Van het Zendingsveld op Java.
Op zijn reis naar de groote Zendingsconferentie te Madras heeft dr. v. Boetzelaer, in gezelschap van zijn vrouw, ook Indië bezocht in verband met het Zendingswerk aldaar. Van een „vluchtig" bezoek aan Java vertelt dr. Van Boetzelaer het volgende : We zijn slechts heel kort in de voornaamste Zendingscentra geweest: te Soerabaja, Malang, Modjowarno en Kediri (op Oost-Java) ; te Solo, Djocja, Salatiga en Semarang (Midden-Java) ; en te Cheribon, Bandoeng, Soekaboemi, Buitenzorg en Batavia (West-Java).
„Op Java komende vanuit de „Groote Oost", heeft men het gevoel" — aldus dr. v. B. — „weder in Europa te zijn". Als men door dit eiland heenspoort, lijkt Java één tuin, waarvan ieder stukje in cultuur is gebracht. Verschillende onzer Zendelingen zullen u echter van geheel andere ervaringen, ook op Java, kunnen verhalen. Een Zendeling-arts vertelde ons b.v., hoe hij om in een dessa, waar hij geroepen werd te komen, vier uren in een auto en dan nog eens tien uren te paard, noodig had. Ook op Java zijn nog heel wat streken, die niet zoo heel gemakkelijk te bereiken zijn. Daar zijn nog tallooze dorpen, waar de beschaving ternauwernood is doorgedrongen, en wat zoo heel veel erger is, waar nog niets van het licht van het Evangelie ooit heeft geschenen en men hoogstens wellicht eens iets gehoord heeft van medische hulp, die op groote afstanden te krijgen is in ziekenhuizen, waarin ook de eenvoudigste dessamae kan worden opgenomen en goed wordt verzorgd, en van een dokter, die wellicht bereid zal zijn den langen weg af te leggen, om in zwik een dorp te komen".
„Al klopt het eigenlijke leven van Java op de hoofdplaatsen, zoo heeft de Zending zeer zeker tot taak zich niet alleen tot deze te beperken, maar ook aan de vele millioenen te denken, die in de tallooze dorpen en dorpjes verspreid wonen.
In de geschiedenis der Java-Zending is telkens het probleem naar voren getreden : vestiging der Zendelingen op de hoofdplaatsen, dan wel in de dessa. Langen tijd scheen er veel voor te pleiten de dessa te kiezen, dewijl daar het verkrijgen van aanrakingen met de bevolking zooveel gemakkelijker scheen dan op de hoofdplaatsen. Hierin is een zeer onwerkbare verandering gekomen. Meer en meer richt zich de aandacht op de hoofdplaatsen als de centra, die het geheele leven, ook dat van den eenvoudigen dessaman, beheerschen. Het behoort thans tot de hooge uitzonderingen nog een Zendingspost in de dessa aan te treffen. Hoe verklaarbaar deze kentering in de Zendingstactiek ook moge zijn, zoo wordt langs den. eenen weg evenmin het ideaal bereikt, als langs den anderen. Zoolang tusschen beide stelsels gekozen moet worden, zijn wij er nog niet. Bevrediging kan alleen schenken, als zoowel de hoofdplaatsen, alsook de dorpen, zelfs de kleinste en meest afgelegene, behoorlijk bearbeid kunnen worden".
„Hoever is echter de Zending van het bereiken van dit ideaal op Java nog verwijderd ! Dit brengt ons op eene bespreking van de zoo jammerlijk onvoldoende bezetting van dit arbeidsveld. Als men denkt, dat op Java meer dan 40 millioen menschen wonen en daar ongeveer twee-derde deel van de bevolking van geheel Nederlandsch-Indië geconcentreerd is en de Zending hier dus niet alleen voor ontzaglijke mogelijkheden, maar ook voor een onmetelijke verantwoordelijkheid geplaatst wordt, dan moet met smart en schaamte worden erkend, dat zij zeer verre te kort schiet in de vervulling dezer taak. Eens: bezetting van het arbeidsveld, als men hier aantreft, was misschien nog eenigermate te verdedigen in eèn tijd, toen de Zending op Java nog vrijwel overal voor gesloten deuren stond en men meende te kunnen volstaan met hier en daar een wachtpost uit te zetten om te verkennen, in hoeverre er ergens eenige opening kwam voor de boodschap van het Evangelie, ; en er eenige mogelijkheid te ontdekken viel om den arbeid meer intensief aan te pakken".
„Deze tijden zijn echter, ook voor Java, Gode zij dank, voor een groot deel voorbij. Door de scholen, met name de Hollandsch-Inlandsche scholen en de Mulo-scholen, en door de ziekenhuizen, worden er voortdurend tallooze gelegenheden van contact geschapen, die echter slechts in veel te weinig gevallen voldoende kunnen worden benut. Vooral de verbazingwekkende uitbreiding der Zendingsziekenhuizen zou een zeer uitgebreid terrein van arbeid kunnen bieden, indien daarvan het gebruik werd gemaakt, dat er van gemaakt kon worden. Indien de vele patiënten, die zulk een ziekenhuis korter of langer bezoeken, niet alleen gedurende hun verblijf aldaar, maar ook daarna, na terugkeer naar hunne woningen, eens geregeld bezocht en vastgehouden konden worden, zou dit van groote beteekenis voor 't werk kunnen zijn. Meestal is hier echter geen sprake van, daardoor deze ziekenhuizen zeker prachtig humanitair werk verrichten, maar hun direct nut voor den zendingsarbeid veelal omgekeerd evenredig is met de grootte der inrichting.
Met het aanhouden van contact met de leerlingen der scholen, vooral der hierboven genoemde hoogere onderwijs-inrichtingen, is 't zeker aanmerkelijk beter gesteld, door de van verschillende zijden ondernomen' pogingen om onder hen Christelijk jeugdwerk te organiseeren, welke veelal met succes worden bekroond. Wie zal echter durven beweren, dat hetgeen op dit terrein gedaan wordt, ook maar in de verste verte voldoende is ?
Verder denken wij aan de dagelijks toenemende mogelijkheden op het gebied van colportage-arbeid. Wat wordt er echter op dit gebied nog bitter weinig gedaan. Het eenige terrein op Java, dat in deze eene gunstige uitzondering maakt, is dat der Gereformeerde Kerken op Midden-Java ten Zuiden.
Op de andere Zenddngsterreinen zou niet alleen 't getal Zendingsarbeiders in rechtstreeksohen Zendingsdienst minstens verdubbeld moeten worden, maar moesten ook de middelen aanwezig zijn voor een uitgebreiden colportage-arbeid en zou er bovendien moeten gezorgd worden, dat de noodige literatuur, zowel in de Inheemsche als in de Nederlandsche taal, werd verschaft, zoowel op theologisch als op ander gebied, ook op dat van ontspanningslectuur voor, jong en oud. Schier algemeen hoort men de Macht, dat wel de menschen lezen leeren, maar dat men hun daarna veel te weinig te lezen geeft. Vanzelfsprekend is de oplossing van dit vraagstuk voor •degenen, die met profijt een Nederlandsch boes kunnen lezen, heel wat eenvoudiger. Maar ook bier moet gezorgd worden, dat goede en geschikte lectuur voor hen verkrijgbaar is. Op enkele plaatsen — ik denk hier weder met name aan Solo en Djocja — trof ik goed gesorteerde en wèlvoorziene boekendepots aan. Moesten echter ook deze niet veel algemeener zijn ? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's