De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

5 minuten leestijd

Hooggeachte Redacteur,
Mogen ondergeteekenden. Bestuur van den Herv. Bond voor Godsdienstonderwijzers op Gereform. grondslag, U beleefd eenige plaatsruimte vragen in uw blad „De Waarheidsvriend" voor 't volgende : In het nummer van 15 December j.l. komt n.l. een artikel voor, getiteld : „Drie pijlen op onzen boog", en het is naar aanleiding daarvan, dat we ons gedrongen gevoelden de pen op te nemen om eens te zeggen, hoe een dier pijlen ons zeer pijnlijk heeft getroffen. We bedoelen daarmee degene, die gericht was naar het Evangelisatiewerk met den Evangelisatiepredikant. Voor dat werk schijnt de redactie, of misschien beter gezegd uw Hoofdredacteur, alleen maar menschen geschikt te achten, die een Universitaire opleiding hebben genoten, nader omschreven, met jonge menschen, die de studie achter den rug hebben, en wellicht straks geen plaats meer kunnen krijgen wegens den overvloed van candidaten. Met geen enkel woord wordt in genoemd artikel gerept van het Instituut Godsdienstonderwijzer of Evangelist. De Kerk heeft zich bij het instellen van dit Instituut zeker schromelijk vergist, en al het werk wat door zoovele Evangelisten of Godsdienstonderwijzers met liefde en toewijding en vaak onder groote ontberingen wat betreft hun financieele positie, is verricht, schijnt te weinig vrucht voor Gods Koninkrijk en voor de Kerk te hebben afgeworpen om daar nog over te spreken. Het schijnt volgens U maar beter te zijn om hieronder eens opruiming te houden en daarvoor anderen, die veel beter geschoold zijn en meer bekwaam, in de plaats te stellen. Nu gaat het er bij ons niet om, onze sanctie te hechten aan wat de Kerk deed met de instelling van het Instituut Godsdienstonderwijzer of Evangelist. We erkennen volkomen, dat het Instituut niet strookt met wat onze Gereformeerde Vaderen wilden. Zij spreken alleen van den Dienaar des Woords, maar erkenden, dat God de Heere aan eenvoudige menschen zoovele gaven heeft geschonken, dat de Kerk niet mag nalaten dezulken in de gelegenheid te stellen het ambt van predikant te bedienen, al was het dan, dat daarvoor een bepaald artikel hen moest onderscheiden van de anderen.
Zie, mijnheer de Redacteur, als dit de Kerk was blijven zien en belijden, was zij mogelijk ook in allerlei ander opzicht haar hooge roeping getrouw gebleven. Maar als we de Kerk willen wijzen op de eene fout, moeten we dit ook op de andere durven, en mogen we nooit bang zijn dat wellicht eigen positie verzwakt.
Het gaat immers alleen om de eere Gods en het waarachtig zieleheil van een verloren schepsel. Echter, waar de Kerk nu eenmaal een dergelijk Instituut bezit, meenen ondergeteekenden zeker voor hun rechten op te mogen komen, te meer, daar de bewijzen talrijk zijn, dat de Heere het werk van velen dezer mannen rijkelijk heeft willen zegenen-en menigeen zelfs door hun woord en arbeid kon ge­ tuigen, dat de Heere Zijn genade in Christus aan hint ziel heeft willen verheerlijken. We zijn blij, en het sterkt ons in onzen arbeid, dat nog zooveel duizenden eenvoudige menschen in onze Kerk zoo geheel anders spreken en oordeelen over het werk van den Evangelist, dan de Hoofdredacteur door zijn zwijgen en negeeren. En we zullen hopen dat de pijl, welke gericht was op den Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending op Gereform. grondslag, door haar niet zal worden beschouwd als een, die op den weg wordt aangetroffen om richting te geven aan het verkeer. We durven dat ook niet te gelooven, aangezien we overtuigd zijn, dat het Bestuur van genoemden Bond capaciteiten genoeg bezit om haar eigen wegen te bepalen en zoo noodig ook bij de uitbreiding van haar werk haar aandacht zal schenken aan den Evangelist-Godsdienstonderwijzer.
U, Mijnheer de Redacteur, bij voorbaat dankend voor de plaatsing, teekenen we met de meeste hoogachting.
Het Bestuur van den Ned. Herv. Bond van Godsdienstonderwijzers op Geref. Grondslag
A. van Barneveld, Voorzitter.
A. Blijleven, Secretaris.
H. van der Veen, Penningmeester

Onderschrift van den Hoofdredacteur,
Naar aanleiding van het groote en grootsche plan de campagne der Vrijz. Hervormden in Noord-Holland, nadat ds. Aris, van Amsterdam, daarover gesproken had te Alkmaar, schreven we, dat wij groote behoefte hebben aan een of meer Evangelisatie-predikanten, met volledig apparaat. Wie in 1939 meent, dat men hier volstaan kan met het werk van een Godsdienstonderwijzer, en zelfs boos wordt als er over een Evangelisatie-predikant gesproken wordt, moet dat zelf maar weten, maar het getuigt van weinig kennis der tegenwoordige omstandigheden. Natuurlijk heeft dit niets uit te staan met de vraag, of er naast en met den Evangelisatie-predikant niet een of meer Godsdienstonderwijzers zullen te werk gesteld kunnen of moeten worden. Maar als de Leviet zelfs niet meer voelt, dat er priesters noodig zijn, dan laten wij dat liever maar verder rusten. En als nu wéér beweerd wordt (gelijk vroeger in een ingezonden stuk uit Vlaardingen, geschreven door iemand die juist een paar maanden geleden z'n acte gehaald had), dat het wel een teeken van diep verval van de Kerk is en een bewijs, dat zij haar roeping niet verstaat : dewijl Godsdienstonderwijzers niet tot dominé, zij 't dan tot „dominé van Art. 8" gepromoveerd worden, — dan zullen we ook op die zaak liever maar niet verder ingaan.
Eén vraag willen we ten slotte toch wel doen : wie geeft aan de onderteekenaars het recht om te schrijven, dat de Hoofdredacteur, zijnde ds. M. van Grieken, te Rotterdam, geen achting heeft voor Godsdienstonderwijzers, die ijverig hun plicht doen en het werk verrichten, waartoe zij in den middellijken weg geroepen zijn ? Dat zouden wij toch nog wel even willen vernemen.
M. van Grieken.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's