Onze Belijdenis geen Museumstuk !
Uit „de Inleiding", die dr. P. Boendermaker geeft in zijn boek over de „Augsburgsche Confessie" — (uitgave H. J. Paris te Amsterdam —, nemen we hier een stuk over, mede tot aanbeveling van dit mooie boek, dat een nieuwe vertaling van de Luthersche belijdenis geef*^, met breede toelichting na elk artikel.
We lezen daar over de waarde en de plaats van de belijdenis als volgt :
»Onze Belijdenis moet leven in het heden ; het moet geen museumstuk zijn ; geen vlag. Zij moet bezit zijn van een gemeenschap, die er bij leeft. Dan zullen er wel „tijdelijke factoren" in opgenomen zijn, dat kan niet anders, omdat zij onder bepaalde tijdsomstandigheden is ontstaan. Maar waar het om gaat in de belijdenis moet leven en boven de wisseling der tijden verheven zijn. De belijdenis ontstaat in tijden van bewustwording der waarheid en bewustwording der gevaren, die er dreigen voor de waarheid van het geloofsbezit. En zoo wordt de belijdenis geloofsbezit, dat blijft ; waarnaar de gemeente telkens moet teruggrijpen, om dan weer vooruit te gaan, levend uit het geloof, dat haar dierbaar is en blijven moet.
De Belijdenis ontstaat juist altijd onder de groote bewogenheid van worsteling en strijd ; het moet zijn een noodkreet van de Christenheid, die een stuk van den geloofsinhoud in gevaar gebracht ziet, en zich daarom uitspreken wil, ja, uitspreken moet. Het is dan het gemeenschappelijk geuite geloof van de Kerk. En die Kerk zag Luther als de verzameling van alle Christ-geloovigen, onder verschillende uitwendige vormen zich openbarend (Art. 7 Augsb. Confessie) ; welke gemeenschap overal moet kenbaar zijn „aan de verkondiging van het Evangelie, aan Doop en Avondmaal".
In die Kerk (met hoofdletter) zag Luther de kerken (met kleine letter). En deze Kerk heeft een (gemeenschappelijke) Belijdenis noodig (Kerk met hoofdletter en Belijdenis met hoofdletter). De Kerk is dan een gemeenschap, waarvan Christus 't Hoofd is en het Evangelie van Jezus Christus de schat.
Het geloofsbezit is dan Christus, God Zelf geopenbaard in het vleesch. En nu hebben we noodig bewustwording over onze verhouding tot dien Persoon. In het Nieuwe Testament worden al scherpe veroordeelingen geuit over menschen, die andere gedachten hadden in betrekking tot het geloofsbezit. „ledere geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is, die is niet uit God" (i Joh. 4 vers 3). En Paulus in Gal. i vers 8. De Christelijke Kerk is dan ook niet denkbaar en heeft geen bestaansmogelijkheid zonder een omschreven Belijdenis. En met de eeuwen wordt de behoefte om nadere omschrijving steeds grooter. Er moet een groeiende bewustwording zijn rondom de feiten van het geloof der Kerk. Eerst hebben we gekregen onze Apostolische Belijdenis, daarna de Niceensche, die in de geheele Christelijke Kerk geldigheid had. Er is in die ontwikkeling veel menschelijks geweest en veel onvolkomens. De Reformatie kon niet anders doen dan op allerlei punten nadere formuleering zoeken inzake haar geloofsbezit. Bij Luther drong op den voorgrond : „uit genade zalig door het geloof", waarbij vooral het woord genade de aandacht vroeg. De na-reformatorische tijd vroeg nog weer om andere formuleeringen. En bij al het menschelijke was de leiding van Gods Geest te voelen en men formuleerde de uiteenzetting op het Woord Gods. Maar de Belijdenis en de belijdenissen zijn niet als een heilige steen uit den hemel gevallen, kant en klaar. Het is goddelijke openbaring en menschelijke formuleering. Maar uit God is de gave van het geloof en de gave des Geestes. En de waarde van de Belijdenis ligt niet in „menschelijke wijsheid", maar in Gods kracht en Gods Woord.
