UIT DE AFDEELINGEN
Afdeeling Gouda.
24 Nov. mochten we onder leiding van onzen plaatselijken predikant, ds. E. E. de Looze, onze 2de cursusvergadering houden, die zeer druk bezocht was en waar als spreker optrad ds. H. S. J. Kalf, van Renswoude, met het belangrijke en actueele onderwerp : „Duitsche Christenen". Op levendige en ernstige wijze teekende de spreker ons de beweging in Duitschland, een vergelijking makend met de dagen van den kalverendienst onder Jerobeam's regeering.
Men wil in Duitschland het Modern-Christendom, wat het oude heidendom is, met de afgoderij van ras, bloed en bodem. In de kunst, met name de muziek, in de wetenschap, in de volksgewoonten dringt de oud-Germaansche-heidensche geest door, en vooral de Hitlerjeugd wil men er van doortrekken. De Nieuw-Germaansche theologen doen alles om te betoogen, dat hun heidensche leer eigenlijk de ware leer is, met vertolking van den echten godsdienstigen geest, waarbij zij zich gaarne beroepen op Luther en anderen. Maar 't is duidelijk, dat het alles algeheel in strijd is met de Heilige Schrift, Gods eeuwig blijvend Woord. Velen worden echter, helaas ! meegezogen, om mee af te glijden. De Pantheïstisch-heidensche geest gaat van overwinning tot overwinning en velen merken niet eens, dat het antichristelijke beginselen zijn, die het volk ten verderve moeten voeren. Waarbij we hier in Nederland elkander niet ernstig genoeg kunnen waarschuwen. Ook onze Herv. Geref. beweging heeft hier zeker een taak, om de echte Calvinistische beginselen te bewaren en te verbreiden en te verdedigen. Wat mannen als Alfred Rosenberg, de vertrouweling van den Führer, snoevend leert, is zoó vreeselijk, dat, als God 't niet verhoedt, er niets meer van de Christelijke belijdenis onder het Duitsche volk overblijft. Dat zijn boek, waarin het Christendom eenvoudig als mythe aan de kaak gesteld wordt, meer dan 100 maal herdrukt is en in meer dan 600.000 exemplaren verkocht is, bewijst, dat het Duitsche volk — en dat niet alleen — openstaat voor de leeringen, die uit de hel opkomen en doen zien, dat de macht van het beest, vol Godslasteringen, groot is, zéér groot. Wat moet er van de Kerk in Duitschland op deze manier terecht komen ? Naar den mensch gesproken, is het verloren. Maar onze troost is, dat we weten, dat de Heere regeert en dat er niets geschieden zal, dat Zijn Raad kan breken en Zijn Welbehagen kan te niete maken. Duitschland is het land, waar Luther gezongen heeft : „Houd Christus Zijne Kerk in stand, zoo mag de hel vrij woeden ; gezeten aan Gods rechterhand, zal Hij haar wel behoeden". En we denken aan het Woord des Heeren, tot Elia gesproken in de donkerste dagen : „Ik heb Mij nog 7000 over gehouden, die de knie voor Baal niet hebben gebogen". Dat kan voor degenen, die God vreezen, telkens weer een riem onder 't hart zijn tot sterking in het geloof. Ook als de sterke man, de krachtmensch, opstaat als Nebucadnezar en nu als Hitler, Mussolini en anderen, is de Heere God, en Hij alleen. In het rijk van ijzer, is het ook de Heere, die regeert. Wee den mensch, die zich vergrijpt aan het heilige. Altaar, Altaar ! Dat klinkt nog na uit de dagen van Jerobeam.
De Heiland heeft gezegd, ziende op de laatste dagen waarin de ongerechtigheden zullen vermeerderen : zal Ik nog geloof vinden, als Ik wederkom ? Ja — maar het zal gaan als door vuur. Waarvan ook de geschiedenis van Duitschland nu gewaagt.
Het Lutheranisme in Duitschland is altijd anders ingesteld geweest dan het Calvinisme ten onzent. Daarom hebben wij. Hervormden van Geref. belijdenis, ons te sterken in hetgeen wij door Gods genade hier in Nederland van ouds geleerd hebben. Het moet gaan en blijven gaan om de Schriftuurlijke beginselen, in het Calvinisme ons geleerd. En hierbij heeft onze Gereformeerde Bond zoo'n belangrijke taak te vervullen. We moeten acht geven op de teekenen der tijden en daarbij zullen we niets anders moeten weten, dan Jezus Christus en dien gekruisigd.
Met stille aandacht werd naar deze rede van ds. Kalf geluisterd en ds. De Looze was zeker de tolk van allen, toen Z.Eerw. den spreker hartelijk bedankte en een „tot wederziens" toeriep.
Na Psalmgezang sloot ds. Kalf den goedgeslaagden avond met dankzegging.
Namens de Afdeeling Gouda :
C. J. REVET, 2de Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's