FINANCIËN
Op de milddadigheid van ons Nederlandsche volk is dezer dagen in den meest breeden zin van het woord een beroep gedaan. De nood was voor het oude volk, dat uit het eigen land, waar men tot nu had verkeerd en gewoond, met meedoogenlooze hand was uitgewezen, wel zeer hoog gerezen. Het leed, daar reeds geleden, bleek niets bij wat hen was wachtende. Hier moest geholpen worden, en onmiddellijk.
De oproep, gedaan van regeeringswege, vond een gereeden klankbodem. De opbrengst bedraagt nu reeds enkele tonnen gouds, en 't zou ons niet verwonderen of wat nog is komende zal hetzelfde merkteeken dragen. Op mededoogen wordt bij ons volk niet tevergeefs een 'beroep gedaan.
Veel en telkens wordt er in onze dagen bij ons aangeklopt. Te verwonderen is zulks niet, want het ontwrichte maatschappelijke leven slaat zulke diepe en groote wonden, dat de heelende hand telkens moet worden uitgestoken.
De verzuchting klinkt allerwegen : Waar moet dat met onze wereld heen ?
Geldt dit de uiterlijke samenleving — op het terrein van de zedelijke en geestelijke wereld staat het weinig anders.
Ook hier is de nood ongemeen groot. De verwildering neemt zulke onrustwekkende vormen aan, dat hier gevraagd moet worden, of toezien vanuit de verte, zonder de helpende hand uit te steken, ons niet schuldig stelt voor God. Klaagtonen aan te heffen en elkander aanklagen, zonder meer, werpen al weinig bate af. Onder dezen arbeid dient ook een gemeenschappelijken schouder gezet. Met. woorden kan thans niet worden volstaan. Onze tijd roept om daden. Zal dit daadwerkelijk worden gezien, zoo worden nieuwe offers gevraagd. Wanneer hieromtrent onze gedachten weinig verschillen, kan het u niet verwonderen, dat wij hoogst gevoelig zijn omtrent wat voor blijken van medeleven ons in deze donkere tijden geworden.
Met meer dan gewonen schroom waren wij ons nieuwe boekjaar begonnen. Het zou wel bij heel kleine postjes blijven, en dan nog maar een heel enkele. En ziet, de uitkomst was, als zoo vaak reeds gebeurde, beschamend. Let maar eens op. Volgt mij maar eens bij dit overzicht van deze week.
1. De beide posten, die het eerst bij mij binnen kwamen, werden mij persoonlijk thuis bezorgd. Hierdoor werd me de gelegenheid geboden mijn oprechten dank aan hen beiden te betuigen. Waar onze tijden zoo van alle kanten nooden uitstallen, doet het zoo goed, uiterlijke blijken te ontvangen van de innerlijke blijdschap, welke ervaren wordt onder de prediking des Woords.
Wanneer hier nog deze gedachte bijkomt : „Wat ik ervaren mag, gun ik zoo van heeler harte ook aan anderen" — zoo hebben deze giften voor mij veel hooger waarde dan in klinkbare munt kan worden uitgedrukt. De eerste gift kwam met andere, van N.N. Deze bedroeg vijf gulden voor het Studiefonds ƒ 5.— De tweede eveneens van iemand, die onbekend wenscht te blijven. Deze bedroeg 15 gld. voor onze fondsen „ 15.—
2. Van den Penningmeester der afdeeling, ook uit eigen gemeente, kreeg ik 5 gld op de giro als bijdrage uit de kas voor het houden van een spreekbeurt, 'k Betuig hiervoor mijn dank. Wil hij mijn vraag ook nog beantwoorden en tevens de ledenlijst insluiten ? „ 5.—
3. Door ds. v. d. Hee te Genemuiden kreeg ik de helft van een gift van 10 gld. voor onze fondsen, waarvoor ik zoowel zender als gever mijn dank betuig. „ 5.—
4. De Penningmeester van de afdeeling te Zeist zorgde ditmaal voor eene verrassende zending. Mocht ik reeds van hem ontvangen de contributiegelden, bedragende de som van ƒ 74.50, wat hier nog bij kwam klom er nog boven uit. Door ds. Pott, van Kralingen, was bij gelegenheid dat hij hier een spreekbeurt hield, een collecte gehouden, welke ƒ 23.90 opbracht. Hierbij was gevoegd de Paaschcollecte, welke bedroeg de som van ƒ 67.60. Tezamen geteld kom ik tot een bedrag van , 166.— Deze zending heeft mij ten zeerste verblijd, 'k Betuig 'hiervoor mijn warmen dank.
5. Was deze post, zooeven vermeld, voor mij een blijde verrassing, die volgde niet minder. Onder letters S. T. te N. T. gewerd me een oranje-briefje van 25 gld „25.— Ook deze gift heeft me zeer verheugd.
6. De heer Radix, te De Bilt, had met een enkel woord me reeds verteld, dat collega Timmer aldaar een spreekbeurt voor den Bond zou houden. Ik zag al uit naar eenig bericht ; toch had ik niet durven verwachten zulk een prachtige collecte mij te zien afgedragen, 'k Ontving n.l. rond „40.— 'k Zeg de Biltsche vrienden zeer hartelijk dank. Aan collega Timmer hoop ik mondeling te zeggen, wat ik in dezen te zeggen heb.
7. Door ds. Van Dorp te 's-Hage ontving ik 1 gld. van N. N. voor beide fondsen ; ƒ 0.50 van A. F. ; ƒ 0.50 werd gecollecteerd in de Groote Kerk ; ƒ 1.— van N.N. voor de Gereform. Evangelisatie. Tezamen „ 3.— Hij wil onzen dank wel overbrengen aan de vrienden.
8. Door ds. Kalf te Renswoude ontvangen voor het Leerstoelfonds van A. V. M. ƒ 2.50 2.50 Hij wil ook onzen dank wel overbrengen, is 't niet ?
9. Nog een tweetal posten kwamen binnen van contributiegelden. Het eerste kwam uit Soest. En het tweede uit Middelharnis-Sommelsdijk. Het eerste bedroeg , 28.50 Het tweede precies , 20.— Voor beide zendingen betuig ik mijn groote erkentelijkheid.
Zulk een begin van ''t voor mij nieuwe boekjaar stemt tot vertrouwen. Wij werden onder deze blijken var Gods gunst stil gemaakt. Tezamen bedroeg het geheel
f 315.-
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's