UIT DE HISTORIE
Luther’s verklaring van Paulus’ brief aan de Galaten.
Woord Vooraf van Luther. (1)
Als ik dit boekje voor mij zie, kan ik zelf nauwelijks gelooven, dat ik zooveel woorden gebruikt heb, toen ik dezen brief van den heiligen Paulus in het openbaar heb uitgelegd ; nochtans bemerk ik, dat alle gedachten, die de broeders, met zoo groote zorgvuldigheid hebben opgeteekend, de mijne zijn, zoodat ik erkennen moet, dat ik alles, en wellicht nog meer, in mijn openbare voordrachten gezegd heb.
In mijn hart toch neemt het geloof in Christus de eerste plaats in, uit Wien, door Wien en tot Wien, bij dag en bij nacht, al mijn theologische gedachten zijn. Evenwel word ik gewaar, dat ik van de Wijsheid, Die zoo hoog, zoo breed en zoo diep is, nog maar eenige zwakke, armzalige beginselen gegrepen heb, en dan nog maar bij stukjes en beetjes.
Om deze reden schaam ik mij, dat deze mijne gebrekkige en sobere uitleggingen over een geschrift van zoo'n grooten apostel en uitverkoren vat Gods uitgegeven worden. Ik word echter gedwongen, deze schaamte af te leggen en schaamteloos te zijn ; de oorzaak daarvan ligt in de voortdurende en schrikkelijke ontheiliging en boosheid, die altoos in Gods Kerk hebben gewoed en heden ten dage nóg woeden tegen deze eenige en hechte rots, die wij de leer der rechtvaardigmaking noemen, volgens welke wij niet door onszelf (zonder twijfel ook niet door onze werken, welke nog minder te beteekenen hebben, dan wij zelf), maar door hulp van een ander, namelijk door den eeniggeboren Zoon Gods, Jezus Christus, verlost zijn van zonde, dood en duivel, Die ons ook het eeuwige leven schenkt.
Deze rots is reeds door den Satan in 't paradijs bestreden, toen deze onze eerste ouders overreedde, om te gelooven, dat zij door eigen wijsheid en kracht Gode gelijk konden worden, wanneer zij hun geloof in God opgaven. Die hun het eeuwige leven geschonken en voor altijd beloofd had.
Spoedig daarop zette die leugenaar en menschenmoorder, die zijn aard nimmer verloochenen kan, iemand aan tot broedermoord, om geen andere reden, dan omdat de vrome broeder Gode een meerdere offerande geofferd had (Hebr. 11 vers 4), en omdat hij, als zijnde een goddeloos mensch, zijn eigen werken zonder geloof offerde, en Gode niet behaagde.
Hierna volgde een voortdurende en ondragelijke vervolging van de zijde des Satans tegen hetzelfde geloof onder de kinderen van Kaïn, totdat God gedwongen werd om door den zondvloed den geheelen aardbodem op eenmaal te zuiveren, en Noach, den prediker des geloofs en der gerechtigheid, te behoeden (2 Petrus 2 vers 5). Ook de Satan heeft echter zijn zaad in het leven gehouden, en wel in Cham, den derden zoon van Noach.
Maar wie kan alles ophalen ? De gansche wereld heeft zich later tegen dit geloof gekant door het vereeren van zelf-gekozen goden en eigenwilligen godsdienst ; iedereen is, gelijk Paulus zegt, gaan wandelen op eigen wegen (Hand. 14 vers 16), en met eigen werken hoopte de één een God, de ander een Godin, een derde vele Goden, en een vierde vele Godinnen te verzoenen ; zonder hulp van een ander, namelijk van Christus, hoopte men zich door eigen werken van alle kwaad en zonden te verlossen, hetgeen door alle daden en geschriften der heidenen genoegzaam wordt bewezen.
Maar dit alles beteekent nog slechts weinig tegenover het volk Gods, Israël, en de Synagoge, die boven alle anderen begenadigd waren, niet alleen met de zekere beloften, den vaderen gegeven, maar ook door de wet, die God door de Engelen besteld heeft (Hand. 7 vers 53) ; ook waren zij bevoorrecht door de profeten, die voortdurend door prediking, wonderen en voorbeelden, Gods beloften bevestigden. En ondanks dit alles heeft de Satan, dat wil zeggen : het woeden van eigen gerechtigheid, zulk een voortgang onder hen gehad, dat zij, na het dooden van vele profeten, ook den Zoon Gods, den hun beloofden Messias, hebben gedood, om dezelfde oorzaak, omdat zij leerden, dat God niet door hun eigen gerechtigheid een welgevallen in menschen 26 heeft, maar alleen krachtens Zijne genade. En dit is van den beginne de voornaamste grondstelling van den Satan en de wereld geweest : Wij willen er niet voor aangezien worden, als zouden wij kwaaddoeners zijn, doch alles, wat wij doen, moet Gode welgevallig zijn en al Zijn profeten moeten daarmede instemmen. Doen zij dat niet, dan moeten zij sterven. Abel moet weg ! Kaïn leve ! Dat is onze wet. En zoo geschiedt het !
Onder de heidenen is deze zaak wel zeer op de spits gedreven en wordt zij wel heel ernstig ter hand genomen, zoodat terecht wordt beweerd, dat het woeden der Synagoge maar spel geweest is. Want zij toch hebben, gelijk Paulus zegt (1 Kor. 2 vers 8) hun Messias niet gekend ; anders zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. De heidenen daarentegen hebben Hem aangenomen, en bekend, dat Christus de Zoon van God is. Die ons tol rechtvaardigheid geworden is (1 Kor. 1 vers 30) ; zij verkondigen, schrijven en leeren dat openlijk. En ondanks het feit, dat deze belijdenis wordt gehandhaafd, zoo zijn er toch onder degenen, die tot de kerk willen behooren, die hèn dooden, vervolgen en benauwen, die niets anders gelooven en door leer en leven bevestigen, dan hetgeen zij zélf valschelijk en geveinsd moeten erkennen. Want onder den naam van Christus hebben dezulken heden ten dage de overhand, wanneer zij deze heerschappij zonder Christus' Naam konden handhaven ; dan zouden ze naar buiten eenzelfde getuigenis aangaande Hem afleggen, als er nu in hun hart leeft. Zij achten Hem echter minder dan de Joden, die Hem tenminste nog voor een oproermaker of beroerder houden, die terecht aan het kruis gehangen is. Maar onder ons houdt men Hem voor een fabel, voor een soort uitgedachte heidensche godheid, hetgeen men te Rome, aan het hof van den paus, en in bijna geheel Italië zien kan.
D.
d. Zwart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's