggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's