Het meest ideale zou nu zijn, als de Belijdenis de volkomen zuivere formuleering was van het geloofsbezit van allen, die tot de Kerk behooren. Maar die toestand is onbereikbaar. En daarbij komt dan telkens de vraag, wie nu behooren tot de geloovigen in de Kerk, waar er op meer dan één punt dikwijls verschil bestaat in het belijden. Wie staan dan op den grondslag van de Belijdenis der Kerk ? We moeten hier voorzichtig zijn ten opzichte van het geloofsbezit der Kerk. En daarbij zullen we telkens dieper moeten leeren doordringen in het geloofsbezit der Kerk. Waarbij het gebeuren kan, dat zij, die met de Belijdenis in alles overeenstemmen — naar het woord van Melanchton — niet wedergeboren zijn ; terwijl er wedergeborenen zijn, die zich hier en daar anders uitdrukken inzake het geloofsbezit der Kerk. De Belijdenis moet daarom een levend stuk van onze persoonlijkheid zijn, waarvan kracht uitgaat ook in ons gemeenschappelijk leven. Er is een historische schommeling in de Belijdenis der Kerk. De ééne tijd komt weer met andere dingen dan de vorige jaren brachten. En nu gaat het om de levende en blijvende Belijdenis der Kerk, in gehoorzaamheid aan Gods Woord ; in gehoorzaamheid aan Christus, de Openbaring Gods. Christus geeft het leven aan de Belijdenis van Zijn Kerk. En dan kan het gebeuren, dat er menschen zijn, die de Belijdenis der Kerk aanvaarden en toch in sommige dingen van elkander verschillen. Het wordt gewerkt door één en denzelfden Geest, maar Deze deelt aan elk het zijne toe, naardat Hij wil — zegt de apostel Paulus, i Cor. 12 vers 11. Allen dan van Christus ; maar met onderscheidene gaven.
De Kerk moet hebben een Belijdenis als uitdrukking van gemeenschappelijk geloofsbezit, dat gedragen wordt door de Openbaring Gods : door Gods Woord ; door Christus, het vleeschgeworden Woord. Dat is de eeuwige beteekenis bij de onderscheidene vormen. En we moeten leven in gehoorzaamheid aan die Belijdenis ; 't moet zijn een kracht, waardoor ons leven gedragen en gestuurd wordt.
De Augsburgsche Confessie is de meest bekende Luthersche Belijdenis, hoewel de Luthersche Kerk heel wat méér nog bezit ; b. v. de Groote en de Kleine Catechismus van Luther, de Apologie, als verdedigingsgeschrift tegen de aanvallen op de Augsburgsche Confessie tijdens den Rijksdag ; de Smalkaldische Artikelen en de Formula Concordiae of „de Eendrachts-formule".
De Augsburgsche Confessie is ontstaan op verzoek van Keizer Karel V. Bij de Protestantsche vorsten en steden ontstond toen de behoefte om, gezien de velerlei politieke moeilijkheden van den tijd, één geschrift naar voren te brengen. En uit verschillende ontwerpen is toen tenslotte de Augsburgsche Confessie samengesteld ; om zooveel mogelijk de éénheid (bij de verscheidenheid) te demonstreeren en daarbij óók te wijzen op hetgeen samenbindt met de Roomsche Kerk. Aan het eind worden dan „eenige ingeslopen misbruiken" genoemd.
Later werd de onderscheiding onderling meer gevoeld als verscheidenheid en ook de breuk met Rome werd dieper.
Dit eigenaardige karakter van de Augsburgsche Confessie mag geen oogenblik uit het oog verloren worden bij de beoordeeling. Zij was tenslotte niet bij machte om in alle opzichten voldoende uitdrukking te geven aan 't geen er leefde in de Protestantsche kringen. De Augsburgsche Confessie zwijgt hier en daar, waar gesproken moest worden. En de latere tijd gaf hier en daar een ander antwoord, dan in de Augsburgsche Confessie staat (de Osiandrische strijd over de Rechtvaardigmaking ; de Krypto-Calvinistische strijd over 't Avondmaal, de Synergische strijd over de verhouding van vrijheid en genade b.v. dwongen om nadere uiteenzettingen te geven). Zoo heeft de verdere ontwikkeling zich voltrokken in de Kerk onder de leiding van Gods Geest, en daarbij zal rekening gehouden moeten worden bij de beoordeeling van de Augsburgsche Confessie.
De afsluiting van al deze leergeschillen kwam tot stand in 1580, toen het Boek van Eendracht, samengesteld op bevel van den Keurvorst van Saksen, aanvaard en onderteekend werd door 51 vorsten en 35 steden*.
Aldus — verkort weergegeven — dr. P. Boendermaker in zijn Inleiding (blz. 9—23). (Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's