UIT DE HISTORIE
Luther's verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.
Inhoud en indeeling van den Brief.
Alvorens wij den commentaar van Luther op den belangrijken brief van den apostel Paulus beknopt gaan weergeven, lijkt het ons aanbeveling te verdienen, een overzicht te geven van den inhoud en de indeeling van den brief. Men kan zich dan vooraf een voorstelling maken van hetgeen geboden wordt, terwijl men in één artikel de hoofdzaken bijeen heeft. Bij de typeering van den inhoud en de indeeling der hoofdstukken, hebben wij gebruik gemaakt van dr. S. Greijdanus, De brief van den apostel Paulus aan de Galaten, Kampen 1922 (Korte Verklaring) ; en dr. H. M. van Nes, Paulus' brieven aan de Galatiërs, enz., Groningen—Den Haag 1927 (Tekst en Uitleg).
Hoofdstuk I. Vers 1—5. Schrijver lezers ; groet. Vers 6—9. Paulus in de Galaten teleurgesteld ; het ware Evangelie is één, en dat mag slechts worden verkondigd. Vers 10—12. Paulus' prediking niet van menschelijken oorsprong; de apostel is geen menschenbehager, maar weet zich dienaar van Christus. Vers 13—24. Paulus' bizondere roeping.
Hoofdstuk II. Vers 1—10. Paulus' zending erkend door de apostelen te Jeruzalem. Vers 11—14. Paulus wederstaal Petrus. Vers 15—21. De apostel onderwijst Petrus, dat de rechtvaardiging alleen geschiedt uit het geloof: niet uit de werken.
Hoofdstuk III. Vers 1—5. De uitzinnigheid der Galaten. Vers 6—14. De rechtvaardigheid is uit hel geloof : niet uit de werken. Wie zijn Abrahams kinderen ? Vers 15—18. De belofte is door de Wet niet krachteloos gemaakt. Vers 19—29. Het doel der Wet.
Hoofdstuk IV. Vers 1—7. De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 8—11. Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten. Vers 12—20. De innige band tusschen Paulus en de Galaten. Vers 21—31. Wet en Evangelie allegorisch voorgesteld ; reeds in het Oude Testament waren tweeërlei kinderen Abrahams.
Hoofdstuk V. Vers 1—12. De christelijke vrijheid. Vers 13—15. Vrijheid in liefde ; de vrijheid mag niet misbruikt worden tot zondigen vleeschesdienst. Vers 16—26. De leiding des Geestes.
Hoofdstuk VI. Vers 1—6. Onderlinge hulp ; met zachtmoedigheid terugbrengen, wie viel, en toezien op zichzelf. Vers 7—10. Zaaien en oogsten. Vers 11—18. Eigenhandig slot. Het streven der dwaalleeraars. De eenige roem van den apostel. Alleen een nieuw schepsel heeft beteekenis.
Aan de hand van deze indeeling hopen wij volgende week een aanvang te maken met de weergave van Luther's verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.
Om den lezer nog een indruk te geven van de belangrijkheid van dezen brief, citeeren wij nog even prof. Van Nes, die 't volgende heeft opgemerkt :
„Geen wonder, dat Galaten tot de hoofdbrieven gerekend wordt, omdat hier het beginsel des Evangelies wordt behandeld. Geen wonder ook, dat Luther met Galaten hoogelijk was ingenomen, en dezen brief zijn bruid, zijn Catharina van Bora noemde. De commentaar van den Hervormer, die ook nu nog lezenswaard is, is van groote beteekenis geweest voor Bunyan ; is door Zinzendorf voor Luthers meesterwerk gehouden ; door Wesley daarentegen een duister en verward geschrift genoemd, van gevaarlijke strekking, omdat het lasterlijke woorden sprak tegen de wet van God en de goede werken".
D.
d. Zwart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's