STAAT EN MAATSCHAPPIJ
HET INSTITUUT DER LEGERPREDIKANTEN
De groote uitbreiding, die het vorig jaar, tengevolge van de wijziging der Dienstplichtwet, de weermacht heeft ondergaan, eenerzijds door de verhooging van het contingent dienstplichtigen van 25232 tot rond 42000 man en anderzijds door de verlenging van den eersten oefentijd van 5}4 tot 11 maanden, heeft bij velen de vraag doen rijzen, of ook niet de geestelijke verzorging der militairen van zee-en landmacht gelijken tred met deze uitbreiding behoort te houden, of met andere woorden : of de geestelijke verzorging zich niet bij de uitbreiding der weermacht heeft aan te sluiten.
Dat dit wèl zoo dient te geschieden, is o.m. het gevoelen van de Algemeene Synodale Commissie der Nederlandsche Hervormde Kerk, die onlangs met het oog op de voortgaande uitbreiding der weermacht en van het aantal garnizoenen tot den Minister van Defensie het dringende verzoek richtte, het wel daarheen te willen leiden, dat het instituut der Legerpredikanten zóó wordt versterkt met functionarissen, dat de geestelijke verzorging beter tot haar recht kan komen, dan thans wel mogelijk is met het tegenwoordig getal in functie zijnde predikanten.
Wat nu de sterkte van het instituut der Legerpredikanten betreft, telt dit instituut op het oogenblik 1 leger-en vlootpredikant in algemeenen dienst, 4 legerpredikanten (1 vacature) en 2 vlootpredikanten, voor welke titularissen op de begrooting van Defensie aan salarissen een bedrag is uitgetrokken van ƒ 36765.—.
Dit getal Legerpredikanten wenscht de Algemeene Synodale Commissie uitgebreid te zien.
De vraag is echter, of deze zienswijze van het hooge kerkelijke college wel juist is.
Dat het instituut van Legerpredikanten er is, zal de instemming hebben van een ieder, die voorstander is van de geestelijke verzorging der militairen.
De Overheid, die de zonen des volks voor den krijgsdienst oproept en ze dientengevolge een geestelijk milieu (omgeving) doet verlaten, waarin zij plachten te verkeeren, heeft tot taak zorg te dragen, dat de dienstplichtigen niet ontgroeien aan Kerk en gezin.
Echter mag niet worden voorbijgezien, dat de Overheid geen „Jus in sacris" (recht in kerkelijke zaken) bezit ; noch de bediening der Sacramenten, 'het catechiseeren, de evangelisatie en dergelijken, zijn zaken, welke van Overheidswege kunnen plaats hebben. Aan de Overheid komt slechts toe 't „Jus circa Sacra", d.w.z. het recht en ook den plicht de omstandigheden te scheppen, waaronder, met inachtneming van de dienstbelangen, het den Kerken wordt mogelijk gemaakt haar taak te dezer zake te vervullen.
Daarom kan en mag het instituut der Legerpredikanten, omdat 'het Overheidsinstituut is, geen ambtelijken arbeid verrichten, dus geen Woord en Sacramenten bedienen en geen catechisaties voor de militairen houden. Zijn taak kan hoogstens zijn : het houden van godsdienstige samenkomsten met de militairen, het verspreiden van lectuur, het bezoeken van arrestanten in de arrestantenlokalen, van zieken in de hospitalen, enz. Het instituut der Legerpredikanten heeft een administratieve taak, het is het lichaam, dat den schakel vormt tusschen de Overheid en de Kerken.
Als in Artikel 36 van de Nederlandsche Geloofsbelijdenis gezegd wordt, dat het de taak van de Overheid is : „het Woord des Evangelies overal te doen prediken", zegt prof. dr. J. Severijn, dat dit rechtens nooit meer kan bedoelen dan dat de Overheid voor de Kerk alle hinderpalen tracht weg te nemen, om haar taak te vervullen. Het kan niet beteekenen, dat de Overheid Dienaren des Woords met de waardigheid van het ambt bekleedt en uitzendt, als ware zij daartoe door den Heere Christus geroepen.
Die taak nu, het wegnemen van alle hinderpalen voor de Kerk om in de kazernes, kampementen en legerplaatsen ambtelijk werkzaam te kunnen zijn, is het werk van het instituut der Legerpredikanten.
Doch voor dit doel is het instituut op haar tegenwoordige sterkte voldoende geoutilleerd (toegerust) en is het daarom van de Algemeene Synodale Commissie niet juist gezien om op vermeerdering van het getal Legerpredikanten aan te dringen.
Dat zij dit intusschen toch doet, is, omdat de Commissie de taak der Kerk inzake de geestelijke verzorging der militairen wil beperken en het terrein, waarop de Kerk tekort schiet, aan de Overheid wil overdragen.
Dit blijkt ook uit het verzoekschrift van de Algemeene Synodale Commissie aan den Minister van Defensie, waarvan hierboven sprake was.
Het heet toch in dit adres :
„Niet zonder meer kan de arbeid der geestelijke verzorging aan de plaatselijke ambtsdragers in de garnizoenen worden overgelaten.
Het is der Algemeene Synodale Commissie niet onbekend, dat er stroomingen zijn, waarin een tegengestelde beschouwing tot uiting komt, volgens welke de geestelijke verzorging van de mannen, die onder de wapenen komen in hunne garnizoenen, geheel als speciale taak der Kerk(en) moet worden beschouwd, waarbij aan de Legerpredikanten weinig meer dan een administratieve werkzaamheid zou worden toegewezen.
De Algemeene Synodale Commissie is echter van gevoelen, dat deze arbeid niet aan de plaatselijke Kerk (en) en predikanten kan worden overgelaten. Niet alleen is de practijk verre verwijderd van bovenbedoelde beschouwing, doch de Algemeene Synodale Commissie acht, gezien ook de bestaande regelingen en verhoudingen in de Nederlandsche Hervormde Kerk, de bezwaren onoverkomelijk, om te geraken tot een wijzigen van de practijk in den zin dier ideëele beschouwing".
De Algemeene Synodale Commissie ziet alzoo geen kans de ideëele beschouwing, dat is de Gereformeerde beschouwing, dat de geestelijke verzorging der militairen taak der Kerk en niet, taak der Overheid is, tot die van de Nederlandsche Hervormde Kerk te maken. De bezwaren daarvoor zijn onoverkomelijk.
De vraag is intusschen of dit metterdaad zoo is en of aan die bezwaren niet is te ontkomen.
Doch daarover D.v. de volgende week.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's