De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rond: Kerst-poëzie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rond: Kerst-poëzie

6 minuten leestijd

Door alle eeuwen heen echoot Kerstmis door onze kunst in het algemeen en door onze poëzie in het bijzonder.
Vanaf de vroegste tijden tot op heden.
Luister maar :

„Nu zijt wellecome,
Jesu lieve Heer,
Ghy komt van alsoo hooghe.
Van alsoo neer.
Nu zijt wellecome
Van den hooghen Hemel neer
Hier al in dit aardrijk
Zijt Ghy ghesien noyt weer
Kyriëleis".

Dit Middeleeuwsche, uit literair oogpunt op geen laag niveau staand kerklied, wordt in deze dagen weer gezongen in onze huiskamers, in de Zondagsscholen, in de ziekenhuizen, in samenkomsten en op de straat misschien.
Een teer Kerstliedje, zonder opsmuk, eerlijk' en oprecht.... Kyriëleis - Heer,  erbarm U onzer.
Zoo zijn er vele Kerstliederen uit de Middeleeuwen bewaard gebleven, verscholen in tijdschriften, bloemlezingen en verzamelingen.
Van een onbekenden dichter is nog bekend:

„Ons is gheboren een kindekijn
Noch clare (== stralender) dan die sonne,
Dat sal ons alle vroude (= vreugde) zijn
Al totter enghelen wonne (= blijdschap)".

Of ook dit :

„Ons ghenaket die avondstar,
Die ons verlichtet also claer :
Wel was haer doe (= toen).
Susa minna, Susa noe !
Jesus minne sprac Marien toe........ ''

Er zijn van die oude liederen, die op ons denzelfden indruk maken als een schilderij van een der oude meesters. Evenals in die oude schilderijen ligt er iets in deze oude liederen, dat wij niet meer bereiken kunnen.
Geheel anders is het karakter der poëzie bijvoorbeeld weer van een Vondel, die ook in het Kerstgebeuren een rijke stof tot dichten vond :

„Wij edelingen, blij van geest.
Ter kerke gaan op 't hooghste feest
Den eerst geboren Heilant groeten.
En knielen voor de kleene voeten
Van 't kint, waer voor Herodes vreest".

Of van den vromen kunstenaar Revius :

„Want doe ick gister-avont laet
Sach een daechsen dageraet
Mij omvangen,
De gezangen
Van des Hemels blyde rey
Gaven mij tot u het geley.

Condigen hoord' ick op dat pas
Dat de Heer geboren was.
En wanneer ick
Sach soo deerlick
Liggen uwe leekens teer
Keerdy u oochgens tot my weer.

Alle die door af keerlij ckheyt
Wijckt van Godes heerlijckheyt,
Comt hier binne',
Soeckt sijn minne ;
Die dees salich uyr versmaet,
Treurter wel om alst is te laat".

Midden in de duisternis der wereld gaat hem op de „daechsen dageraet". De mensch Revius verblijdt zich innig over Gods grootste gave en hij weet maar één ding : óók hem, zondaar, wordt de Zaligmaker heden geboren.
Het Hemelsche gebeuren trekt hem mee, mèt de engelen verheugt hij zich zie, de lichte poorten openen zich en op den donkeren wereldakker vertoonen zich de heirlegers Gods.
Hoor.... de lucht is vol van de gezangen der Hemelsche reien zij kennen het geheim en de engelenschaar is blijde in den nacht, blij om de grootheid van Gods wonderlijke ontferming, blij om de vreugde die de wereld wedervaart.
Revius heeft geen andere oogen of andere ooren, dan zij die geen engelen hooren of zien. Revius heeft alleen een levend geloof....
En met dankbaarheid mag worden geconstateerd, dat ook onder de huidige, of althans onder de jongere generatie, dichters „bij de gratie Gods" voorkomen.
We denken hier in de eerste plaats aan den Christen-dichter Willem de Mérode.
Zijn poëzie noopt ons tot stil luisteren...... zijn heimwee is naar Boven......
„Kerstmis" is een van die schoone liederen; de laatste drie strofen luiden :

„Over alles daalt het sneeuwen,
Zwak klinkt het geboorteschreeuwen
Van een vogel ? van den wind ?
Uit der heemlen heimlijkheden
Is Gods heerlijkheid gegleden
In het lachen van Zijn Kind.

