STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE TAAK DER KERK
Wij zouden, zooals wij in ons blad van 18 November schreven, nog nader op ons artikel „Het instituut der Legerpredikanten" terugkomen en wel op dat gedeelte, waarin er de nadruk op werd gelegd, dat de geestelijke verzorging der militairen taak der Kerk is. Voorts dienen wij tevens nog de vraag onder de oogen te zien, of het bezwaar van de Algemeene Synodale Commissie der Nederlandsche Hervormde Kerk niet te ondervangen is, dat tengevolge van de bestaande regelingen en verhoudingen in de Nederlandsche Hervormde Kerk, de idiëele beschouwing : „de geestelijke verzorging aan de Kerk" onbereikbaar is.
Uitgaande van de stelling, dat niet de Overheid de roeping heeft zich met de ambtelijke geestelijke verzorging der militairen bezig te houden, wat voor haar verboden terrein is, doch dat die geestelijke verzorging aan de Kerk is toevertrouwd, en aanvaardende het instituut der Legerpredikanten als de schakel tusschen de Overheid en de Kerk, die de moeilijkheden en hinderpalen heeft weg te nemen, die in de kazerne, het kampement of de legerplaats kunnen plaats hebben, doet zich al dadelijk de vraag voor, op welke wijze de Kerk zich van haar taak heeft te kwijten.
Twee richtlijnen treden daarbij op den voorgrond.
In de eerste plaats de eisch van de Overheid, dat door de geestelijke verzorging geen elementen de weermacht binnentreden, welke daaraan schade kunnen doen, als zoodanig, b.v. dragers van anti-nationale, anti-militairistische of weerloosheidsgedachten.
En in de tweede plaats het recht der Kerken op eerbiediging van haar uitsluitend recht inzake de onverkorte bevoegdheid in de uitoefening van haar geestelijke taak en haar zorg voor vervulling van de geestelijke ambten.
Het doen samengaan van deze twee richtlijnen ondervindt geen bezwaren b.v. bij de Roomsch-Katholieken.
Bij de Roomsch-Katholieke geestelijkheid bestaat geen verschil van gevoelen. Politieke en kerkelijke inzichten loopen niet alleen parallel. Zij dekken elkander. De Roomsch-Katholieke Kerk bepaalt, hoe het wezen moet en naar de voorschriften der Kerk heeft zich de geheele geestelijkheid te gedragen. Vandaar dat de Overheid elke geestelijke tot de weermacht kan toelaten.
Zoo staat het ook met de' Dienaren des Woords bij de Gereformeerde Kerken, de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Gemeenten. Deze hebben allen bij het aanvaarden van hun ambt de Drie Formulieren van Eenigheid onderteekend. Van hen wordt nagegaan, of zij zich daarnaar ook gedragen. Ook hun binnentreden in de weermacht maakt geen bezwaar.
Anders is het echter gesteld met de Predikanten van de Nederlandsche Hervormde Kerk, waar de bestaande regelingen en verhoudingen, naar het oordeel van de Algemeene Synodale Commissie, moeilijkheden opleveren, die het onoverkomelijk maken, dat de Kerk de 'taak van de geestelijke verzorging op zich zou kunnen nemen.
De Overheid kan niet eiken Predikant van de Nederlandsche Hervormde Kerk den toegang tot de kazerne, het kampement of de legerplaats vergunnen.
De Predikant, die communist of wel b.v. lid' van de Vereeniging „Kerk en Vrede" is, kan in de weermacht niet gedoogd worden. Staat men nu hier, wat het overkoepelen der twee richtlijnen betreft, voor een niet op te lossen raadsel ?
Is èr geen compromis (overeenkomst) te vinden, waarbij zoowel aan den eisch van de Overheid wordt voldaan, dat de Predikant tot de weermacht kan worden toegelaten, èn het recht der Kerk om haar bevoegdheid in de uitoefening van haar geestelijke taak onverkort uit te oefenen ?
Wij gelooven, dat het instituut der Reserve-Veldpredikers den weg kan wijzen naar een bevredigende oplossing.
Over dit instituut der Reserve-Veldpredikers, met wat daarmede samenhangt, D.v. de volgende week.
EEN PRINCIPIEELE UITSPRAAK
De Tweede Kamer heeft de vorige week een belangrijke beslissing genomen. De Kamer werd toen voor de vraag gesteld, of, nu de bijzondere-neutrale economische hoogeschool te Rotterdam, een bijdrage uit 's lands schatkist ontvangt, het uit rechtvaardigheidsoverwegingen ook niet zóó moet zijn, dat een bijzondere hoogeschool, die zich met het neutrale karakter van de hoogeschool te Rotterdam niet kan vereenigen, eveneens subsidie kan ontvangen.
Er kan toch geen genoegen worden genomen met een standpunt, waarbij een Regeering vóór het dogma van de neutraliteit zou kiezen en zou bepalen, dat het neutrale onderwijs, dat aan de economische hoogeschool te Rotterdam wordt gegeven, voor ieder Nederlander geschikt is en dat deswege een bijzondere hoogeschool, die op confessioneele grondslag staat, van de Overheid zou moeten vernemen : daarvoor krijgt ge geen subsidie.
Daarom heeft het ons verblijd, dat de Kamer de vraag, waarvoor zij gesteld werd, in bevestigenden zin heeft beantwoord.
Het ging bij de beslissing over het voorstel, waarin de gelijkstelling van alle bijzondere hoogescholen werd belichaamd, wel op het kantje af, 47 tegen 46 stemmen, doch het was de moeite waard om voor het beginsel der gelijkstelling den strijd te voeren.
Nu stelt men het intusschen van de zijde der tegenstanders der gelijkstelling zóó voor, alsof de beslissing der Kamer een overwinning was voor de Roomsch-Katholieken, omdat bij de stemming de Roomsch-Katholieke economische hoogeschool te Tilburg in het geding was. Dat het dus voor deze hoogeschool te doen was om een Rijksbijdrage te ontvangen. Doch dit is niet het geval.
Immers werd van Roomsch-Katholieken kant het voor de stemming duidelijk uitgesproken, dat aan de Regeering werd overgelaten om over het hoe, over het wat, over het wanneer, te beslissen.
De beslissing van de Tweede Kamer bedoelde dus niet anders te zijn dan een principieele uitspraak.
En over deze principieele uitspraak kunnen wij ons, zooals wij hierboven schreven, niet anders dan verblijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's