UIT DE AFDEELINGEN
Afdeeling Goudriaan.
Jaarverslag van de Afd. Goudriaan: van den Geref. Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk ever 't jaar '38. Evenals vorige jaren, moet ik, als secretaris onzer Afdeeling, het een en ander gaan mededeelen over het leven der Afdeeling gedurende het afgeloopen jaar ; de maand November is weer aangebroken en het huishoudelijk reglement van den Geref. Bond schrijft voor, dat in deze maand een beknopt verslag van de werkzaamheden aan het Hoofdbestuur wordt medegedeeld.
Ditzelfde verslag is vanzelf ook het jaarverslag, dat dus gaat over het leven der Afdeeling en de verrichte werkzaamheden. Als we nu die beide woorden gaan combineeren, dan komen we tot een „werkzaam leven". Wat is het een zegen, een werkzaam leven te mogen hebben, vooral in dezen tijd, nu zoovelen nog steeds werkloos terzijde staan ! Zoo is het in het maatschappelijke leven, maar zoo is het ook, heerlijk, als het leven eener Vereeniging (en u begrijpt, dat ik nu in het bijzonder har oog heb op het Christelijk Vereenigingsleven) openbaar wordt uit den arbeid, die daar verricht word-.. Nu hangt het natuurlijk af van de soort van arbeid, die er verricht wordt, op welke wijze het leven eener Vereeniging zich openbaren zal ; dat zal dus voor onze Afdeeling anders zijn dan voor een Vereeniging, die meer de christelijke barmhartigheid betracht. Welnu, ik wil trachten, u door het volgende aan te toonen, op welke wijze onze Afdeeling haar werkzaam leven toont.
Het vorige jaarverslag werd door mij uitgebracht in de ledenvergadering van 22 Nov. 1937. In deze vergadering werd door den heer Kalden ingeleid het onderwerp : „De richtingen in de Ned. Herv. Kerk". Hij behandelde achtereenvolgens de Moderne, de Ethische, de Confessioneele en de Gereformeerde richting en stond tenslotte stil bij het doel van den Gereformeerden Bond, waarna hij een woord van aanbeveling sprak voor de preeken-serie „Genade voor Genade".
Een aangename bespreking volgde op deze inleiding.
De volgende vergadering werd gehouden op 13 Dec. 1937, in welke vergadering door den secretaris werd medegedeeld, dat ds. Goslinga van Utrecht bereid gevonden was om op Donderdag 13 Jan. 1938 in de kerk alhier een spreekbeurt voor de afdeeling van den Geref. Bond te vervullen. In deze vergadering werd door den heer J. Vonk J.Czn. ingeleid „Art. 28 der Ned. Geloofsbelijdenis".
Hierna volgt de vergadering van 17 Jan. 1938, waarin de heer C. Korevaar een inleiding houdt over Art. 30 der Ned. Geloofsbelijdenis. Hierbij komt ter sprake de taak van de Dienaren des Woords, van de ouderlingen en van de diakenen, maar ook de plichten der gemeente en wordt er op gewezen, dat de liefde moet heerschen in den Kerkeraad, maar ook in de Gemeente tot den Kerkeraad, want waar liefde woont, gebiedt de Heere den zegen. Dit onderwerp gaf rijke stof tot uitvoerige bespreking, waarbij o.a. ter sprake komt de wenschelijkheid van uitbreiding en van verplichte aftreding van den Kerkeraad.
Daarna werd de volgende vergadering gehouden op 14 Febr. 1938, waarin de heer Hakkesteegt inleidde het onderwerp : „Kerkelijke verwarring". De inleider merkt hier op, dat er ook onder hen, die tot de Gereformeerde richting behooren, zooveel verwarring is. Er is een strooming, die een onderwerpelijke prediking wenscht ; daartegenover zijn anderen, die een voorwerpelijke prediking wenschen, en hoevelen zijn er, die wel als „geloovige" hun kind laten doopen, maar die niet komen aan het Heilig Avondmaal. Op deze belangrijke inleiding volgde een uitvoerige bespreking.