Achter tranen en gebeden
Komt God tot ons toegetreden
Met zijn heiligend geduld.
En het vlekkelooze wonder
Van zijn komen gaat nooit onder,
Want de tijden zijn vervuld.

Zijn genade komt ons dekken.
Over donkerheid en vlekken
Vlokt de stille witte sneeuw.
Slechts de klokken zijn te hooren
Over deze uitverkoren
Aanvang van een nieuwe".

Zooals 's nachts geruischloos de sneeuw neerdaalt en zie, 's morgens is het geheele land één wit wonder, en onder en op de witte wade krijgt alles een nieuw aanzien zoo heeft Zijn geboorte hem het aanzien des levens veranderd.
Dan is daar Jan H. de Groot met „De Stal" of „Kerstnacht" en Jan letswaart bijvoorbeeld met „Kerstlied der geloovigen" :
„Juicht nu, machten, krachten, tronen,
Opent u, gij hemelwonen !
Waar is groot en meerder licht
Dan voor Godes aangezicht ?
Hoort in 's werelds velden zingen :
„Wie, wie maakt ons hemelingen ? "
Uw gemeente is bereid.
Kom met Uwe zaligheid !"

Dan juicht de dichter, want een kind, een menschenkind is ons geboren, een nieuw leven is ons geschonken, dat met het onze opgroeit en het onze vernieuwt, met het onze den strijd des levens doormaakt, en het onze tot overwinning voert — omdat dit menschenkind is Gods Zoon......

Kerstfeest vieren.....
Iedereen viert Kerstfeest, van de armste tot de rijkste......
De kerstboom wordt ontstoken in de achterbuurt en in de villawijk.....
De kerstklokken luiden op het land en in de stad.....
Iedereen viert Kerstfeest.
Maar niet ieder ziet Christus in het feest.
Velen willen dat ook niet, want als Christus daar werkelijk kwam, zou Zijn verschijning daar een schaduw werpen.
Iedereen viert Kerstfeest, omdat het zoo mooi is als alle lichtjes branden, omdat het zoo fijn is geschenken in ontvangst te nemen.
Kan iedereen Kerstfeest vieren ? Mien Labberton bidt :

„Maak mij van binnen, Heer
klein als een kind.
Dat ik den weg tot het
Kindeke vind.
Dat ik niet dwaal' op
verkronkelde paan.
Neem Gij mijn hand om
Uw wegen te gaan.
Brand Gij mijn harte, Heer,
zuiver als goud.
Blank als de sneeuw in
het zwijgende woud,
Dat ik niet wenden hoef
't schaamrood gezicht,
Dat ik mij keeren durf
gansch naar Uw licht.
Doe Gij mijn ziele, Heer,
open en trouw.
Staan als een witte bloem
blinkend van dauw,
Dat ook mijn stille kelk,
wijd in Uw zon.
Zich Uw genade zoek',
laav' aan Uw bron.
Maak mij van binnen, Heer,
zóó tot Uw kind.
Dat ik in duister Uw
lichtster hervind',
'k Leg dan mijn droef geschenk,
tranen en schuld.
Knielend bij 't Kind dat brengt
't Godd'lijk Geduld".

Kerstfeest is niet goedkoop......
Kerstfeest kost méér dan aesthetische aandoening.
Kerstfeest kost geloof, levend geloof, zooals Revius dat bezat.
Ja, Kerstfeest kost geloof......
Het gemakkelijkste wat er is, want een kind kan het èn het moeilijkste wat er is, want geen mensch maakt het.
Doch de Zoon des Menschen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op aarde ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rond: Kerst-poëzie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's