De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus

naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (7)

5 minuten leestijd

DERDE ZONDAG.
Vraag 6. Heeft dan God den mensch alzoo boos en verkeerd geschapen ?
Nu deze stelling is uitgemaakt, dat de menschelijke natuur aan de zonde onderworpen is, komt de schuld-vraag. Wie is hier de schuldige ? Waar is de oorzaak, de oorsprong van deze ellendige toestand, vol vloek en oordeel, te zoeken ? Bij God wellicht ?
Hier moet dan nu gehandeld worden over de schepping van den mensch, en over het beeld Gods in den mensch.
Aanstonds moeten we hier een tegenstelling maken tusschen de tegenwoordige ellende en de oorspronkelijke voortreffelijkheid ; en wel om twee oorzaken : 1. opdat God nooit de schuld zal krijgen ; 2. opdat de hoegrootheid van onze ellende te meer zal uitkomen. En hoe grooter onze ellende, met vloek en straf zal blijken, hoe heerlijker de verlossing in 't licht zal komen staan, 't Gaat alles om Gods eer en onze zaligheid !
Hoedanig is dan de mensch door God geschapen ? Met welk doel en waartoe is hij door God geschapen ?
Vast staat, dat de mensch door God geschapen is ; en dan vervolgens, dat hij door God zonder zonde geschapen is. Hieruit kan aanstonds blijken : van hoe hoog een toppunt van heerlijkheid wij door de zonde zijn gestort tot zoo diep een afgrond van ellende, vloek en straf. En als God ons daaruit komt verlossen, dan is Zijn liefde en genade wel heel groot en dan is de Verlosser wel vol heerlijkheid en grootheid ! Door onze ellende zullen we des te vuriger moeten verlangen naar de verlossing en des te begeeriger moeten uitzien naar Christus ! Opdat we den Heere dankbaar mogen zijn in heel ons leven voor de verlossing, ons geschonken !
Hoe is nu de mensch door God geschapen ? En luidt het antw. : God heeft den mensch goed en naar Zijn evenbeeld geschapen.
Van de schepping des menschen weten we door de Godsopenbaring : dat God den mensch op den zesden dag, nadat alle andere dingen waren voortgebracht en toebereid, als de kroon op alles, geschapen heeft. God heeft den mensch buiten Zijn raadsplannen en buiten Zijn scheppingswerk gehouden en hem aan 't eind geschapen zooals het Hem behaagde. En dat is voor den mensch tot eere en grooten zegen geweest.
Met lichaam en ziel heeft God den mensch geschapen. De engelen, de andere zedelijke schepselen, hebben geen lichaam ; het zijn geesten (Hebr. 1 vers 14). Maar de mensch heeft lichaam èn ziel.
Dat lichaam heeft God uit de aarde genomen ; onsterfelijk, zoo de mensch volhardde in de gerechtigheid. Maar het zou sterfelijk zijn, zoo de mensch afweek van den weg der gehoorzaamheid aan God. Want de sterfelijkheid is als een straf op de zonde gevolgd.
En met een ziel heeft God den mensch geschapen. Die ziel heeft God uit niet geschapen, onmiddellijk door God ingeblazen, redelijk, geestelijk en onsterfelijk. „En de Heere God blies in zijn neusgaten den adem des levens ; alzoo werd de mensch tot een levende ziel". Gen. 2 vers 7. Die ziel heeft Hij geschapen en vereenigd met het lichaam, opdat zij daarmede één zelfstandigheid zou vormen, in en met het lichaam de innerlijke en uiterlijke handelingen verrichtende, die der menschen natuur eigen zijn ; rechtvaardig, heilig en Gode behagende. Want de mensch is naar Gods beeld geschapen: volkomen goed, wijs, rechtvaardig, heilig, gelukkig en — heer der andere schepselen.
Waartoe is nu de mensch geschapen ? De Catechismus antwoordt : opdat hij God zijn Schepper recht kennen en van harte liefhebben zou, om voor eeuwig gelukkig met Hem te leven, en dit om Hem te loven en te prijzen. Het voornaamste doel is dus: de verheerlijking Gods ! Daarom is de mensch, tot belijdenis en aanroeping van Zijn goddelijken Naam, tot lof en dankzegging, liefde en gehoorzaamheid geroepen. Deze gehoorzaamheid bestaat in het vervullen van de plichten jegens God en de menschen ; alles tot verheerlijking van 's Heeren Naam. De mensch moet daarom de redelooze dingen gebruiken om Gods eer te verhoogen. En door deze dingen te beschouwen ontvangt de mensch diepere indrukken van Gods wijsheid, goedheid en macht ; wat hém te meer kan drijven God groot te maken in en door de werken Zijner handen. Want de redelooze dingen verheerlijken God wel, de zon, de maan en de sterren en al het geschapene, maar zij zijn er zich niet van bewust, en daarom is de mensch gesteld als heer der schepping om het alles aan te wenden tot Gods eer. Zoo is er in de natuur wel degelijk behoefte aan den mensch, opdat God door Zijn werken zal verhoogd worden. Ps. 8 ; Ps. 19 ; Ps. 148. God te kennen en te verheerlijken is een handeling, den mensch alleen eigen. En hierin bestaat voor hem het eeuwige leven. Joh. 17 vers 3.
Bij de schepping heeft God den mensch zoodanig gemaakt, dat hij zijn Schepper tot zaligheid zou kennen en Hem zou verheerlijken. Hierin bestond het wezen van den mensch. En hierin komt uit waartoe God den mensch geschapen heeft. Zijn wezen is : om God te kennen ; en het doel is : om God te verheerlijken.
God wilde het menschengeslacht ihebben en in stand houden, als voor de openbaring Gods noodzakelijk. Zoo er geen menschen waren, had God immers niemand aan wie Hij Zich zou kunnen bekend maken. En dat heeft Hij toch gewild, gelijk Hij het nóg wil. „Ik zal Uw Naam mijn broederen vertellen", zegt Ps. 22 vers 23.
De tegenstelling nu tusschen de eerste schepping en de tegenwoordige toestand, doet de grootheid van onze ellende wel heel scherp uitkomen ! Wat is het goed, dat wij verloren hebben, groot. En wat is onze toestand daarom nu verschrikkelijk !
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's