De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Wat was 't toch, dat hem dreef al maar over dit alles na te denken ? Hoe kwam het, dat hij bij dag en bij nacht als vervolgd werd door deze ééne gedachte : „ben ik als voorganger der gemeente wel op mijn plaats en geef ik haar, waar zij recht op heeft ? " Hij kon dat niet verklaren, doch het was voor hem ongetwijfeld zeker, dat hoogere machten en krachten soms op het menschelijk denken en willen zulk een invloed uitoefenden, dat daardoor een gansche omkeering komen kon zoowel in het leven van den enkeling als van de massa. Dat bewees de geschiedenis der eeuwen en der volken, ook de historie der kerk ; — zou het mogelijk zijn, dat zooiets hier te gebeuren stond ?
Zoo mijmerde hij, als hij alléén, was en thuis, wanneer de gedachten van de courant of het tijdschrift afdwaalden en soms een geheel verkeerd antwoord gegeven werd op de vragen, hem gedaan. „Je bent overspannen ; je maakt je met allerhande dingen veel te druk" — had mevrouw al een paar maal gezegd, die niets begreep van deze stille worsteling ; doch hij zelf wist wel beter.
Ook het bezoek aan zijn zwager, met wien hij een gesprek over de verschillende geestelijke stroomingen zocht te krijgen, maakte 't voor hem niet beter. Deze ging hem of te luchthartig of te bitter over dit alles heen, om daarbij te vervallen in dezelfde fout van anderen, dat hij het wist, en dat het was, zooals hij het zag. 't Gevolg werd, dat de Pilatusvraag : „Wat is waarheid ? " zich met onweerstaanbare kracht aan hem opdrong, zonder dat het hem mogelijk was aan deze te ontkomen of een antwoord te krijgen, hetwelk bevrediging gaf.
Eigenaardig, dat zoeken en zuchten en smachten van den menschelijken geest naar hetgeen niet be­zeten werd. Dat reikhalzend uitzien naar het onbereikbare ; dat dorsten naar het wéten van wat verborgen bleef ; dat begeeren, om te
hébben wat in vage verneveling op hetzelfde oogenblik achteruit wijkt, als men meent het te zullen grijpen, zoodat de vragen der zoekende ziel worden opgestapeld en de smart vermeerderd. Nooit had ds. Lauwers dat zoo gevoeld. In stille berusting had hij aan zich laten voorbijgaan, wat buiten de sfeer van zijn weten lag, zonder dat het hem verontrustte, tot hij nu opeens dat onweerstaanbare in zich voelde opkomen, dat, al geschiedde het om nog andere oorzaak dan bij Paulus, hem deed uitroepen : „Ik ellendig mensch !"
Daar hoorde hij van de ongesteldheid van Murk. De tuinman sprak er van. Wat het was, wist hij niet, maar het scheen erg te zijn. Van gemeentewege was er zand in de Kerkstraat gestrooid en de dokter liep af en aan, terwijl de wagens stapvoets moesten rijden. Boer Siderius was vóór negenen al hier. 't Zou met die nieuwe beweging wel spoedig dood loopen, als Murk kwam te sterven, want niet één, die, zooals hij, de geschiktheid had om leiding te geven. Dat kon Bouma op zijn hoogen leeftijd niet en Bottema niet en bakker Deelstra zou dit niet willen doen en baas smid zou dit niet kunnen doen, omdat hij veel te driftig was, en die anderen, zooals Jurjen en Sjoerd, waren niet meer dan volgelingen. Murk weg, zou beteekenen : de ziel van heel die beroering weg ; en daarom, hij durfde dat zoo niet zeggen, want heel wat menschen zouden hem dat zéér kwalijk nemen, maar hij twijfelde er aan of het voor de gemeente wel zoo'n verlies zou zijn, wanneer Murk Enfin, hij zou daar maar niet verder op ingaan, de dominé begreep hem wel.
En de dominé begreep hem zóó goed, dat hij toornig bij hem wegliep, den tuinman met zijn hark, waarmede hij bezig was de afgevallen bladeren op een hoop te verzamelen, verbaasd achterlatend, om aanstonds naar binnen te gaan en mevrouw te vertellen, dat manke Murk ernstig ongesteld scheen te zijn. Ja, daar had het dienstmeisje ook reeds over gesproken, die het weer aan de deur van een bolleloopster had gehoord, 't Leek wel, alsof Murk de burgemeester was, zoo bemoeiden alle menschen zich met hem.
En toen kort daarop de post met zijn gewone bestelling kwam, was het al weer het zelfde : dat Murk zoo ziek was en men het ergste vreesde, zoodat Pleuntje van „Lucht en Veld" werd gehaald, om nog eenmaal hem te zien en dan afscheid te nemen.
Een korte tweestrijd in de ziel van ds. Lauwers had deze mededeeling tot gevolg. Zou hij, van dit alles kennis hebbende, al of niet den zieke bezoeken ? Daar was iets in hem, dat sprak: „Doe 't niet". Het gesprek met Murk had duidelijk het onderscheid tusschen hen beiden doen uitkomen, en zij waren van elkander gegaan met de gedachte, dat er voor goed een breuk gekomen was tusschen hen. Daarop was nog die bijeenkomst ten huize van den ouderling gevolgd, waardoor het er alles van had, dat hier een complot tegen hem gesmeed werd. Zou hij als predikant begeerd worden en had hij hier iets te geven ?
Doch even spoedig daarop kwam een andere gedachte de overhand nemen. Was het niet zijn plicht, om te gaan ? Lag daar voor hem niet een roeping ? Zou het óok niet kunnen zijn, dat hij onder deze omstandigheden meer daar begeerd werd, dan in dagen van gezondheid ? Eigenlijk had hij daardoor met een gelegenheid zijne verontschuldiging aan vrouw Kalma aan te bieden, dat hij haar nog niet éénmaal bezocht had en kon dan tevens eens zien, hoe 't met Murk gesteld stond en hij over die eeuwige dingen dacht, nu hij ziek neerlag.
Zonder iets te vertellen, ging hij de straat op en klopte aan bij vrouw Kalma. Natuurlijk was dit weer een reden voor de buurvrouwen om de hoofden bij elkander te steken. Klaske zag 't eerst ds. Lauwers naderen, om aanstonds de anderen daarmede in kennis te stellen. Wat Murk daarvan zeggen zou. Tenminste, wanneer hij zich daarover kon uitlaten, en wat daarvan de gevolgen zouden zijn ? In elk geval hadden velen dat den dominé niet nagedaan, als men vóóraf zoo duidelijk getoond had, gelijk Murk, van hem niet gediend te zijn. Doch een ander dacht weer, dat hij daarvoor ook dominé was, die anders moest zijn dan een gewoon mensch en tenslotte zijn geld aan zulk werk verdiende.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's