FINANCIËN
Toen de vorige week het financieel overzicht van de laatste dagen door mij was opgemaakt, had ik de stille gedachte : het zal mij nu eens benieuwen, wat ik de volgende keer te verantwoorden krijg. 'k. Zou haast niet weten wat er nu nog binnen kan komen, 't Zou me weinig verwonderen of het zou wel een week kunnen overstaan. Evenwel, deze overweging werd door de uitkomsten beschaamd. Al heel spoedig bleek me, dat dit niet zou kunnen. Van onderscheidene plaatsen kwamen posten binnen. Nog meer dan éene af deeling haastte zich mij de contributiegeiden af te dragen. Wat door mij de laatste keer in dezen werd opgemerkt, bleek door meer dan éen afdeeling ter harte te zijn genomen. Ik wil hiervoor mijn erkentelijkheid gaarne betuigen. Het maakt mijn boekhouding veel gemakkelijker, wanneer het eene boekjaar niet ingrijpt in het andere.
Wanneer ik mijn dank hiervoor niet achterhoud, zoo laat zich ook logisch hieruit afleiden, dat ik nog eens extra bleef kloppen aan die deuren, waar men tot nu deze post niet heeft overgemaakt. Mag ik in deze enkele dagen, die nog van mijn boekjaar openstaan, een spoedige afwikkeling tegemoet zien ? Ik weet te goed — de ervaring heeft me zulks voldoende geleerd — dat een Penningmeester niet altijd kan doen wat hij gaarne zou willen. Menige gang moet worden overgedaan, omdat men de 'bijdrage op dat moment niet kon missen. Het antwoord dat men ontving, luidde ongeveer in deze woorden : Zoudt ge niet op een der volgende dagen van de volgende week nog eens willen aankloppen ?
Zoo komt het, dat de Penningmeester of zijn helper de zaak voorloopig moet laten rusten.
Geldt dit de contributies van de Afdeelingen, die der verspreide leden worden per post geïnd en leveren alzoo geen bezwaren, 'k Heb evenwel nog een post, waarop ik eenige nadruk leg. Van de verstrekte studiegelden heb ik in het jaar, dat straks afgesloten staat te worden, van sommigen de meest ondubbelzinnige blijken van een dankbare erkentenis ontvangen. Anderen lieten dit na. 't Zou mijn arbeid niet weinig verlichten, wanneer 't eerstgenoemde meer algemeen navolging mocht vinden. Al is dit nog zoo gering - ik weet, dat het voor niet weinigen in onze dagen moeilijk 2fal vallen - het wekt bij mij gevoelens van dankbaarheid, in één woord : een zekere voldoening is dan niet te miskennen. Mag ik ook hierop even de aandacht van wie dit mag gelden, vestigen ?
'kZal mijn lijstje van verlangens niet te lang maken, wetende, dat de lengte vaak de kracht verkleint.
De zaak, die wij dienen, is het waard, dat wij onze beste krachten hiervoor geven. Intusschen leggen we onzen gebrekkigen arbeid voor den Heere neder.
In deze week kregen wij van meerdere zijden ons posten toegezonden.
1. De eerste zending kwam uit de oude gemeente van ds. Koolhaas. Zijn opvolger aldaar, ds. Schroten, zond mij vanuit Charlois van N.N. ƒ 2.50 ; van de fam. B. ƒ 1.50 ; van de K. ƒ 2.50 en van N.N. ƒ 2.50. Samen ƒ 9.— Wij kunnen zijn dankbaarheid in dezen begrijpen en deelen daarin ten volle.
2. De Penningmeester van de leden te Maassluis zond ons de collecte, aldaar gehouden bij een spreekbeurt, waarbij ds. Pott, van Kralingen, voorging. Hij droeg ons af „21.44 Wij zijn de Maassluissche vrienden dankbaar.
3. Collega ds. Van der Hee, te Genemuiden, zond ons uit de catechisatiebus de prachtbijdrage van „15.— Wij zijn hiervoor hoogst erkentelijk.
4. Enkele lezers van De Waarheidsvriend zonden mij hun bijdrage, n. 1. de heer W. G. te B , 3.50 Geschiedde dit per giro, bij mij aan huis werd hiervoor afgedragen 1 gld., n.l. van W. A. te E „ 1.—
5. De heer A. B. te Oud-Beijerland zond mij de contributie van 4.—
6. De heer D. v. H. te Leiden droeg 5 gld. bij mij af „ 5.^
7. De heer Hollander te Zwolle was zoo goed mij naast de contributies van de leden aldaar, een overzicht te geven omtrent het gansche verloop. Hij droeg af de som van „11.—
8. De heer J. Nieuwenhuizen van Rotterdam (Z.) zond mij 1 gld. als nagekomen contributie „ 1.— 'k Zeg allen hartelijk dank voor den steun, mij in dezen geboden.
9. Door den heer J. de W. kreeg ik van mej. K. te shaven de som van 3 gld. als gift voor onze fondsen „ 3.—
10. De Penningmeester van de afd. Den Haag zond mij naast de bijdrage van de spreekbeurt, aldaar gehouden, waarbij ds. Lekkerkerker, van 01debroek, voorging, de collecte, tezamen 'bedragend , 23.51 'k Zeg hem zeer vriendelijk dank.
11. Ds. Vreugdenhil te Gorinchem zond mij een gift van ƒ 9.—, gevonden in zijn brievenbus voor onze fondsen. „ 9.— 'k Herinner mij van vorige jaren, dat zulks eerder plaats had. Wij zijn zender en gever ten zeerste verplicht voor deze steunbieding en betuigen onzen vriendelijken dank.
12. De Penningmeester van de afd. Leiden zond mij een dubbele post, n.l. de contributies en de opbrengst van de collecte, n.l. ƒ 10.—. Tezamen bedragende „31.— Wie bij deze gehouden spreekbeurt voorging, werd mij niet kenbaar gemaakt. Mag ik dit nog even weten ?
13. De Penningmeester van de afd Harderwijk droeg mij eveneens de contributies af. Deze bedroegen na aftrede van wat de Afdeeling hiervan krijgt, de som van „ 50.75 Wij zeggen beide Afdeelingen zeer hartelijk dank.
14. Van den heer W. te Vleuten kreeg ik de contributie, zijnde „ 1. -
15. Tenslotte werd ten mijnen huize bezorgd door iemand, die onbekend wenscht te blijven als zoodanig, 3 gld. voor onze fondsen „ 3.—-Wij zijn met alles verblijd en hopen verder op veler steun en medeleven. De som van wat binnenkwam bedroeg alzoo
§ 192.20
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's