Op 14 Maart '38 kwamen wij weer bijeen en beluisterden de inleiding van den heer Jansen over Art. 37 der Ned. Geloofsbelijdenis. Naar aanleiding hiervan spreekt hij over de wederkomst van Christus, over het gericht, dat gehouden zal worden en over hen, die in dat gericht zullen verschijnen, en die in twee groepen zullen uiteenvallen, om ons tenslotte voor de vraag te stellen, wat voor ons de wederkomst van Christus zal zijn. Het was een schoone inleiding, waarop een uitvoerige bespreking volgde.
De laatste vergadering in de lente van 1938 was op 25 April, toen wij vergaderden om de voorstellen voor de jaarvergadering van den Geref. Bond, te Utrecht te houden, te bespreken. Als afgevaardigde naar die Bondsvergadering werd onze voorzitter, ds. Anker, aangewezen, en als zijn plaatsvervanger de heer C. Korevaar. In deze vergadering behandelde de heer J. Terlouw Azn. het onderwerp „De opstanding", waardoor de Paaschgeschiedenis ons werd voorgesteld. Nadat hierop een bespreking gevolgd was, werd besloten D.v. in October weer te vergaderen. Daarna nam de heer Jansen afscheid van onze afdeeling wegens vertrek naar Schoonhoven. Een werkzaam lid hebben wij hierdoor verloren, en wij danken hem ook nu nog voor al den arbeid, die hij voor onze Afdeeling heeft verricht.
Zoo kwamen wij op 24 Oct. voor het eerst in het najaar 1938 weer bijeen. Aan de beurt van aftreding waren de bestuursleden A. Kalden en R. D. C. M. van Slijpe, die beiden herkozen werden.
In deze vergadering werd besloten, ds. Timmer van Ermelo, te verzoeken in den loop van dezen winter alhier een spreekbeurt voor onze afdeeling te vervullen. Van ds. Timmer is echter bericht ingekomen, dat hij aan ons verzoek niet kan voldoen, zoodat wij zullen trachten een anderen spreker hiervoor te vinden. In deze vergadering leidde de secretaris het onderwerp in : „Het Gebed". Besloten werd, de volgende vergadering, tevens jaarvergadering, D.v. te houden op 21 Nov. 1938. De heer Boele hoopt dan in te leiden het onderwerp : „Het Geloof". Met de bede, dat de Heere ons Zijn onmisbaren zegen schenke op den arbeid onzer Afdeeling in het komende jaar, eindig ik dit jaarverslag.
R. D. C. M. van Slijpe, Secretaris.
Afdeeling Amsterdam.
De Afdeeling alhier vergaderde onder voorzitterschap van ds. Remme op Donderdag 29 Dec. in het „Oranjehuis". Voorgelezen werd Lukas 2 vs. 15—20. Door vr. Kattouw werd een inleiding gehouden naar aanleiding van Openb. 22 vs. 16—21. Inleider stond stil bij enkele Oudejaarsgedachten, stipte eenige internationale gebeurtenissen aan, daarna enkele nationale-en kerkelijke zaken, om te wijzen op de onzekerheid van alles hier op aarde. Tegenover deze onzekerheid stelde spreker de zekerheid Gods in verband met het genoemde Schriftgedeelte. Op dit onderwerp volgde een leerzame bespreking.
Vr. V. d. Bijl verzorgde een wel overdacht zijnde bijdrage. Hij behandelde de opvatting over de Bergrede van R.K., Vrijzinnigen, Lutherschen en Gereformeerden. De voorzitter bracht beide inleiders dank voor hun goede werkzaamheden. Nadat de volgende vergadering was vastgesteld, sloot ds. Remme met dankzegging.
A. J. Schoen, Secretaris.
Hudsonstraat 32 hs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's