STAAT EN MAATSCHAPPIJ
De uitvoering der Zondagswet
Van meer dan éene zijde doet men ons het verzoek, om te mogen worden ingelicht over het standpunt dat de Regeering op dit oogenblik inneemt ter zake van de uitvoering van de Zondagswet.
Tegen het verstrekken dier inlichtingen in deze rubriek van ons blad kan o.i. geen bezwaar bestaan, omdat de houding der Regeering met betrekking tot het vraagstuk der Zondagsrust, met wat daarmede samenhangt, bij onze lezers — en dat kan ook niet anders — groote belangstelling zal hebben.
Dat thans inlichtingen gevraagd worden, zal vermoedelijk het gevolg zijn van de beraadslagingen, die dezer dagen over de uitvoering van de Zondagswet bij de behandeling van dit onderwerp in de Tweede Kamer hebben plaats gehad.
Daarom doen wij het beste, teneinde zoo volledig mogelijk te zijn, eerst het standpunt der Regeering aan te geven aan de hand der schriftelijke stukken, om dan daarna de meening der Regeering, met wat bij de openbare beraadslagingen over de Rijksbegrooting gezegd werd, te completeeren.
Alzoo in de eerste plaats, datgene wat in het Voorloopig Verslag nopens het Eerste Hoofdstuk der Rijksbegrooting (inhoudende het Algemeen Beleid der Regeering) voor het dienstjaar 1939 over het vraagstuk der Zondagsrust wordt opgemerkt en het antwoord, dat de Regeering op de opmerkingen geeft.
In het eerstgenoemde Verslag staat opgeteekend, dat naar de meening van verscheidene leden der Kamer, de Regeering ten aanzien van het vraagstuk der Zondagrust niet de gewenschte activiteit ten toon spreidt. Met name oefent zij met betrekking tot deze aangelegenheid onvoldoende invloed uit op de gemeenten. Hier en daar is zelfs het regeeringsjubileum op Zondag gevierd. Voetbalwedstrijden en goedkoope treinen blijft men maar op dien dag in onverminderde mate aantreffen. Ten onrechte — aldus deze leden — wordt veelal gemeend, dat de bezwaren hiertegen de uitdrukking vormen van een eenzijdig Calvinistisch verlangen, doch ook de Roomsch Katholieke Kerk vordert blijkens een recente (uit den laatsten tijd) uitspraak van den Paus, heiliging van den Zondag. Verschillende van de genoemde dingen behoeven op Zondag niet te gebeuren.
Op deze beschouwingen van het Voorloopig Verslag antwoordt nu de Regeering in de Memorie van Antwoord, dat rekening houdend met de nu eenmaal zeer uiteenloopende meeningen inzake de Zondagsrust, ook onder hen, die overigens Gods W^et als richtsnoer voor het publieke leven aanvaarden, er ten onzent niet veel reden is de Overheid in gebreke te stellen. De Regeering volstaat niet met het gadeslaan van het proces van actie en reactie op dit gebied, doch zij streeft er tevens naar uitwassen zooveel mogelijk af te snijden en de plaatselijke Overheid bij de toepassing der wet leiding te geven. Voorzichtigheid is te dezen echter geboden, mede in verband met de zoozeer uiteenloopende opvattingen en wenschen der bevolking.
Slechts stap voor stap dient de Regeering te dezen voorwaarts te gaan. Daar waar het inmiddels mogelijk is om door een met beleid gerichte actie te doen herleven 't geen slechts schijnbaar dood was, grijpt de Regeering in. Zoo b.v. voor wat het aanvangsuur der kermissen betreft, ten aanzien waarvan artikel 4 der Zondagswet, naar het oordeel der Regeering wenschelijk en mogelijk is en voorbereidingen worden getroffen om te komen tot uniforme 'toepassing binnen het kader der wet. Wordt door een bepaalde bevolkingsgroep in een gemeente geklaagd over de toepassing der Zondagswet, dan streeft de Regeering er naar om de geuite verlangens zooveel mogelijk tot hun recht te doen komen. Het zou — aldus de Regeering — echter niet van wijs beleid getuigen om te trachten met één slag recht te buigen, hetgeen krom is gegroeid.
Voor een invloed uitoefenen op de gemeentebesturen — zoo vervolgt de Regeering — is onder de bestaande omstandigheden aanleiding, indien blijkt, dat een belangrijke groep van ingezetenen zich door de toepassing der Zondagswet gekrenkt voelt. Doch over het algemeen zijn de klachten, welke de Regeering terzake bereiken, slechts gering in aantal. Dat het Regeeringsjubileum hier en daar op Zondag is gevierd, betreurt ook de Regeering.
Ten aanzien van de reisgelegenheid per spoor op Zondag, maakt de Regeering in het slot van haar beschouwingen op, dat deze reisgelegenheid — in tegenstelling met wat veelal wordt aangenomen — sedert jaren op Zondag geringer is dan op werkdagen. Het aantal op op Zondagen volgens dienstregeling gereden trein-kilometers is ongeveer 1/5 minder dan dit van werkdagen. Het aantal goedkoope treinen op Zondag is sedert 1927 met ongeveer 1/4 ingekrompen.
Tot zoover de Memorie van Antwoord op het Voorloopig Verslag van het Eerste Hoofdstuk der Rijksbegrooting.
Echter heeft de Regeering zich ook in andere schriftelijke stukken over haar beleid ter zake van het vraagstuk der Zondagsrust uitgelaten.
Zooals men weet, hebben inzonderheid de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Waterstaat met de uitvoering van de Zondagswet bemoeienis.
Eerstgenoemde Minister deelt nu in de Memorie van Antwoord op zijn begrootingshoofdstuk mede, dat het blijkt, dat in den boezem van de Volksvertegenwoordiging een krachtig verlangen bestaat naar het hooghouden van den Zondag.
In verband daarmede merkt de Minister naar aanleiding van een vraag van het Voorloopig Verslag betreffende de toepassing der Zondagswet te 's-Gravenhage op, dat het uiteindelijk overleg met den burgemeester der gemeente 's-Gravenhage over de toepassing van de Zondagswet ten aanzien van de kermis in den Dierentuin als geëindigd moet worden beschouwd. Het resultaat heeft den Minister intusschen niet kunnen bevredigen, hetgeen er toe heeft geleid, dat met den Minister van Justitie nader overleg is gepleegd, teneinde, voor het geval de kermis het komende jaar weder onder gelijke omstandigheden op Zondag zou worden gehouden, het instellen van een strafvervolging wegens overtreding der Zondagswet zal worden bevorderd.
Men ziet uit de schriftelijke gedachtenwisseling tusschen de Regeering en de Tweede Kamer, dat eerstgenoemde rustig voortgaat, de Zondagswet, zooals dat behoort, uit te voeren, en ook dat de Regeering, waar dat noodig is, weet in te grijpen.
Dit laatste zal nog nader blijken, wanneer wij D.v. de volgende week het een en ander gaan mededeelen uit het mondelinge debat, dat in de Tweede Kamer over de uitvoering der Zondagswet heeft plaats gehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's